Stop de Klok, het is toch Nooit Af!

[leestijd: 12 minuten]

Het zal ergens halverwege 2017 geweest zijn. Vermoedelijk op een rotsig paadje in het Cantabrisch Gebergte, omgeven door blauwe distels, hyacinten en bosanemoon, toen ik me besefte dat wát ik wilde ondoenlijk was. Niet onmogelijk, zeker niet. Maar wel ingewikkeld, in combinatie met het gekozen tijdspad. Het idee? Binnen één jaar het hele onderwijsveld, met alle sectoren en spelers daarbinnen, ontmanteld en begrepen hebben. Dat móest mogelijk zijn. Vond ik. Maar, terwijl ik wekenlang door de bergen wandelde en enkel nog in kairos tijd verkeerde, denderde het besef binnen: Mijn wens was veel te groot voor een jaar.

Even de feitelijk omvang: Er zijn ongeveer 250.000 mensen werkzaam bínnen schoolorganisaties en nog eens 250.000 mensen daar omheen. Dan zijn er zo’n 3 miljoen Nederlanders die op dit moment enige opleiding genieten. Er gaan miljarden euro’s in om, zowel publiek als commercieel geld. Er zijn duizenden bedrijven die zich bezig houden met het concept ‘leren’. En iedereen die in de veronderstelling is dat hij iets unieks neerzet, kan er bij voorbaat al van uitgaan dat het ergens anders al gedaan wordt. Bovendien is elke burger ervaringsdeskundige en zijn we (vooral op feestjes) meesters in het generaliseren van onze eigen ervaring op het totale veld. Íedereen denkt dat hij de waarheid in pacht heeft.

En dat systeem wilde ik binnen een jaar overzien, versimpelen en easycratiseren. Natuurlijk. Toen ik door kreeg dat dit binnen de tijd niet-te-doen was ontstond er een koerswijziging. Terug in Nederland vertelde ik het aan Martijn, die überhaupt niet zoveel met deadlines heeft en daar als co-auteur dus heel ontspannen tegen aan keek. Ik gaf mezelf de rest van het jaar de tijd om zoveel mogelijk te leren en te luisteren naar het onderwijsveld, om er daarna de essentie uit te vissen en het op te schrijven: In een boek. Want, dat is waar dit jaar allemaal mee begon: We schrijven een boek. Over onderwijsorganisatie gebaseerd op de visie van ‘Nooit Af’, een boek dat Martijn in 2015 samen met Erwin Witteveen schreef.

Toen we begonnen aan dit nieuwe boek – nu een jaar geleden – vond ik het nogal noodzakelijk om aan bronvermelding en fact-checking te doen. Als er een beroepsveld is dat waarde hecht aan onderbouwing van kennis en vaardigheden, dan is het het onderwijsveld wel. Ze hebben weinig keuze, want ethiek is een grootgoed binnen de school. Een leraar kan zich amper permitteren een subjectieve mening over iets te hebben. Die dient zich te berusten op feiten en vraagstelling, zodat de leerling tot zelfontplooiing komen kan. Dat dit een zeer kwetsbaar en dun randje is, zagen we vorige maand dankzij Thierry Baudet in de praktijk. Baudet schandpaalde een leraar aan de hand van een tekstopdracht op een middelbare school. De leraar had een schrijfopdracht gegeven en daarbij een aantal thema’s (waaronder Baudet’s partij) aangedragen. Baudet kreeg de opdracht onder ogen, stelde geen vragen, ging niet op onderzoek uit – hij concludeerde en interpreteerde. Iets dat een politicus kennelijk wel mag doen, maar een leraar niet. 1-0 voor Thierry. Maar de redding was nabij: De school nam standpunt in, deelde de tekstopdracht in haar geheel op de website en voegde er een sterk staaltje onderwijskundige inhoud aan toe. Het was onmiddellijk duidelijk dat een ogenschijnlijk losse schoolopdracht altijd in context staat met een complex geheel van interventies, waar de buitenwereld niets van mee krijgt.

