Drie jaar nadat het gebeurd was ontving ik een telefoontje. Op het schermpje kon ik direct zien wie het was. Mijn reptielenbrein reageerde zo efficiënt, dat ik onmiddellijk op de rode knop drukte. Weg was de dreiging. Ik ging zitten op een stoel en vroeg me af wat de oorsprong van het telefoontje was geweest. Ervaring had me geleerd niet te optimistisch te zijn. De kouwe kermis momenten kan ik tellen. Maar mijn natuurlijke aanleg is er helaas wel één van optimisme, dus vertelt mijn brein regelmatig aan mijn hart om niet teveel hoop te hebben. 

Dit keer hoefde ik de interne dialoog over een niet-al-te-hoopvolle-afloop niet te voeren. Na nog geen minuut ontving ik een smsje. ‘Dag Annette, ik kan me voorstellen dat je me niet wilt spreken. Maar ik wil graag mijn excuses aanbieden. Wil je een keer koffie met me drinken?‘ Mijn hart pingpongde door de woonkamer! Zie. Je. Wel. Schreeuwde het naar mijn brein. Zie je wel. Mensen zijn goed. Ze doen soms rare dingen, maar in oorsprong zijn ze allemaal goed. En zolang je zelf het Goede blijft doen, dan komt er een dag. Zie je wel.

Uiteraard – of misschien wel helaas – mengde mijn brein zich daarna in het gesprek en betoogde dat een kop koffie drinken veel te ver ging. Een telefoongesprek was een eerste stap. Niet te hard van stapel lopen.

‘Hoi’ zei de mannenstem aan de andere kant van de lijn. ‘Hoi,’ zei ik. Er volgde een gesprek met inzichten die de man had opgedaan. Met antwoorden over waarom hij zo gemeen en onaardig tegen me geweest was (lees: haatmail sturen). Waar ik uiteindelijk bang van geworden was. Waardoor ik uiteindelijk niet meer op plekken kwam waar ik eigenlijk heel erg graag zijn wilde. De man had me – zeer effectief – weg gejaagd van dingen waar ik van hield. Ik overdrijf niet eens.

In het bewuste telefoongesprek dat plaats vond in 2015, drie jaar na het gedoe, legde hij me uit welke obstakels er in hem zaten. Welke jaloezie hij had gevoeld naar mij. Dat hij me niet gunde, wat hij zelf wilde hebben. Hij had wel waargenomen dat ik voortdurend verbinding zocht en hem veel erkenning gaf, tijdens het project waar we beiden bij betrokken waren. Maar ik had één ding niet gedaan: Ik had mezelf niet losgelaten. En dat was stiekem wat hij wilde. En daar bood hij zijn excuses voor aan. Dat hij me dat had aangedaan.

Ik vond het nogal wat. De pijn van alles waar ik geen onderdeel van had kunnen uitmaken de jaren ervoor. De negativiteit die ik over me heen had gekregen, want de man was naast mooi-weer ook slachtoffer gaan spelen (voor de kenners: De linker-beneden hoek in de Roos van Leary). De standvastigheid die ik had moeten opbrengen, dat ik een goed mens ben en niets verkeerd had gedaan. Ik vond het nogal wat.

Het gekke was, dat ik het ergste vond dat hij geen vertrouwen had gehad in het Goede. En in mij. ‘Had me je gevoel laten zien en ik was er geweest’. 

Ik weet cognitief wel hoe dat werkt. Als je jezelf niet kan zien, kun je überhaupt de ander nooit herkennen. De meeste relaties zijn gebaseerd op een groot projectie-feest en zolang alle betrokkenen daar tevreden mee zijn, is er geen vuiltje aan de lucht. Dat ik toevallig een allergie heb op projectie, is uiteraard een nadelig en evident dingetje in dit verhaal. Ik hou van de lichtheid in lijnen. Ik hou van humor in het moment. Afzeiken op de persoon, om jezelf groter te laten voelen, is nooit zo mijn ding geweest.

EIGEN-WAARDE. 

Maar hoe kan iemand überhaupt bedenken dat ik mijn eigen-waarde loslaat, zodat de ander er een win-verlies situatie van kan maken. Waarbij ik verlies. En we uiteindelijk allemaal verliezen, want zo werkt collectieve energie. ‘Het spijt me,’ zei de man weer. Ik hoorde hem. Meer kon ik niet doen. De koffie heb ik overgeslagen. Het prettige is wel, dat mijn hart er weer een vinkje bij kon zetten in de volledige overtuiging dat mensen en situaties áltijd kunnen veranderen.

