(In) de val van het Lerarenregister.

Mijn leven bestaat aan een aaneenschakeling van voortschrijdende inzichten. Zelf vind ik dit nogal logisch – Je ontwikkelt je de dagen door. En als je daarbij je ogen sluit, kun je net zo goed achter de geraniums gaan zitten kniezen. Sommige mensen (meestal zij die toevallig een aantal keer op mijn pad belanden) zien deze eigenschap als minder florissant onderdeel van wie ik ben. Het maakt me namelijk onbetrouwbaar: Ik ver-an-der mijn mening nog wel eens, ziet u. 

Dit gezegd hebbende: Mijn mening over het Lerarenregister, dat op de proppen staat te gebeuren, is radicaal – maar dan ook echt helemaal – omgeslagen. Afgelopen februari schreef ik er dit over. Mijn mening ontstond, ziet u, omdat ik een buitengewoon onderhoudend, intelligent, prettig gesprek voerde bij de Onderwijs Coöperatie. Ik kreeg die dag zóveel historische informatie, dat ik de muggenzifterij over het lerarenregister even vergat. Ik was naïef en wandelde na het gesprek naar buiten met een kristalheldere visie over de goede intenties van een register waarin leraren hun ontwikkeling notuleren.

Sterker nog, ik ben nog steeds van mening dat dit een vreselijk goed idee is om te doen. Ik wil het voor de ouders van de kinderen die moeten kunnen inzien welke route de juffie of meester van hun kind volgt. Ik wil het voor studenten op het mbo, zodat ze weten wie ze voor zich hebben als de docent verzuimt zichzelf te laten zien. Ik wil het voor de jonge leraren in het veld, zodat er met zekerheid gesteld kan worden dat hun oudere collegae net zo goed moeten blijven ontwikkelen. En ik wil het voor hen die al dertig jaar op dezelfde school werken en vinden dat ze daarmee in een alleenheerschappij beland zijn en zich alles kunnen permitteren – inclusief slecht lesgeven (ja, u proeft hier cynisme en opgekropte frustratie). Daarom wil ik een wederkerig, open, zelfregulerend lerarenregister. 

Bijna alle leraren die ik ken, willen een dergelijk register. Professionele ontwikkeling wordt vrijwel overal toegejuicht, waar ik dit thema ter sprake ben. Een goede leraar, dames en heren, opent namelijk met gemak de deuren van het klaslokaal voor anderen. Die wíl ontwikkelen. Elke leraar die hier weerstand in biedt, heeft wat mij betreft iets te verschuilen. Dat kan een persoonlijk ontwikkelingsdingetje zijn, een slechte dag of gewoon een pedagogisch moment. Maar als de uitleg ontbreekt en de deur van het lokaal niet open mag – dan is er iets mis.

En nog iets: Elke leraar weet dit. ‘Wij’ – de mensen binnen de school – weten meer over de heersende cultuur dan ‘we’ zullen toegeven aan de buitenwereld. Ziet u, de buitenwereld is namelijk de plek waar alle resultaten van ‘ons’ werk zichtbaar worden. Dat zijn niet de toetsen, niet de stilte in het lokaal, niet de ogenschijnlijke structuur als de inspectie langs komt. De werkelijke waarde van het onderwijs zit in dat wat de leerling in de wereld mee brengt.

Geen enkele leraar is verantwoordelijk voor het gedrag van zijn/haar leerlingen buiten de schoolmuren en -tijd. Echter, ‘we’ weten heus wel waarom we in een klas staan. ‘We’ voelen die verantwoordelijkheid. En ‘we’ handelen naar wat er in de buitenwereld plaatsvindt. De één focust meer op kennis, de ander focust op sociale dynamiek. Weer een ander steekt zijn kop in het zand en een volgende zoekt naar verbinding en transparantie. Iedereen doet het op zijn eigen manier. Een register voor deze professionele ontwikkeling? Prima dus.

Terug naar februari, toen ik als blije, naïeve, blonde kip het gebouw van de OnderwijsCoöperatie weer uit liep. Ik belde Martijn, om te vertellen over de inhoud en schreef thuis het begin van een stuk voor ‘Nooit Af in het Onderwijs’. Een boek dat Martijn en ik schrijven over o.a. onderwijsorganisatie. Het kan namelijk niet zo zijn dat allerlei bureaucratisch geneuzel de essentie van het onderwijs weghoudt bij de bedoeling. Daar pas ik voor. Het maakt me ondertussen oprecht woedend, de wetenschap te hebben dat er jaarlijks miljoenen door de wc-pot gespoeld worden in de vorm van zinloze documenten, administratie eisen en verborgen agenda’s van lobby clubs uit naam van een groot goed binnen ons publiek domein: onderwijs. 