Leraar zijn is een complex beroep. Vrijwel alle beroepen binnen het publiek domein kennen deze complexiteit op meerdere lagen. Met name door beroepsidentificatie die altijd een rol speelt. Politie, hulpverleners en leraren: Hun werk gaat altijd door, waardoor ze zich persoonlijk nauw verbinden met hun vak. Staken, werk weigeren of krachtig voor jezelf opkomen is binnen die beroepsgroepen veel ingewikkelder dan wanneer je winkelmedewerker, bankier of vrachtwagenchauffeur bent. Mensen werkzaam binnen het publiek domein, zijn genoodzaakt een appèl te doen op de maatschappij, op het moment dat ze hun stem willen verheffen. Afgelopen jaar ontstond daar opeens een kentering in, toen POinActie van zich liet horen. Ruim 45.000 leraren verzamelden zich in een facebookgroep en waren niet van plan op te geven voordat er salarisverhoging en werkdrukvermindering geregeld was. De samenleving keek van een afstandje toe en dacht er het hare van. Dit zagen mooi terug tijdens de tweede stakingsdag die POinActie initieerde op 12 december van dit jaar. Want, de ‘prikactie‘ in juni (een staking van een uur) was grappig, de staking op 5 oktober was schattig, maar de staking op 12 december werd gedoe.

Na die laatste stakingsdag ontstond er zelfs een actiegroep-tegen in de vorm van ‘ouders in actie’. Een principe dat Martijn en ik gekscherend juist een compliment voor elk project vinden. Hoe succesvoller je project, des te krachtiger is de actiegroep-tegen (hij maakte dit mee bij het bouwen van een Hunebed, ik bij het opruimen van een land). En nu heeft POinActie er ook eentje, hoera!

Na de tweede stakingsdag in december werd schrijnend duidelijk dat het basisonderwijs in Nederland maatschappelijk bekeken vooral een rol speelt in de… kinderdagopvang. Jawel. Waar moeten we met onze kinderen heen, als er geen school meer is? Een pijnlijk punt voor elke leraar en een bewustzijnsmomentje voor de samenleving. Het is een kernvraag die we collectief ontwijken, die te vaak onbesproken blijft en onder het kleed geschoven wordt. Als de school stopt, staan er morgen 2,2 miljoen jonge mensen ‘op straat’ en zitten ouders met de handen in het haar. Een heftig ding waardoor leraren decennia hun mond hielden, lastiger voor zichzelf opkomen en herhaaldelijk over hun eigen grenzen gaan: Allemaal voor het collectief belang.

De complexiteit van het beroep leraar is zo veelomvattend, dat het me beter leek onze vingers daar niet aan te branden. Bovendien is de essentie van ‘Nooit Af’ een hele andere. Ons boek, ‘Nooit Af in het Onderwijs’ zou dus niet gaan over alles dat er ín de klas gebeurt, maar over het systemische puzzelstuk waar we allemaal onderdeel van zijn. Het zou niet gaan over didactische leerlijnen en pedagogische processen (al merken we tijdens het schrijven dat we daar niet helemaal aan ontkomen), maar vooral over de organisatie rondom iets dat de hele maatschappij aangaat: Het belang van onze jonge medemensen. Het zou gaan over een easycratische manier waarop we dat onderwijsveld kunnen inrichten, met behoud van kwaliteit en waardoor er minder burn-outs ontstaan (het primair onderwijs staat steevast bovenaan met een ziekteverzuim van 6,5%) en het lerarentekort omslaat in overvloed. Het is niet onmogelijk om dat te realiseren, ik geloof het echt! Als we anders leren kijken, anders kunnen handelen en ons systeem durven om te gooien, dan kan het met gemak!

Maar goed, terug naar het begin. Door te willen kiezen voor bronvermelding en feiten, koos ik meteen voor het moeilijke pad. Achter elke deur vond ik nieuwe deuren, via elk contact nieuw contacten. Het hield niet op. Dus besloot ik niet alleen de tijd los te laten, maar ook genoegen te nemen met het niet-weten. Het niet-alles-kunnen-weten. Ik zou zoveel mogelijk informatie verzamelen en op 31 december 2017 zou ik stoppen met mijn forensische benadering. Vandaag is het 31 december 2017. Vandaag stop ik. En morgen schrijf ik de woorden die nog wachten.

