‘We hebben het altijd zo gedaan’

Ik las ergens een feitje dat mensen boven de 35 jaar geen nieuwe muziek meer internaliseren. Ze horen het wel, maar het blijft niet hangen. De onderzoekers hadden er flink wat jaren onderzoek op zitten en volgens mij zijn ze er nog steeds niet uit. Maar vreemd klinkt het niet. Mijn vader schalt regelmatig dat ‘vroeger alles beter was’, maar als we voorstellen om zijn computer dan maar weg te halen – for the sake of the old days – sputtert ‘ie toch wat tegen. En toen Avicii stierf en er al snel muzikale vergelijkingen ontstonden met Bach, sloegen alle klassiekemuziek-liefhebbers op tilt. ‘Een DJ vergelijken met Bach, durven ze wel?’ Maar waarom heeft deze tijd geen recht op een nieuwe Bach? En laat Avicii dat dan zijn. Wie weet wat Bach had gearrangeerd als hij de technologische mogelijkheden van vandaag tot zijn beschikking had gehad..?   

Wie iets dieper kijkt, kan wel degelijk gelijkenissen vinden tussen toen en nu. Kunst is Kunst, los van de discipline waarin het zich afspeelt. Of je er van houdt is een tweede natuurlijk…

‘Maar,’ zeiden ook de onderzoekers. ‘Als we ons afsluiten voor de muziek van vandaag, houden we indirect de structuren van het verleden in stand.’ Niemand vindt het prettig als er teveel geschoven wordt in hokjes die we zelf getekend hebben. Of, hokjes die er al waren en waar we gewend aan zijn geraakt. Innoveren, experimenteren en ontwikkelen – Het klinkt allemaal zo veelbelovend en avontuurlijk. En als ik eerlijk ben ga ik er 80% van de keren in mee. Al was het alleen maar omdat ik weet dat verandering de enige constante is. Dan kun je maar beter zorgen dat je er gewend aan raakt..

Maar ik betrapte mezelf onlangs toch op een ernstig vasthouden aan dat wat was geweest, toen er iets door de mand viel, waar ik niet op berekend was. ‘Het zij zo,’ dacht ik eerst. ‘Alles verandert.’ Maar twee weken daarna sloeg de klap genadeloos toe: Het zorgvuldig opgebouwde hokje dat ik in de jaren hiervoor getekend had, waar ik mijn best voor had gedaan en dat ik had proberen bij te kleuren als het nodig was, had ik uiteindelijk – notabene ook nog zelf – rigoureus uitgegumd (het betrof een goede vriendschap). Ik wilde het niet meer. Het landschap om het hokje heen, was zó enorm veranderd dat het onhoudbaar bleek het in stand te houden. Maar makkelijk vond ik het niet.

We veranderen. Niet de hokjes die we zorgvuldig vormgeven of de kleuren op het pallet. Maar wij. Het hele veld vol tekeningen, kleurplaten, hokjes en figuren. Het tekent en gumt zichzelf voortdurend. Verandert er iets? Dan beweegt er om de hoek iets mee. We kunnen wel willen dat het anders is en krampachtig vasthouden aan ‘vroeger’, maar zolang er baby’s geboren worden en mensen sterven, bewegen we mee. Het zij zo…

En eigenlijk is het mooi,’ dacht ik, toen ik van de schrik bekomen was en me realiseerde dat ik verlangde naar iets dat nu geen dienst meer doet. Onze ambivalente hang naar melancholisch gewauwel over vroeger, is per saldo telkens weer een verkapt compliment voor alles dat we meegemaakt hebben. Ga maar na, het enige dat zo’n historisch fotoboek vertelt is, dat het toentertijd ook-best mooi was. Anders. Maar mooi. Alles dat wegvalt, of het nou in de vorm van kunstenaars als Bach of Avicii is of in de relaties om ons heen, nodigen uit tot het tekenen van nieuwe vormen en constructies. Dan kun je maar beter een setje potloden zoeken en meetekenen…

Wie ouder wordt luistert iets vaker naar muziek van vroeger. Wie ouder wordt verlangt naar de traagheid van de dagen van toen, het geluid van de elektrische typemachine of het bandje bij de commodore64. Over het niet-weten waar je afspraak bleef en het niet stante pede kunnen checken via een telefoonmast. Over de aardappels en het kuiltje jus aan een etenstafel, en dat Hilversum3 nog niet bestond. Zo slecht was dat allemaal niet. Toen. En ook alle gebeurtenissen van vandaag zijn nieuwe herinneringen voor later. We hebben het altijd zo gedaan. Dus laten we het vandaag dan maar eens anders doen.