Stel je voor, je bent een koe in Nepal. Of eigenlijk ben je dan een Jak. Want zo heten de meeste koeien in Nepal. Ik zou ze zelf trouwens buffels noemen, want ik vind ze op de plaatjes nogal groot en opzichtig. Maar koe kan ook. Allemaal onderdeel van dezelfde serie ‘Runderen’. Het zijn dieren op vier poten, met een behaarde vacht, een grote kop en lieve ogen. En als je een rundersoort in Nepal bent, word je niet gegeten. Want dan ben je Heilig.
Maar stel je dus even voor dat je die koe in Nepal bent. Je hebt een grazig en gezellig leven. Je klautert berg op en af – want dat kun je namelijk erg goed, klimmen. En je dient zo nu en dan als ploeg voor een meneer met een boerenbedrijf. Van je vacht maken de mensen tenten en kleding, van je melk wordt boterthee gemaakt en zelfs je mest is handig. Dat wordt gebruikt als brandstof. Je bent een uiterst functioneel en notabene Heilig dier. Dan zou je toch denken dat het je goed gaat. Nou. Reken d’r maar niet teveel op.
Lees meer