Ziet u, ik vind namelijk dat het onderwijs een plek heeft binnen het maatschappelijk veld. Dat ‘ons’ daar allemaal over gaat. Niet alleen de leraren, of de beleidsmakers, ouders, directies, besturen en zéker niet de staatssecretaris of minister. Ik vind dat wij dat ‘samen’ zijn. En ik vind ook dat het daarom belangrijk is om aan elkaar uit te leggen wat er in ‘onze‘ hoofden speelt, zónder dat we daar beslissingen of conclusies aan verbinden. Vroeger noemden ze dat gewoon een gesprek, vandaag heet dat een dialoog. Gewoon even naar elkaar luisteren.

Maar helaas, vrijwel níemand heeft naar de leraar geluisterd. En daardoor zitten we nu met enorme gebakken peren. Ik zal ‘u’ even uitleggen hoe dat komt. Weet u nog dat lerarenregister van zonet? En die OnderwijsCoöperatie waar ik het zo leuk had?

Dat zit zo:

De OnderwijsCoöperatie bestaat uit een aantal grote partijen. Er is mij verteld dat je aan mag sluiten als je een clubje hebt van >4000 leden. Op dit moment zijn dit de AOb, CNV, FvoV en de VVVO. Dit hoeft u niet te onthouden, behalve dat het allemaal onderwijs vakbonden en -verenigingen zijn. Die clubs hebben samen 50 zetels in de LAR (LerarenAdviesRaad). Wie de overige zetels hebben en óf die er zijn, vertelt de OC ons niet. Er ‘werken’ daarnaast nog 250 leraren aan projecten en als ambassadeur (je moet natuurlijk je doelgroep voor een zaaltje zetten) met wat bureaumedewerkers. Oh ja, allemaal betaald door ‘ons‘, het volk. De OnderwijsCoöperatie heeft als slogan ‘Van, Voor en Door de Leraar’. Ze pretenderen dat alles dat ze doen daar uit voortkomt. Tot hier is het makkelijk.

Toen er een lerarenregister kwam vroeg de OC haar achterban (de vier clubjes) om advies. Er werden peilingen gedaan onder de leden. En de uitkomst was interessant: Alle leden schijnen een lerarenregister te willen, zoals demissionair staatssecretaris Dekker, dat begin dit jaar neergelegd heeft in de kamer (heel toevallig vlák voor de termijn afgelopen was). Dus gaan alle handelingen door, worden technische processen voortgezet en ontstaan er allerlei regels die nauwgezet vanaf komend schooljaar door directies (!) moeten worden uitgevoerd. Dit is immers hoe de leraar het zelf wilde…

Maar nee. Op social media en in de wandelgangen van de scholen blijkt dat niet tientallen, maar honderden en wellicht duizenden leraren hier helemaal níet achter staan. Uit educatieve blogs blijkt dat mensen niet gehoord zijn, dat er niemand vroeg naar een mening. Zelfs de mensen leraren die dicht op het vuur zitten, hebben hun stem niet hoeven geven. ‘Van, Voor en Door de Leraar.Maar die leraar weet van niks. Zelf stond ik afgelopen maanden een paar keer voor een zaal te spreken waar 80% van de mensen niet op de hoogte was van de ontwikkelingen, maar wèl lid is van een vakbond. Dubieus…

Dit idee, van het lerarenregister, ligt al heel lang in de politieke pijplijn. Al sinds de vorige eeuw. Al doet dat nu niet ter zake. Al hoewel, een beetje toch wel. Kijk, als er namelijk bij de overheid al heel lang iets in de pijplijn ligt, dan bouwen ze daar gestaag en stilletjes op voort, tot ze een nieuw puzzelstukje kunnen toevoegen. Dit heb ik als student ooit ondervonden in de gemeentepolitiek in Groningen, waar ik een paar jaar aangesloten was bij een politieke partij. Superhandig om te leren als je jong bent!

Naast de pijplijn, beschikken ze dus over ellenlang geduld. Ik weet niet waar ze dat vandaan halen. Maar het is een combinatie van onverwoestbaar bureaucratische paaltjes slaan en tegelijk op een bankje naast het paaltje rustig ademhalen. Het derde punt waardoor dit systeem al decennia succesvol is, zijn de onderlinge relaties. Vergis u niet, gekonkel op een middelbare school of bij de kapper in een provinciaals dorp ergens in ons land, is er niets bij. Roddelen bestaat enkel bij de gratie van belangenbekrachtiging en dat weet de overheid maar al te goed.

Dus. De pijplijn, ellenlang geduld en onderlinge relaties maken elke bureaucratische beslissing vanuit de overheid vrijwel onverwoestbaar. Tot. Tot de komst van internet. De digitale wereld is, samen met ‘ons‘, de enige manier om dit onwrikbare systeem onderuit te schoffelen. En heel langzaam staat dit te gebeuren.

Het lerarenregister van Sander Dekker, ziet dat ook. Er moet dus snel gehandeld worden en alle hamerstukken worden daarom als de wiedeweerga omgezet in vreselijke spelregels en nare administratieve constructies. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Ondertussen breekt op social media de hel los. Dagelijks worden er meer dan duizend tweets over het #leraarregister / #lerarenregister verstuurd, komen er artikelen op facebook en delen mensen hun mening hierover op LinkedIn.

En dankzij die betrokkenheid op social media begon ik opnieuw ervaringen en rapporten te lezen. ‘Ik moet stoppen de actualiteit te volgen‘ zei ik tegen Martijn, toen we samen kwamen om een mini-versie van ons boek in de vorm van een amuse, te schrijven. ‘Het is te veel en het gaat zo snel!‘ Maar dit ontwijken heeft geen zin, dat zou afbreuk doen aan de moeite die al die mensen nemen om deze misstand te adresseren. Het zou absurd zijn als we (Martijn en ik) dat niet meenemen in onze two cents om te helpen dit alles te ontmantelen.

IEMAND SPEELT PINOKKIO. 

ONDERWIJS COÖPERATIE: Mijn voortschrijdend inzicht knalde vanmorgen regelrecht mijn bewustzijn binnen toen ik een artikel las op www.beroepseer.nl Het was een kopie van mijn ervaring bij de OC. Na rondvragen ontdekte ik dat meer mensen die prettige, vriendelijke en open ervaring bij de OC hebben gehad. Lange gesprekken, luisterende oren op het kantoor in Utrecht. Nu kan het natuurlijk werkelijk zo zijn dat de OC bezaaid is met vriendelijke mensen. Ik hoop het! En in dat geval hoop ik dat dit artikel nèt zo’n eye opener voor hen is, als dat het voor mij was. In dat geval zijn ze ongelofelijk in het ootje genomen en moeten we ze juist snel gaan helpen! Dan moeten we ze waarschuwen dat ze besodemieterd worden en er in geluisd. Net zoals vriendelijke mensen er in geluisd worden als ze op de Champs Elysees niets vermoedend balletje-balletje spelen.

Als de OC is, zoals ik hen ontmoette. Dan hoop ik dat ze in september een spoed-meeting initiëren met allerlei leraren uit hele het land. Laten we zeggen – iedereen die komen wil! En dat ze op die spoed-meeting de kracht van het collectief gebruiken om aan de politiek te laten zien dat dit top-down, overbureaucratisch gedrocht in niets meer lijkt op de intenties uit de jaren negentig. In niets meer lijkt op de goede bedoelingen en het prachtige middel. En zeker niet lijkt op ‘Van, Voor en Door de Leraar’. Als de OC is, zoals ik haar ontmoette in februari. In al haar oprechtheid.

Als dat niet zo is. Als ze gewoon heel erg goed de sociale etiquette en ‘erkennen is de eerste stap‘ beheersen en daardoor uren besteden met het pappen en nat houden van leraren die graag willen bijdragen aan een professioneel construct, dan… Dan moeten ze in september een meeting organiseren voor hun eigen personeel waarbij ze een nieuwe slogan gaan verzinnen. Ingewikkelder is het niet. [Oh, en voor het woord sorry ben ik ook best gevoelig.]

VAKBONDEN. Het zou natuurlijk zo kunnen zijn dat de OC uit vriendelijke en loepzuivere mensen bestaat. In dat geval komen we bij de vakbonden terecht. Hé, wacht eens – We komen altíjd bij de vakbonden terecht. Zij hebben immers aan de OC en Sander Dekker verteld dat álle leraren voorstander zijn van het horrorregister. Of, in ieder geval niet tegen zijn. En daarbij, in ieder geval volledig geïnformeerd zijn.. Nu heb ik al geen grote pet op van de vakbonden. Ze strijken met elkaar zo’n 32 miljoen per jaar op (uit de zak van de leraar en de belastingbetaler) en het enige dat ze leveren is een gratis pen, een tijdschrift, en rechtsbijstand. Dat kan veel en veel simpeler. Die 32 miljoen schijnt bovendien nog meer te zijn, heb ik me laten vertellen, want in de berekening schijn ik wat verborgen laadjes en bronnen gemist te hebben. Heel veel geld dus. En met dat vele geld krijgen ze het niet eens voor elkaar om hun leden een simpele JA versus NEE vraag te stellen. Dan gaat er iets mis in je back-office, ik zeg het u.