TERUGBLIK. 

‘Wat heb je zelf geleerd?’ vroeg een vriendin. ‘Veel’ antwoordde ik. ‘Nieuwe kennis geeft ruimte om je eigen creativiteit opnieuw aan te boren. Door al die extra kennis, verbaast het me nu niet meer dat het onderwijsveld van een afstandje zo troebel lijkt, maar van dichtbij zo mooi is. Ik zie nu dat het onderwijsveld enkel ontwikkelt als alle lagen mee veranderen en ik weet nu waarom al die praatgroepjes buiten school het onderwijs bínnen de school nooít gaan veranderen! En het prettigst is dat ik bij elke mening argumentatie en feiten kan toevoegen.‘ De inzichten die Martijn en ik op deden, de easycratische interventies daarbij, komen allemaal in het boek. Maar een paar van die momenten zijn te mooi om niet nu al te delen. Te eenvoudig ook. En daardoor zo complex.

1.  ELKE LERAAR ZOU DE ORATIE VAN EDITH HOOGE MOETEN LEZEN.

Een oratie is een redevoering van iemand die zijn ambt als hoogleraar begint. Hooge koos voor ‘De mythe van bestuurbare onderwijsorganisaties‘. In juni 2013 kwam het stuk uit en telt 52 pagina’s vol uitleg over het systemische veld van besturen. De meeste onderwijsbestuurders die ik tegenkom kennen de oratie dan ook. Directies iets minder, maar leraren hebben er zelden van gehoord. En juíst leraren zouden dit moeten lezen! Een bestuurder, met welke goede intenties dan ook, dient door leraren en directies intens betrokken te worden bij de obstakels die dagelijks in de organisatie voorkomen. Veel bestuurders (niet alle!) zien dit niet als hun taak. Zij vinden dat ze andere processen te volgen en ‘be-sturen’ hebben. Echter, wat ze vaak vergeten is, dat al hun stappen en keuzes grote consequenties hebben ín de klas. Als leraren zichzelf verrijken met kennis over bestuurlijke processen, wordt de dialoog in die twee teamvergaderingen per jaar met de bestuurder aan tafel, een stuk inhoudelijker en dus relevanter.

2. HET GELD VERDEELSYSTEEM KLOPT ECHT NIET MEER!

We leven in een netwerk- en informatiesamenleving. De ‘kenniseconomie’ waarmee we in de vorige eeuw grote slagen konden slaan, loopt zo stilletjes aan op zijn eind en je moet onder een steen gelegen hebben als je nu nog niet door hebt dat sociale vaardigheden en een beetje gezellige attitude van groot belang zijn om je te positioneren op welke (arbeids-, liefdes, relatie-) markt dan ook. Herkenbaar toch? Met de komst van de smartphone, zo’n tien jaar geleden, werd onze sociale wereld uitgebreid met een parallel universum waarbinnen we ook nog moesten leren acteren. Een flinke kluif die terechte aandacht vraagt.

Toch belonen wij de mensen met de meeste kennis nog steeds meer dan de mensen met de meeste vaardigheden. HOE DAN? Een onderwijs bestuurder op een school met rond de 1000 leerlingen, in zijn eerste jaar, verdient €5262,- p.m. Een conciërge op diezelfde school verdient in datzelfde eerste jaar €1571,- p.m. Na tien jaar verdient de bestuurder € 6670,- (plus alle extra’s), maar de conciërge blijft na elf jaar steken op €2242,- en zal de rest van zijn loopbaan niet verder komen.

Wie denkt u, heeft beter zicht op al die 1000 leerlingen: De bestuurder of de conciërge? Wie kent alle processen, alle ins- en outs van de school, alle eerste zoenen, alle ruzies thuis, alle talenten en alle uitdagingen van de leerling? Inderdaad. Net zoals de essentie van de zaak op kantoren bij het koffiezetapparaat besproken wordt, zo vinden op school de belangrijkste momenten in de wandelgangen en in de kantine plaats. En wie is daar dagelijks te vinden, denkt u?

Ik begrijp heus wel dat we niet meteen alles kunnen omdraaien. Maar op dit moment kan een school drie personeelsleden aannemen in ruil voor één bestuurder. Die waardering is scheef. Haal de bestuurder met een duizendje omlaag en verhoog de conciërge met duizend euro per maand. Wettelijk mag het allemaal. Dus er is niks dat u belet. Belangrijk weetje hierbij is de CAO een onderlaag is. Er is nèrgens (echt nergens) vastgelegd dat leraren en ondersteunend personeel niet meer dan die CAO afspraak mogen verdienen. Sterker nog, een scholengroep in het voortgezet onderwijs heeft haar organisatie al zo ingericht dat alle leraren 1,9% meer salaris verdienen dan wat in de CAO staat. Het mág dus. En het kán dus.

3. GA BIJ DE BUREN KIJKEN EN STEL VRAGEN!

Twee in één. Maar zo verweven dat ik ze samen noem. Ik hoopte eerste dat het incidenteel was, toen ik hoorde dat allerlei scholen dubbele digitale programma’s kopen, dat er weinig open source wordt gewerkt en de deur van het lokaal symbolisch gesloten blijft voor collegae. Maar het bleek niet incidenteel. Vooral in krimpregio’s steken concurrentiegevoelens de kop op en sluiten directies de deuren voor de buren.

Het is begrijpelijk als je angstig bent dat je school op een dag onder het nodige leerlingenaantal terecht komt en je de deuren moet sluiten. Niemand heeft zin om te veranderen en als iets eenmaal loopt willen we het graag zo houden. Wellicht is het een troostende gedachte dat er vrijwel niemand op de planeet ontkomt aan de veranderingen die deze eeuw met zich meebrengt en dat meebewegen eenvoudiger is, dan weerstand bieden.

Een andere reden om niet op bezoek te gaan bij de buren is de denominatie van verschillende scholen. Maar de uitspraak ‘twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen‘ is echt, echt, echt van de vorige eeuw en zo niet werkzaam. Bovendien hoef je je eigen identiteit nooít los te laten als je je in een groep bevindt waar meerdere geloven een rol spelen. Misschien heb ik makkelijk praten, ik woon in Amsterdam en ervaar diversiteit sinds de eerste dag als een verrijking in plaats van een beperking. Ik leer van de leefstijl van de buren, van de kinderen die ik les gaf (alweer lang geleden tussen 1999 – 2006) en de nieuwe inzichten die ik op doe.

Als blijkt dat eigenlijk niemand precies weet hoe het zit (nee, zelfs de wetenschap niet) komen we er alleen uit, als we in gesprek gaan en open staan voor elkaars werkwijze. De scholen waar wèl open source gewerkt wordt, waar spullen gedeeld worden en alle talenten ingezet worden, zijn eerder uitzondering dan regel. Terwijl er honderden scholen zijn waar ik de mooiste, innovatiefste en uitnodigende leeromgevingen zag! Ga op onderzoek uit in je eigen omgeving en open de deuren van je eigen school.

4. BEKWAAMHEID IS BELANGRIJKER DAN BEVOEGDHEID.

Als blijkt dat er meer bekwame, dan bevoegde leraren in Nederland zijn. En als op datzelfde moment blijkt dat we met een gigantisch lerarentekort zitten, dan werkt ons huidige doorstroomsysteem dus niet meer. Punt.

Half april werd ik gevraagd om als ‘hybride docent‘ op een podium in de Balie (Amsterdam) te gaan staan en te vertellen over mijn ervaringen met hybride lesgeven. De bijeenkomst heette ‘De Docent van de Toekomst’. Ik ben zelfstandig ondernemer, maar heb tot vorig schooljaar 8 lesuur in de week op verschillende VMBO’s gewerkt gewerkt als interim docent. Hybride dus. Tijdens het telefonisch voorgesprek met het CAOP kwam het lerarentekort ter sprake en liet ik weten dat we als samenleving opnieuw en oprecht naar onze uitgangspunten moeten kijken, in relatie tot geschikte en voldoende leraren. Ik ken trainers en facilitators die beter vakdidactisch interveniëren en groepsdynamische processen begeleiden, dan sommige leraren die ik ken. Het vak leraar is complex, maar dat wil niet zeggen dat je het alleen kunt als je een lerarenopleiding afsluit met een papiertje. Het CAOP durfde zich om politieke, bestuurlijke en nog een paar redenen, niet meer te veroorloven om mij na het delen van die mening op het podium te laten staan. Ik mocht wel wat zeggen, maar dat moest dan wel binnen hun kader blijven.

Ik was teleurgesteld. Niet omdat ik niet mee mocht spelen, maar omdat er geen openheid van onderzoek was. Als je oprecht een probleem (en we hèbben een probleem omdat we werkelijk duizenden leraren in het PO en VO tekort komen) wilt oplossen, dan dien je ook bereidt te zijn zelf je vizier opnieuw te openen. Je kunt een probleem niet oplossen met dezelfde manier van denken als waardoor het ontstaan is (Einstein). Je zult opnieuw moeten kijken, met een leeg canvas en veel moed. Ik val ondertussen onder de ‘stille reserve’: Mensen met een lerarenbevoegdheid, maar om welke reden dan ook niet werkzaam in het onderwijs. Dit zijn ongeveer 31 duizend mensen. Er zijn verschillende berichtgevingen om de ‘stille reserve‘ opnieuw te verleiden weer les te geven, maar hoe naïef is dat? Die hele groep heeft allang kennis gemaakt met het onderwijs en ze willen niet. (Voor wat het waard is: ik ging zelf weg omdat ik het organisatorisch systeem troebel en niet werkbaar vind en daarnaast nieuwe avonturen wilde). Je kunt een mens toch niet dwingen om iets te doen wat hij niet wil? En bovendien, focussen op 31 duizend mensen die toch al weg waren, in plaats van naar nieuwe, enthousiaste mensen uit te kijken: Is dat niet hetzelfde als blijven verlangen naar die ene ex, die allang een nieuwe relatie heeft..?

5. DE MENSEN MAKEN HET SYSTEEM. NIEMAND ANDERS.

Het is een inkopper van jewelste en critici onder u kunnen alvast een teiltje halen. Maar man, wat ben ik veel inspirerende, bewuste en veelzijdige mensen tegen gekomen afgelopen jaar! We hebben besloten om in ‘Nooit Af in het Onderwijs’ scholen niet bij naam te noemen. We willen voorkomen dat er nadruk komt te liggen bij de organisatie in plaats van op dat wat we inhoudelijk ter sprake willen brengen. Daarnaast is een heel belangrijke reden het nooit-af-principe: Een school is een levend eco-systeem en daardoor altijd bewegend en onderweg naar een nieuwe realiteit. Wat nu te zien is, wie er vandaag werkt, kan volgend jaar anders zijn en dat is oké. Alles verandert altijd, leerlingen en studenten trekken verder, dus organisaties mogen dat ook. Stug vasthouden aan een structuur terwijl je ‘klant’ voortdurend ontwikkelt, is ook een beetje wonderlijk.

Maar een aantal mensen die het systeem leven geven, noemen we wel. Het zijn er veel teveel om op te noemen, maar als ik terugdenk aan 2017, waarin ik opeens meer met onderwijs bezig was, dan in de vijftien jaar daarvoor, dan wil ik toch een paar mensen noemen. Het waren persoonlijke gesprekken met mensen die het onderzoek aan gingen en open stonden om te delen. Meer dan dat heb je niet nodig om gezamenlijk tot een win-win te komen. Maar, in je eentje gaat dat nooít lukken.

GROTE DANK daarom aan Frank Jansma, die me in februari 2017, tijdens een gesprek van twee en een half uur een belangrijk palet aan historische kennis mee gaf, van waaruit ik verder kon bouwen. Kennis dat me zicht gaf op het bestuurlijk en politiek veld en waardoor ik direct in een denkrichting terecht kwam, om de rest van het jaar op te bouwen! Dank aan Myrthe van de Giessen (lokatie directeur van Wellant College), bij wie ik voortdurend allerlei ideeën neer mocht leggen, checken, aftasten, onderzoeken en met wie gesprekken leidden tot nieuwe inzichten. Dank aan Joop Fortuin (bestuurder stichting Palludara), die me goed bestuur liet zien waardoor ik de bestuurslaag op waarde kon schatten en onderscheid leerde maken tussen bestuur binnen de verschillende sectoren (po, vo, mbo, hbo en wo). (En aan Joop hebben we de amuses te danken!) Dank aan Laura Polder (leraar burgerschap MBO Amsterdam) voor de gesprekken over alle mogelijkheden, de kracht van de jongere, de idealen en het me blijven laten zien waar werkelijk lesgeven over gaat. Dank aan Peter Verreijken, Henk Derks en Roelf Willemsteijn, (AVS, leergang directies) genoemd als drietal maar individueel onmisbaar in de verrijking die ik onderwijskundig dit jaar doormaakte! Dank voor de nuances in het onderwijskundig en bestuurlijk proces, voor het procesmatig aangaan van de grootschalige transformaties die er binnen de maatschappij gebeuren, voor de enorme kennis die jullie hebben en voor de heerlijke gesprekken over organisatieontwikkeling. Het is een eer om ‘Nooit Af in het Onderwijs’ bij jullie leergangen te mogen delen! Dank aan Ronald Heidanus (hybride leraar en ontwikkelaar), voor de krachtige gesprekken over lesgeven, voor de koffie’s en de worteltaart. Het is een cadeau geweest om zo nu en dan te mogen sparren over het veld en de dingen die ik daar tegen kwam en omgekeerd te mogen luisteren naar jouw avonturen hier binnen! Dank aan Martijn Aslander, voor heel veel. Voor ons amuse-avontuur tussendoor en de nieuwe uitgevers-vorm. Maar vooral voor het aangaan van elke bocht die we tegenkomen in dit immense project! Dank aan Jorrit Blaas (hybride leraar op Hyperion en medewerker OCW), voor alle kennis die je hebt, de nieuwsgierigheid, open blik en onderzoekende instelling naar elke werkwijze. Voor het me wegwijzen in de Hoftoren en alle wegen naar de cheetah en de WVO! Dank aan Alette Baartmans (Thomas & Charles), die me liet zien op welke manier ondernemerschap en het onderwijsveld goed samen gaan (en vriendschap naast werk :)), die vanuit een ongelofelijke passie in gesprek bleef, waardoor we in mooie gedachtenexperimenten terecht kwamen! Dank aan Sander Toby (Projectbureau HU) voor het me wegwijs maken binnen de interne lijnen van hogescholen, voor de verbindingen, ideeën en enorme openheid van denken tijdens onze koffie’s! Dank aan Annemieke Nieborg (zelfstandig ondernemer en auteur bij Kiind), die me tijdens een lang en mooi gesprek een compleet nieuwe blik op thuisonderwijs gaf, waardoor ik een andere mening ontwikkelde, nieuwe mogelijkheden zag en de kwaliteit en meerwaarde van thuisonderwijs voor het eerst echt leerde kennen!

En natuurlijk Dank aan alle mensen die in lezingen zaten, die sessies bijwoonden, die op scholen lesgaven waar ik ook mocht werken, die tegengestelde meningen hadden, die boeken schreven die ik lezen kon, die columns en artikelen schreven, die actie ondernamen, die op twitter de wereld veranderden, die ik tegen kwam in de wandelgang en dankzij wie ik nu zoveel meer weet dan een jaar geleden.

En dan nu een oliebol.