Ik ben een groot gelovige van het zelfherstellend vermogen van de mens. Obstakel daarbij is dat ik mezelf jaren kon laten vernederen, in het geloof dat het op een dag veranderen zou – olíedom. Maar ik weet zéker dat de mens in negen van de tien gevallen tot inzicht kan komen, op het moment dat de tijd rijp is. Je moet je alleen wel afvragen hóeveel tijd je iemand geeft. En zodra je het niet meer op kan brengen omdat elke poging tot contact verandert in een vernedering of afwijzing, dan zit er niks anders op dan: Bochtjes om de persoon heenlopen (je kunt ook gaan vechten, maar de ervaring leert dat mensen zitten te wachten op een uitval, zodat ze bevestigd worden in hun idee dat je een slecht mens bent. Dus kun je beter zwijgen en afstand nemen).

Ik gebruik vaak het voorbeeld van het brandende huis: In een brandend huis blijf je ook niet staan (lees: wandel weg bij het conflict), maar het is wel handig als je eerst even kijkt of er ook een brandblusser hangt (lees: vraag hulp uit je omgeving en probeer in contact duidelijk te maken dat je een win-win situatie wenst). Toch maken sommige mensen er een sport van om anderen af te branden als ze zelf niet op een sokkel worden gezet. Of door brandjes te stichten om de persoon heen. Ego is nog steeds voor veel mensen een reden om de ander uit het licht te duwen. Geeft niet. Mag. En zoals ik al zei, meestal komt iemand na een aantal jaar tot inzicht dat het niet heel-lief was. Het jammere is alleen dat hij daar een ander onnodig veel last mee bezorgt in de periode daarvoor. Omdat die allemaal leuke momenten mist en onnodig bochtjes om moet lopen. En dát zou ik enorm graag hacken.

IK WEET ALLEEN NOG NIET HOE. 

Het is zo onnodig om een ander pijn te doen, omwille van jezelf. Elk mens speelt zijn unieke rol in dit wereldse geheel. Daar kun je tegen vechten, maar is zinloos. Je kunt niet consequentieloos jaren onaardig tegen iemand doen en dan verwachten dat die ander daar niet op handelt. De man uit het voorbeeld respecteerde dat ik niet direct open stond voor koffie. In plaats van kwaad te worden, toonde hij respect en dat was een nóg groter cadeau dan het excuus dat hij maakte. Ik mocht mijn pijn van de vele afwijzingen en botheid in de jaren daarvoor even erkennen. En daardoor gaf hij me meer respect dan denkbaar.

Maar, als het in theorie zo makkelijk is, moeten we dan simpelweg maar wachten tot de ander tot inkeer komt? Zijn we dan altijd afhankelijk van het persoonlijke proces van de ander? Is de ketting echt zo sterk als de zwakste schakel? Nee. Dat is van de zotte.

Het is op dit specifieke punt waar toch de collectieve kracht haar werk moet doen. Goedheid kan alleen winnen als de omgeving óók in dat licht stapt. Een omgeving die zwijgt verliest altijd. Dan verliest niet alleen degene die in het geniep bejegend wordt (geniep ja, want dit soort dingen gebeurt altijd bij het koffiezetapparaat waar niemand het ziet. Of in de lift. Of op de parkeerplaats. Of tegenwoordig in je mailbox, maar dan zijn ze een beetje dom), maar kortom: de hele groep verliest als één persoon verliest. Je laat namelijk een lichtje opzij zetten, omdat het lichtje zijn bedoeling te goed uitvoert: namelijk licht geven.

LICHTGEVENDE KOFFIE.

Een ander voorbeeld, waar ik eveneens nog nooit over heb gepraat is het voorbeeld van de Uitgestelde Koffie in Amsterdam. Op Goede Vrijdag 2013 startte ik een facebook-pagina voor een koffie-project in Amsterdam. In Vlaanderen was het begonnen, ik mocht het logo gebruiken en binnen een half uur was het klaar. Vervolgens vroeg ik de ASN bank (die me al eens gesponsord had voor een reis naar Nepal) of ze 150 raamstickers wilden sponsoren. En het projectje stond. Drie dagen later, op Paasmaandag, ontving ik een dreigbrief in mijn mailbox. Het was van een organisatie die beweerde ‘Uitgestelde Koffie’ te hebben bedacht en ik was er met hun naam vandoor gegaan. Ik moest onmiddellijk alles verwijderen, of ze werden echt boos.

Gelukkig (!!!) had ik toen al een ander project achter de kiezen waarbij iets dergelijks ook gebeurd was. Bij het vorige project had ik discretie en integriteit tot mantra verheven en er nooít iets over naar buiten gebracht. Ik dacht toen nog dat je er geen aandacht aan moest geven, en dat het dan vanzelf over gaat, en dat ik gewoon lang genoeg het Goede moest blijven doen tot alles vanzelf weer normaal zou worden. U leest het al, dat woordje ‘vanzelf’ nekte me. Het Goede wint niet ‘vanzelf’ als je het goede blijft doen. En als je toch met meer lichtgevende mensen in de wereld bent, waarom vraag je dan geen hulp?

Bij het Uitgestelde Koffie project kreeg ik een nieuwe kans hierin te handelen. Ik besloot om de dreigbrief op facebook te zetten en het collectief om hulp te vragen. Een paar mensen in mijn omgeving raadde het me af – dit kon de mensen achter de brief wel eens heel boos maken en omdat het een organisatie was die niet bekend stond om hun liefheid, kon ik dit beter niet doen. Ik deed het toch.

Ik had namelijk bij ‘Keep it Clean day’ geleerd dat je spreektaal niet claimen kunt als eigendom. En ‘Uitgestelde Koffie’ is overduidelijk spreektaal. Ook wist ik dat je je idee-project voor €35,-  kunt registreren, maar dat ze dat ook niet hadden gedaan. Juridisch was er dus niks om mij mee kapot te maken. Ik had via mail allang een win-win situatie voorgesteld, maar die wilden ze niet (ze wilden geld verdienen met het project). Toch raakte ik een beetje bang door de dreigbrief. Maar die zette ik op de bank, met mijn discretie-mantra ernaast en deelde de brief met het collectief. Onder het mom van de brandblusser. 

Wat er toen gebeurde was overweldigend! Er kwamen tientallen publieke reacties en nog eens tientallen privé reacties waarin mensen lieten weten dat er ècht geen rechtszaak tegen me aangespannen kon worden, omdat ik kopjes koffie wilde uitdelen in de hoofdstad. Na een paar dagen was er zo’n sterk fundament, dat mijn onbestemde gevoel verdween. Overal in het land werden ‘Uitgestelde Koffie’ projectjes gestart. En ik heb van de dreigende organisatie nooit meer iets gehoord.

DE DAG DAT IEDEREEN KWAM HELPEN.

Vorige week had ik een lang gesprek met een vriendin toen de impact van dit fenomeen voorbij kwam. Ook kwam ter sprake wat het verschil in mannen en vrouwen hierbinnen is. Ik ben allesbehalve een feminist, maar ik ben er inmiddels niet meer zo zeker van dat vrouwen dit lichtjesfeest op de meest handige manier vormgeven. De vrouwen die gewend zijn om te knokken (1), knokken nog steeds – of er nu een man of een vrouw voor hen staat. De vrouwen die verbinding zoeken (2) vervallen maar al te vaak in één of ander charme-offensief ten opzichte van mannen (die daar allemaal in trappen, want dat hoort zo, het zijn namelijk mannen. En geen vrouwen in een mannenlichaam). Dan zijn er ook nog vrouwen die een nieuwe feministische stroom ervaren (3) en die roepen dat er maar vooral overal vrouwen aan boord moeten worden gezet (wat ontzettend dom is, want mannen kunnen sommige dingen gewoon echt veel beter dan vrouwen). Ik heb mijn geld ingezet op de laatste groep: Leuke Mannen (4). Want als zij een open, rechtvaardige en zichzelf respecterende man zijn, dan kan de vrouw gewoon vrouw zijn. En is er niks meer aan de hand.

Het polariseren van mensen binnen groepen is van alle tijden. Op micro, meso en macro-niveau. Het probleem is alleen dat het op micro-niveau níet zichtbaar is voor het collectief. Maar als we al op micro-niveau elkaar niet even helpen, interveniëren of ingrijpen, dan sijpelt het door naar meso en macro… En dan is het hele netwerk de kluts kwijt (gek hè, dat onze democratie in de war is). Als iemand je te lang en te vaak onheus bejegent, dan is afstand nemen en geloof houden, nog het enige dat je over hebt. Tot de dag dat iedereen komt helpen. Of iemand je opbelt en sorry zegt.

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s