SANDER DEKKER: Dan is er in onze detective nog één speler in het veld, die het op zijn geweten zou kunnen hebben dat duizenden mensen er straks een administratief en machtsbelust taakje bij krijgen (en nee, het is niet de butler). Ik weet te weinig over Sander Dekker om er hier iets zinnigs over te kunnen zeggen dat steekhoudende argumenten voortbrengt. Bovendien heb ik hem niet gesproken en de andere partijen wel. Maar hij is speler in de voorhoede en mag dus niet over het hoofd worden gezien. Enkel daarom noem ik hem.

Iemand liegt. En we weten niet wie. Focussen op de losse knopen in de kluwen wol heeft geen zin meer. Elke knoop leidt af van waar het in werkelijkheid over gaat: Iemand liegt. Iemand in dienst van ‘ons‘ onderwijs, in ‘ons’ publiek domein, van ‘ons‘ geld dat naar leerlingen en studenten hoort gaan – iemand liegt. Dagelijks liegen er miljoenen mensen over het één over ander. Sociale leugentjes, liefdevolle leugentjes of hele kwalijke zoals in dit geval. Wachten tot we ontdekt hebben wie er liegt is zinloos. Naïef zelfs. Boos worden is net zo zinloos. Overheidsinstellingen zijn over het algemeen redelijk immuun voor boze mensen, tot ze ontdekken dat er zoiets als media bestaat. Analoge en digitale media is de snelste route naar de massa. En de massa heeft macht. We realiseren ons dat veel te weinig, dus wachten we.

EEN VOORSTEL. 

Ik houd niet zo van wachten. Wachten is een passieve manier om je lot over te laten aan een ander. Als je niets doet en los laat (wat er uit kan zien als wachten), dan is dat bewust. Dan kies je voor een andere activiteit en kijkt in de tussentijd van een afstandje toe, hoe het loslaten haar werk doet. ‘Wu Wei’ noemen ze dat: Doen door niets te doen. ‘We’ zouden dit lerarenregister natuurlijk heel goed kunnen loslaten. We zouden kunnen kijken wat de tijd er mee doet. Wat de nieuwe staatssecretaris er mee doet, wat de staking van PO in Actie in het najaar gaat doen en of de organisatie die ‘ons’ zo naar voorgelogen heeft nog opstaat en kleur bekent. Dat zouden we kunnen doen. Het zou ons de minste energie kosten en de tijd zou naar mooie dingen kunnen gaan. Een zeer mogelijke optie dus.

Wat ‘we’ ook kunnen doen is, opnieuw het heft in handen nemen en dit obstakel leggen waar het hoort: In het maatschappelijk veld. Want bij ‘ons’ horen ook de onderwijsaanbieders, de onderwijsvernieuwers, de congresmakers, de conferentiebouwers en de onderwijsondernemers (en Dyade ;)) die hun diensten en producten aanbieden in ruil voor geld en registerpunten. F*ck de punten! Ik zeg het maar even luidkeels, zodat het duidelijk is. Echt. F*ck de punten. Als je aanbieder bent: deel geen punten meer uit. Je kan niet èn klagen over, maar tegelijk toch meespelen. Ethisch wordt dat een beetje krom. Deel ze niet meer uit en neem ze niet meer aan. Het is toch verdorie geen bingo op de camping, waar je nadien met een leuke magnetron of schemerlamp naar buiten kan wandelen? Als er geen punten aangeboden worden, kunnen ze ook niet opgehaald worden.

En als je dan toch nog punten aanbiedt of in ontvangst neemt, dan mag je wat mij betreft nooít meer klagen over je leidinggevende. Of over je bestuur. Of over Sander Dekker. Laten we daar dan ook een register voor aanleggen. Want, hoe je het ook wendt of keert: Dit horrorregister werkt alleen als de mensen waarvoor het is gebouwd, als schapen doen wat hen gevraagd wordt. En die mensen, dat is ‘ons’.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: