Van Big Mac naar Storyteller! Tarieven in het Publiek Domein #2

Ik ben nogal van practice what you preach. Mensen die me kennen of lezen, zullen dat zo onderhand wel door hebben. Ik vind nou eenmaal dat, als je ergens voor of tegen bent, het handig is als je je ook naar die opvatting gedraagt. Dat maakt het overzichtelijk en eenvoudig. Het is gedoe als iemand A zegt en B doet. Een betere verklaring heb ik er niet voor. 

Dat veel machthebbers dit anders zien, lijkt me ook evident: Je kon zomaar eens van je troon gestoten worden als iemand het anders ziet dan jij, en nog een punt heeft ook. Ai. Dan ben je opeens je troon kwijt. En als je dan toch hiërarchisch wilt werken, zorg dan dat dat taakgericht gebeurt. Taakgericht leiderschap. 

A ZEGGEN EN B DOEN.

Even wat voorbeelden – Als je faliekant tegen het lerarenregister bent, maar toch ‘registerpunten’ uitdeelt: beetje gek. Als je voor zelfsturende teams bent, maar perse ‘manager’ wilt blijven: beetje gek. Als je voor open source bent, maar de inhoud van je materiaal niet deelt: beetje gek. Als je voor gelijkwaardigheid bent, maar ondertussen stiekem zelf een beetje meer geld pakt: beetje gek. Als je de publieke sector wilt versterken, maar diezelfde sector ondertussen leeg trekt aan geld: beetje gek. 

En dat laatste punt is een dingetje. Ik heb er al eerder over geschreven, dus ik zal niet in herhaling vallen. Ik heb enkel nieuwe informatie ontdekt, die handig is, voor als je er ook iets mee zou willen.

Het ontstond tijdens een telefonisch onderhandelingsgesprek met een middelbare school. De school heeft 250 personeelsleden en vroeg of ik in staat was om een lezing van een uur te verzorgen. Toen de school en ik allebei vonden dat ik inderdaad de geschikte persoon ben, kwam de cruciale vraag waar iedereen altijd zijn adem bij inhoudt: Wat moest dat feestje dan gaan kosten?

Soms antwoord ik direct, soms vraag ik wat er beschikbaar is en soms is er nog toestemming nodig van een bestuur, RvT of Medezeggenschapsraad. Dus dan komen we er op terug.

Dit keer liep het anders. Ik vroeg uit welk potje de lezing betaald zou worden. Ik heb onlangs namelijk de opleidingsbudgetten van schoolleiders in het vizier gekregen en die blijken bijzonder veel hoger dan die van een leraar. Een leraar krijgt ongeveer €500,- per schooljaar. Maar een schoolleider kan sinds 1 januari 2016 jaarlijks €3.000,- wegschrijven. En dan mag ‘ie ook nog drie jaar sparen. Ik vond dit zo’n groot onderscheid, dat ik er eerst wat nachtjes over slapen moest.

Toen heb ik er wat stukken over gelezen. Bijvoorbeeld dit. En dit. En ook nog dit. En dat

Steeds vaker krijg ik de indruk dat OCW liefdevol zakgeld uitdeelt, er net zo liefdevol bij vertelt wat er wel en niet gekocht mag worden, maar dat iedereen natuurlijk ‘zelf’ mag bepalen wat ‘ie doet. Dat is goed voor de autonomie. En de participatiemaatschappij. En zo. Dat ‘zelluf doen’ is alleen een beetje uit de hand gelopen.

Sinds de lumpsumregeling (1 augustus 2006) was er geen specifiek budget vastgesteld voor professionalisering van de leraar. Je was in die tijd als leraar dus aan de Goden besturen overgeleverd, wat je ontwikkeling betreft. In de CAO van 2014 kwam vervolgens te staan dat er €500,- (PO) en €600,- (VO) extra te besteden was aan professionele ontwikkeling. Dit schoot al op! Ook had de leraar recht op twee uur ontwikkelingstijd per week.

DE GROTE ‘MAAR’…

De directie mocht ‘zelf’ bepalen of het geld en de tijd individueel of collectief gebruikt werd. Uit een enquete van de NOS (Herfstakkoord 2014) bleek tóen al dat 80% van de schoolbesturen dit extra geld op een spaarrekening hebben gezet of er financiële tekorten mee oplosten (!) Ondertussen kregen de schoolleiders in die tijd ongeveer €2.000 budget, dat in 2016 opgehoogd werd naar €3.000 toen het schoolleiderregister (PO en VO) van kracht werd.

En dit maakt alles dus behoorlijk diffuus. Een directie dient zijn professionaliseringswens in bij zijn bestuur en (G)MR, terwijl de leraar maar moet hopen dat hij ergens over mag beschikken. En daar wringt de schoen. Een directeur vertelde me dat leraren veel ‘bovenschools geld’ kunnen ontvangen, zoals de lerarenbeurs. Maar dat zou er los van moeten staan. Maakt dat dat je meer recht hebt om scholingsbudget uit te geven aan je Sinterklaasversieringen?

Natuurlijk zijn er genoeg scholen waar wèl zuiver met de budgetten wordt omgegaan. Waar de keuze wèl bij de leraar ligt en iedereen zelf mag kiezen op welke manier het budget ingezet gaat worden.

SPREKERSTARIEVEN IN HET ONDERWIJS.

Het budget komt uit het scholingspotje van de leraren’, hoor ik aan de andere kant van de lijn. ‘250 leraren keer €600,- is best toereikend…’. Ik slik twee keer. Mijn rekenkundige automatisering is vroeger goed gelukt (ik stam uit de jaren tachtig waar we nog rijtjes leerden), dus ik kan gelukkig hoofdrekenen. ‘Was het dan niet een leuk idee geweest als u de leraren zelf hun inspiratiedag had laten invullen?’. Daar is de directeur het mee eens, maar hij vermoedt dat die geen tijd hebben.

‘Trouwens, zit uw scholingsbudget ook bij het collectieve budget in?’ bedenk ik me dan opeens. ‘Als u ook in de zaal bent tijdens mijn lezing dan… zou het eigenlijk meer dan logisch zijn, dat u evenredig veel scholingsbudget afdraagt, als de leraren..?’ De directeur is stil. Maar het is een goede directeur, dus er ontstaat dialoog en onderzoek.

Hij legt me uit dat elke medewerker anders over scholing denkt, dat mensen eerst hun les op orde willen hebben voor ze ruimte ervaren voor ontwikkeling (daar hebben we de piramide van Maslov weer) en dat hij soms ook leerprocessen moet eisen van zijn medewerkers, om te voldoen aan de eisen van de overheid. Iedereen eist van alles, maar je kunt jezelf niet splitsen.

‘En dan komen de ondernemers de school binnen..’ zegt hij. ‘Ze beloven gouden bergen, want ze kunnen goed verkopen en soms trapt een school daarin. Dan wil je zo graag het antwoord vinden. Materialen, digitale programma’s, cursussen en lezingen… Niet te doen.’ Ondernemers komen uit een ander veld, waar andere tarieven gelden. Commercieel praat je over heel andere bedragen dan in de non-profit of overheidshoek. Wat ze vergeten is, dat ze in het Publiek Domein een ander spelletje doen…

DE BIG-MAC INDEX. 

Kent u de Big Mac Index? Het is één van mijn favoriete theorieën (al kom ik zelden bij MCDonald’s). Een leuke redactrice bij het Britse The Economist ontwierp deze index in 1986. De Big Mac heeft in elk land op de wereld een andere prijs. Aan de hand van de prijs van een Big Mac wordt de koopkracht van het land gemeten. Is het broodje duurder? Dan ben je in een materieel rijker land, dan wanneer je voor een duppie te eten hebt. Later kwam daar ook de Tall Latte Index bij (via de Starbucks). De Coca Cola Index, de Magnum Index – je kunt het zo gek niet bedenken. Want, deze Big Mac Index is namelijk ook best te hanteren als je als ondernemer werkzaam bent in verschillende velden.

ANDERSOMDENKEN. 

The Storyteller Index. Een verhalenverteller heeft als eerste taak zijn publiek te betrekken bij zijn verhaal. Zonder betrokkenheid kun je termen als ‘inspiratie’ en ‘vernieuwen’ wel vergeten. Dus is het noodzaak om de verbinding te zoeken met het veld waar je spreekt èn met de content waarover je vertelt.

Kom je als spreker bij de Shell? Dan kun je de opdrachtgever dus best een duurder verhaal aanbieden, dan wanneer je op de stadsboerderij van Roosendaal staat. Of op een MBO in Heerlen, het stadhuis van Leeuwarden of bij een advocatenkantoor op de Amsterdamse Zuidas. Elk werkveld kent zijn eigen Big Mac Index. Zijn eigen koopkracht. Zijn eigen tarief. Zijn eigen Storyteller Index. En je past je aan, da’s namelijk vriendelijk. En van daaruit zoek je de balans waar je elkaar vindt.

Pas je sprekerstarief aan, op de plek waar je spreekt. Hóe kun je op een podium gaan staan, spreken over een nieuwe economie, een wereld vol toegang, innovatieve en digitale mogelijkheden, horizontaal organiseren, open source, transparantie en gelijkwaardigheid, als het je niet eens lukt om je zelf aan die werkwijze te houden en verbinding te maken met de koopkracht van het veld… [en €6.000,- voor 45 minuten spreken is echt níet noodzakelijk om die kartonnen doos op het CS te voorkomen].

Kortom: Wees een Big Mac. Of voor mijn part een Tall Latte.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: