• +31 626715406
  • contact@annettedolle.nl

Jaarlijks archief 2018

Het Beleid ligt op Straat.

Als ‘dividendbelasting’ niet het woord van 2018 wordt, zie ik goede kansen voor het woord ‘innovatie’ om de titel weg te kapen. Innovatie. Innovatie. Innovatie. Innovatie. Eigenlijk gewoon ‘vernieuwen’. Maar waarom we dat woord niet meer gebruiken, weet ik niet. Zouden we er angstig voor zijn? Voor vernieuwen. Is het te confronterend, omdat het suggereert dat het heden niet meer dienst doet? Of dat vandaag niet goed genoeg is. ‘Innoveren betekent vooruitgang‘. Maar da’s heel gek. Want, soms is stilstand juist vooruitgang. En zou dus juist een innovatie impliceren.

Mag je liegen op een podium? Een pleidooi voor ‘eerlijke’ sprekers.

De titel van dit artikel had ook ‘Je mag niet liegen op een podium‘ kunnen zijn. Of ‘Waarom sprekers liegen op een podium?‘ Of ‘Waarom we leugens willen geloven’. Maar ik weet het antwoord niet. Zelfs na het schrijven niet. Dus blijft het bij de vraag. ‘Mag je liegen op een podium?’

U bent vast niet bekend met het Posthuistheater in Heerenveen. Of toch? Het Posthuistheater is het wonderland uit mijn jeugd. Met rood pluche stoelen en rood velours op de wanden. Ietwat pathetisch. Ik weet het. Maar het loont de moeite u ervan op de hoogte te brengen. Het is de basis van mijn gezichtspunt. Ik had namelijk al jong besloten dat het theater de meest eerlijke plek op aarde was. Alles dat in het theater gebeurt is waar. Ga maar na: Elke leugen is een afspraak. En daardoor is alles echt. Geen rocket science. Een paar keer per jaar zat ik als kind op de meest eerlijke plek van de wereld. Daar waar alle gedragscodes glashelder waren.

Waarom zintuigen belangrijker zijn dan organisatiemodellen.

Het ‘Nieuwe’ Werken. Flexwerken. Zelfsturende organisaties. Zelfredzame organisaties. Lokatie-onafhankelijk werken. Tele-werken. Agile werken. Projectmatig werken. Lean werken. Bottom Up Werken.

De afgelopen vijftien jaar zagen we, gestuurd door technologische ontwikkelingen, ze allemaal voorbij komen; werkstijlen die de mens gelukkig moesten maken en tegelijk hoog economische rendement voor de organisatie moest opleveren. We willen altijd beter en meer. Want, akkoord gaan met iets dat tijdelijk minder goed uitpakt is niet de bedoeling.

Oplossingen liggen voor het oprapen bij de Lerarentekort Hackathon

In de regel heb je twee soorten mensen: Mensen die geloven dat er voor alles een antwoord te vinden is en mensen die denken dat niets lukt. Een luchtig gesprekje over de Hollandse weersverwachtingen kan al voldoende zijn om een eerste onderscheid te vinden. En als het nou bij deze twee categorieën bleef, was het leven heerlijk overzichtelijk!

Maar, na dit eerste onderscheid volgt een tweede. En zelfs een derde. Want, zelfs al ben je oplossingsgericht en geloof je in antwoorden, dan zegt dat nog niets over de wijze waarop je die oplossingen voor je ziet. Ga je voor behoud en een verbetering van de structuur of voor vernieuwende progressie? En dan nog: Ben je enkel een theoreticus of durf je je ideeën ook te leven? 

Het Dreigende Faillissement van het Basisonderwijs

Terwijl de wereld zich doorlopend vernieuwt door innovatieve technologieën, verse inzichten en het besef dat we een leven lang leren, probeert het basisonderwijs angstvallig vast te houden aan een systeem dat duidelijke symptomen van versletenheid vertoont. Een systeem dat ten onder dreigt te gaan aan struisvogelpolitiek en doofpotbeleid. Maar niet door de overheid; die kijkt met lede ogen toe en doet haar best weer wat water naar de zee te dragen. Het doofpotbeleid bevindt zich voornamelijk binnen de onderwijsorganisaties zelf. Als het basisonderwijs niet in staat is om komend schooljaar de schellen van de ogen te laten vallen en systemische veranderingen aan te gaan, zal een dreigend faillissement niet te voorkomen zijn.

Waarom het verschil tussen ‘werk’ en ‘privé’ een illusie is

Longread: 25 min. 

 

Sinds ik een eenmanszaak heb, ben ik opeens miljoenen potentiële tijdelijke-collegae rijker, is de wereld mijn werkplek en zijn werktijden verleden tijd. Dit heeft op veel gebieden levensgeluk gebracht – anders deed ik het natuurlijk niet. Ik gedij bij verandering en heb nu meer ruimte om die veranderingen organischer te laten ontstaan dan toen ik in loondienst werkte. Maar één element in dit rijtje kostte me toch weken maanden jaren om te begrijpen en vervolgens te hanteren: Werk versus privé. 

Asynchrone Wederkerigheid, werkt dat nog wel in een Deeleconomie?

Wie langdurige relaties op wil bouwen, doet er goed aan wat principes van sociaal kapitaal te kennen. Sociaal Kapitaal is een begrip uit de jaren zestig van de vorige eeuw, waar verhelderd werd welke elementen bijdragen aan het versterken van (werk)relaties. Mijn ouders (beiden afkomstig uit een ondernemersgezin) moesten de eerste keer dat ik ze de theorie uitlegde, hartelijk lachen. ‘Elke ondernemer weet dit al, Annette‘, zeiden ze. En ze hebben gelijk natuurlijk. Het mooie er aan is dat de theorie wèl het klopt; wie goed doet, goed ontmoet. Jammer alleen is dat je het níet mechanisch in moet zetten, want dan trucje werkt het niet – en juist dat laatste lijkt maatschappelijk de laatste tijd een beetje mis te gaan: Sinds we alles een deeleconomie noemen… 

Kan het onderwijs zichzelf eigenlijk wel reorganiseren?

Een antwoord voor een veld komt altijd uit een ander veld’. Ietwat gechargeerd. Oké, enorm gechargeerd. Maar wel een beetje waar. Ik vluchtte in 2006 niet voor niets weg uit het onderwijsveld. De jaren daarna stak ik zo nu en dan wat tenen in het water. Maar dat zwembad er omheen? Brrr…

Waarom ik Ja zei tegen GeenStijl. #Referendum

‘Je bent gek…‘ Ze kijkt me met grote ogen aan en laat een veel betekenende stilte vallen. Alsof in de witjes tussen de woorden het echt antwoord schuilgaat. Wat natuurlijk waar is. De stilte duurt eindeloos. ‘Eh, want..?‘ probeer ik na een tijdje. ‘En dapper.’ zegt ze dan. ‘Ik zie geen andere optie dan Ja te zeggen‘, antwoord ik, terwijl ik ook wel weet dat dat niet de waarheid is…

Waar zijn de vrouwen als het op spreekrecht aankomt? #Referendum

Ze hadden geen betere naam kunnen bedenken. ‘Hart voor Democratie’: Het collectief dat zich hart maakt voor de duurzaamheid van een referendum in ons politieke landschap. Ja, een mooie taalgrap is het ook. Het hoort ons immers aan het hart te gaan. Rauw en puur. Het hoort ons uit elkaar te trekken en weer terug te brengen naar de kern. Zoals het in de regel met hartzaken gaat.

‘We hebben het altijd zo gedaan’

Ik las ergens een feitje dat mensen boven de 35 jaar geen nieuwe muziek meer internaliseren. Ze horen het wel, maar het blijft niet hangen. De onderzoekers hadden er flink wat jaren onderzoek op zitten en volgens mij zijn ze er nog steeds niet uit. Maar vreemd klinkt het niet. Mijn vader schalt regelmatig dat ‘vroeger alles beter was’, maar als we voorstellen om zijn computer dan maar weg te halen – for the sake of the old days – sputtert ‘ie toch wat tegen. En toen Avicii stierf en er al snel muzikale vergelijkingen ontstonden met Bach, sloegen alle klassiekemuziek-liefhebbers op tilt. ‘Een DJ vergelijken met Bach, durven ze wel?’ Maar waarom heeft deze tijd geen recht op een nieuwe Bach? En laat Avicii dat dan zijn. Wie weet wat Bach had gearrangeerd als hij de technologische mogelijkheden van vandaag tot zijn beschikking had gehad..?   

De Rode Pen in het Onderwijslandschap.

Ik weet niet eens meer wie het was, of op welk moment het me verteld werd. Ik weet alleen nog dat ik het idee aannemelijk vond. En dat ik het toen ben gaan uitproberen: De Rode Pen vervangend voor een Groene Pen. Een aantal andere collegae op de speciale school waar ik werkte deden hetzelfde. En na een tijdje was het een vanzelfsprekendheid. Er zat een extra pedagogisch tintje aan vast, want wel herinner ik me dat ik er ook een filosofieles met mijn bovenbouwgroep aan koppelde. Pas daarna verving ik de Rode Pen. 

Nakijken deed ik niet meer met rood. 

Waarom ik investeerder ben zonder een euro in te leggen.

In Sillicon Valley gaat een term rond die ik tot voor kort enkel van sprookjeswerelden kende. Al is dat niet helemaal waar, want afgelopen Kerst vond mijn moeder het tijd worden dat we haar maar eens geloofden in de overtuiging: Dat eenhoorns bestaan. U kent dat wel, tussen het rummikubben door aan de gluhwein en dan googlen naar ‘eenhoorns‘. En ze kreeg gelijk. Eenhoorns hebben bestaan. Zo’n 29.000 jaar geleden ergens in de buurt van Kazachstan en Siberië zwierven ze rond. Wel iets lelijker dan de roze regenboog-eenhoorns die wij kennen van de Intertoys, maar toch. Een eenhoorn was het. Met zo’n ding op zijn voorhoofd. 

Dit gaat allang niet meer over onderwijs; dit is het systeem.

Terwijl het halve land zich verzamelde om de Staat van het Onderwijs te duiden, stonden wij in mijn woonkamer. Ik had een ringbandje gedaan om het stuk tekst dat we bespraken. Zo leek het net echt. Maar, zoals bij vrijwel elke boekbespreking verzande de geschreven tekst in een toekomstige taak en ijsbeerden wij in diagonale lijnen door de ruimte, waarbij we gedachtenballonnetjes opbliezen om daarna weer los te laten.

De Dag dat Iedereen kwam Helpen.

Drie jaar nadat het gebeurd was ontving ik een telefoontje. Op het schermpje kon ik direct zien wie het was. Mijn reptielenbrein reageerde zo efficiënt, dat ik onmiddellijk op de rode knop drukte. Weg was de dreiging. Ik ging zitten op een stoel en vroeg me af wat de oorsprong van het telefoontje was geweest. Ervaring had me geleerd niet te optimistisch te zijn. De kouwe kermis momenten kan ik tellen. Maar mijn natuurlijke aanleg is er helaas wel één van optimisme, dus vertelt mijn brein regelmatig aan mijn hart om niet teveel hoop te hebben. 

Toetscultuur of terreur? #nooitafinhetonderwijs

Het overkomt me gelukkig niet al te vaak; dat ik even niet weet wat ik ergens inhoudelijk van vind. Als je je logische boerenverstand gebruikt, met ervaringen in het werkveld en daarbij wat theoretische onderbouwing, kom je een heel eind. Dit keer ging het mis. Ik schreef 12.000 woorden over metingen en toetsen in het onderwijsveld (van primair tot wetenschappelijk onderwijs) en kon er gisteren 3.000 weggooien. Ook dat overkomt me niet al te vaak. Herschrijven – ja. Weggooien – nee. 

Hoe de Verbinder vervangen wordt door de Ruimtemaker.

En toen plopten ze opeens als paddestoelen uit de grond: de verbinders. Veel zelfstandigen wisten niet hoe snel ze het werkwoord om moesten zetten in een zelfstandig naamwoord en achter hun naam plakken. Ik ben een Verbinder. Jawel. Dat ben ik. 

Beveiligd: LEZING Primair Onderwijs.

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

Waarom hiërarchie alles makkelijker maakt, maar niet de beste keuze is.

Een paar jaar geleden was ik in Bethlehem. Niet als toerist en niet voor een dag. Op de heetste dagen van juli, tijdens de ramadan, waren een vriend en ik gevraagd om bij een NGO een week training te geven over cultural entrepreneurship. Niet dat íemand exact weet wat dat is, maar in huis-tuin-en-keukentaal betekende het zoveel als ‘leer ons hoe we toeristen langer dan een dag in Bethlehem houden en er ook inkomsten aan verdienen.‘ Niet een heel complexe vraag, als je er met westerse ogen naar kijkt. 

Hoe het land een leraar kwijt raakte.

Het was niet de eerste keer dat ik het hoorde: ‘Jij mag dat niet, want je hebt niet het juiste diploma.‘ Ik kan nooit zoveel met jij-mag-dat-niet. Ik vraag me dan altijd onmiddellijk af wie dat bedacht heeft en of die persoon ergens in de buurt is om ons tegen te houden. Is het laatste antwoord ‘nee’, dan maak ik zelf een inschatting of ik ook vind dat ik het niet-mag en meestal is dat ‘ja, heus wel.‘ 

Creative Commons in Sprekersland. #onderwijs

Pas bij de 3e zin viel het me op. Deze tekst kende ik… Het zou toch niet? Nee, vast een bewerking. Iets in die trant. Maar de zinnen vloeiden voort en de inhoud bleef gelijk. De speech van een bekende Nederlandse cabaretier bestond voor de helft uit een vertaling van een gedicht van Taylor Mali, een poetry slam spreker uit NewYork waar ik grote bewondering voor heb.

Ik luisterde vol bewondering. Wat mooi dat deze Taylor Mali erkenning kreeg en meer leraren zich er mee konden spiegelen, zoals ik ooit ook gedaan had. Een projectie van jewelste. Maar het enthousiasme boog radicaal om toen de speech van de cabaretier eindigde zónder ook maar enig woord over Mali te reppen. Verdwaasd bleef ik naar het scherm van mijn computer staren. En nu dan?  

Een betoog voor Vriendelijkheid: Informeel handelen binnen een formele context.

‘Nou, ik kijk wel mooi uit!‘ hoor ik de man voor me aan de balie zeggen. ‘Voor je het weet heb ik dat gesodemieter van #metoo aan mijn kont hangen. Dat gezeik ook altijd.’ Hij heeft een punt, vind ik.

We staan aan de balie van het stadhuis en halen reisdocumenten op. Niet samen, maar netjes na elkaar. We kennen elkaar niet eens, de man en ik. Hij kwam aan wandelen toen hij aan de beurt was, legde zijn papieren nummertje in het plastic bakje en zocht naar het formulier dat hij overhandigen moest. ‘Nou, schat,‘ zei hij toen nog vrolijk, ‘even zoeken hoor..’ De mevrouw achter de balie vertrok geen spier. Ze glimlachte niet, ze knikte niet, ze zei zelfs niets. En de meneer maar zoeken naar zijn formulier. Het hele tafereel duurde nog geen twintig seconden. Tot de mevrouw plotseling haar mond open trok en nukkig liet weten geen tijd voor dit soort onzin te hebben. Haar reactie was zo buiten de context dat wij, de mensen op de bankjes, allemaal verschrikt opkeken. De meneer zocht vlijtig door en vond toen in zijn kontzak een stuk papier dat hij zo vakkundig opgevouwen had, dat het een origami werkje zo omver blies. ‘Kijk eens aan!‘ Maar de vrouw bleef stoïcijns naar zijn ogen kijken, hield haar hand open en zei niks. De man kon niet anders dan beduusd de situatie gade slaan.