Waarom zintuigen belangrijker zijn dan organisatiemodellen.

Het ‘Nieuwe’ Werken. Flexwerken. Zelfsturende organisaties. Zelfredzame organisaties. Lokatie-onafhankelijk werken. Tele-werken. Agile werken. Projectmatig werken. Lean werken. Bottom Up Werken.

De afgelopen vijftien jaar zagen we, gestuurd door technologische ontwikkelingen, ze allemaal voorbij komen; werkstijlen die de mens gelukkig moesten maken en tegelijk hoog economische rendement voor de organisatie moest opleveren. We willen altijd beter en meer. Want, akkoord gaan met iets dat tijdelijk minder goed uitpakt is niet de bedoeling.

Ik vraag me al een jaar of twintig af, hoe het komt dat organisaties niet iets eenvoudiger zijn ingericht. En welke ingrediënten ervoor nodig zijn om dat simplistische element van leven waar te maken. In mijn eentje kan ik het goed, maar wát gaat er toch mis bij al die fast-pace modellen enerzijds en gesprekken-zonder-end anderzijds…?

LEVENSGELUK GAAT NIET OVER WERK. 

Levensgeluk gaat nooit over werken. Daar zijn talloze onderzoeken naar gedaan en het is verspilde energie er te lang aandacht aan te besteden. Niemand denkt op zijn sterfbed aan die fijne meeting en uitmuntende projectplannen, maar wel aan hoe de kinderen ’s ochtends door het huis schuifelden terwijl de zon zachtjes opkwam. Pointe.

Het probleem is enkel: Dagelijks stilstaan bij de eindigheid van leven is ondoenlijk en de projectplannen en meetings stapelen zich ondertussen in allerijl op. We zijn er niet voor gebouwd. Ons reptielenbrein heeft het veel te druk om alle prikkels van een dag keurig te ordenen en alertheid te blijven voor onvoorspelbaar gevaar, waardoor er geen ruimte is voor esoterische overdenkingen. Zolang de situatie overzichtelijk is, is er letterlijke ruimte in het brein. Ruimte om te creëren, te bouwen, te focussen, voelen en na te denken. Slechts enkelen van ons zijn in staat om in chaos de leegte te zien en het einddoel voor ogen te houden, terwijl de omgeving in brand staat.

[Sommige mensen denken dat mensen die genoeg ellende hebben meegemaakt, hier beter toe in staat zijn. Persoonlijk denk ik er anders over. Het leven geeft ons namelijk allemaal ons deel. Het is ook een kwestie van genetisch materiaal, je potentie ten volste benutten en jezelf kennen om te kunnen intervenieren als het er toe doet. Zelfreflectie wordt zwaar onderschat in de managementwereld. Zwervers, drugsverslaafden, seriële misdaadslachtoffers – ze zullen er helaas altijd blijven. Recidive is van alle tijden. Sommige mensen lukt het nou eenmaal nooit om op te staan uit de neerwaartse spiraal: ‘Selffulling prophecy’.]

Maar terug naar de kern. Levensgeluk gaat niet over werken. Dus bedacht de managementwereld afgelopen decennia foefjes en trucs om die beperking te hacken (we zitten immers dagelijks úren op ons werk): Omdenken, scrummen, van werkdruk naar werkgeluk, design thinking, lean start-up, kantelen, semco-stijl en ga zo maar door. Niks mis mee. Alles dat je helpen kan, moet je aanpakken. Sowieso!

Maar wie het bewustzijn achter de vorm overslaat, komt binnen afzienbare tijd van een kouwe kermis thuis. 

ZINTUIGEN KOMEN VOOR DENKKRACHT.

Een paar jaar geleden werd ik gevraagd om een training te ontwerpen voor een overheidsinstelling die met ‘zelfsturend werken’ aan de slag wilden, maar tegen obstakels aan liepen. Bij het kennismakingsgesprek waren acht (!) medewerkers uitgenodigd. Tijdens het voorstelrondje werd de kern van het probleem direct duidelijk; ‘Ik ben Klaas, ik ben manager van het zelfsturende team op die-en-die afdeling.‘ Daarna volgde Klara. Toen Karla. En tot slot Karel. Allemaal manager van een zelfsturend team. ‘Wat doen jullie daar dan?’ vroeg ik. ‘Want een zelfsturend team kan zelfstandig opereren, lijkt me..’ Het antwoord was even waar als ontluisterend: ‘Iemand moet toch zorgen dat ze hun taak uitvoeren en op de deadline letten?‘ Al snel werd duidelijk dat in mijn wereld managers een gelijkwaardige plek binnen het team krijgen met een operationele taak om – in dit geval – de boel bij elkaar te houden. Dat was even een ego-killer.

Een nieuwe werkstijl adapteren heeft grote consequenties voor het bewustzijn van elke medewerker binnen de afdeling waar het plaats vindt. En levert ab-so-luut niet direct meer levensgeluk op. Het creëert eerder stress en ongemak. Het is een zoeken naar nieuw houvast, vooral als de verandering van boven is opgelegd.

En dat bewustzijn huist niet in het reptielenbrein. Het huist ook niet in de prefrontale cortex (daar waar je actief nadenkt en beslissingen neemt). Bewustzijn start bij de zintuigen, een basaal deel van de hersenen. Finse onderzoekers toonden dit een paar jaar geleden op slimme wijze aan, toen ze de verbinding tussen slaap en wakkere toestand onderzochten. In tegenstelling tot hun verwachtingen, zagen ze dat de hersengebieden die zintuigelijke beleving bundelen dominant zijn in het bewustzijn. Klopt het wat ik hoor, ruik, zie en voel? Is er een logische verbinding tussen alles?

De onderzoekers concluderen: ‘Dus, het ontstaan van een bewuste toestand, het fundament van onze beleving, gaat vooraf aan de beleving van nadenken, beslissingen maken en andere rijke bewuste belevingen.’

ANTONIO DAMASIO. 

De lezer die zich al langer in het psychologisch en neurologisch circuit bevindt, zal niet verrast zijn deze naam te zien. Damasio is één van de grote denkers achter de ontmanteling van de oude denkwijzen over hersenen en aanverwanten. Via hem leerde ik ooit het verschil tussen emoties en gevoelens. Waarbij emoties een lichamelijke reactie zijn (de uiting) en gevoelens een diepere connectie bieden met wie je bent (het innerlijk). Hij ziet bewustzijn als een verbinding van allerlei losse hersendelen die gezamenlijk het bewustzijn maken. Net als de Finse onderzoekers geeft ook Damasio de zintuigen hier een prominente plek in.

Dit doortrekkend naar de plek waar veel mensen de meeste tijd van de dag doorbrengen, is vervolgens niet zo ingewikkeld: In organisaties waar de lijnen niet congruent lopen, de zintuigen verschillende signalen oppikken en er dubbele belangen spelen, raken mensen als eerste oververhit. Dit leidt naar een diffuus bewustzijn. Wat weer leidt naar een overactieve prefontale cortex, waardoor mensen harder gaan nadenken dan gezond is. Wat weer leidt naar burn-out en langdurige mentale ziektes.

DE FOCUS LIGT VERKEERD:

Een voorbeeld: Bij een organisatie waar gereorganiseerd wordt, werkt Karlijn. Karlijn voelt al een paar maanden dat er iets niet deugt, maar ze neemt haar gevoel niet serieus. Vervolgens ziet Karlijn bij het koffiezetapparaat twee collegae schichtig om zich heen turen, hoort Karlijn dat er financiële problemen zijn, maar verzekert haar baas haar dat alles goed gaat (lees: diffuus bewustzijn). Karlijn gaat nadenken, harder werken, strategisch handelen (lees: overactieve prefontale cortex). Ze wordt doodmoe, kan nauwelijks nog slapen en raakt overspannen.

Congruente lijnen en een helder moraal helpen elke organisatie. Da’s geen rocket science. Maar dat ze nóg belangrijker zijn dan nieuwe werk-plekken, flex-werkplekken, flex-tijd, agile hocus pocus en lean processen, wordt gigantisch over het hoofd gezien.

Mensen zijn absoluut gebaat bij het gebruik mogen maken van snelle, technologische oplossingen die hen dagelijks ruim drie uur per dag computeren kunnen besparen. Dat dit tegengehouden wordt door een top-down laag bestuurders is ook nog te begrijpen (die zouden wel gek zijn natuurlijk om hun status los te laten). Maar de werkelijke problematiek ligt niet bij de werkvormen en manieren van werken, het ligt bij de discrepanties in intenties en ondoorzichtigheid van belangen. Wie gelukkig medewerkers wil en tevens een hoog rendement zal een nieuwe spiegel moeten kopen: Het begin van verandering ligt bij het serieus nemen van je zintuigen. 

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.