Waarom je het beleidsplan op straat moet schrijven (of gewoon schrappen).

Als ‘dividendbelasting’ niet het woord van 2018 wordt, zie ik goede kansen voor het woord ‘innovatie’ om de titel weg te kapen. Innovatie. Innovatie. Innovatie. Innovatie. Eigenlijk gewoon ‘vernieuwen’. Maar waarom we dat woord niet meer gebruiken, weet ik niet. Zouden we er angstig voor zijn? Voor vernieuwen. Is het te confronterend, omdat het suggereert dat het heden niet meer dienst doet? Of dat vandaag niet goed genoeg is. ‘Innoveren betekent vooruitgang‘. Maar da’s heel gek. Want, soms is stilstand juist vooruitgang. En zou dus juist een innovatie impliceren.

Ziet u. Zo eenvoudig is dat woord nog niet. 

Ik was onlangs op een hogeschool in gesprek met eindejaarsstudenten. Toen ik ze een pleidooi van wendbaarheid en flexibele organisatievormen voorspiegelde, vroeg één van hen ‘Waarom?‘. Waarom ik die wendbaarheid wilde. Ik kon niet anders dan antwoorden dat als je mindset iets flexibeler is, je ook niet zo overvallen wordt door vernieuwingen in de samenleving. Die gaan nu eenmaal snel op het moment. ‘Maar,‘ voegde ik er aan toe. ‘Dat zullen jullie wel anders ervaren, jullie zijn er net twee decennia.‘ Tot mijn grote verbazing spiegelden ze me een nuance die zijn weerga niet kende. Een jongen van 24 begon een verhaal over de verschrikkingen van de smartphone. Een verhaal dat ik mijn vader van 72 ook regelmatig hoor reciteren. Maar hem begrijp ik. ‘Vroeger was alles beter.‘ Pardon?

Moeten we dan alle innovatienotities en digitale middelen de strop omdraaien, omdat we niet weten hoe de toekomst eruit ziet? ‘U weet dus ook niet wat het effect gaat zijn?’ vroeg een studente. Ik schudde mijn hoofd. Nee. Natuurlijk niet. Maar ik kies consequent voor een ander scenario waar ik niet alleen op hoop, maar vooral in mijn eigen leven op stuur. Waar we uitkomen, zien we straks wel.

‘INNOVEERDERS’: EVEN EEN LESJE GRAMMATICA.

Waar het mijn inziens maatschappelijk behoorlijk de bocht uitvliegt is, de grote kloof tussen dat wat er enerzijds op de stoeprand gebeurt en anderzijds in de symptoombestrijding van het beleid. Geschreven vanuit goede intenties, dat dan weer wel.

Kijkt u even met me mee: Er worden op dit moment op afdelingen overal innovatie-ambassadeurs, innovatie-makelaars en innovatie-experts ingezet. Mooie, nieuwe beroepen, voor mensen die (vrij vertaald) out-of-the-box denkers zijn, design thinking begrijpen en nieuwe wegen durven te verkennen. Als u hier cynisme in leest, zit u ernaast. Want ik meen dit bloedserieus. Het is mijn beeld van iedereen die ‘innovatie’ in zijn titel draagt.

Maar net als met het woord ‘verbinding’, dat in de beroepsversie opeens ‘verbinder‘ werd, is dat ook met ‘innovatie‘ een beetje gek. Het zijn werkwoorden. Ze doen hun dienst beter als handeling, dan als beroep. Vermoedelijk omdat ‘innoveerder’ zo lastig bekt, zetten organisaties er dus nu zelfstandige naamwoorden als makelaar en ambassadeur achter. Alsof het dan opeens wel werkt. Maar innoveren blijft, net als verbinden, een werkwoord dat in de tussentijd plaatsvindt en zelden werkt als je er even rustig voor gaat zitten.

Innoveren is een handeling die als lijm alle lagen en kamers van de organisatie aan elkaar plakt  voorziet van een gedeelde mindset waardoor wendbaarheid ontstaat. Als dít lukt, dan hoef je het woord nooit meer uit te spreken, maar is het een vanzelfsprekendheid van waaruit je met z’n allen werkt.

WAAR DE ANGEL LIGT. 

Beleid is altijd reactief. Tja. Ik gooi hem er maar in. Het is per slot van rekening mijn blog. Alle beleidsplannen die ik onder ogen kreeg (en dat waren er afgelopen vijf jaar opeens een heleboel), beschrijven maar twee dingen. 1. Een visie gebaseerd op het organisatorisch verleden. 2. Een beschrijving van de aangewezen route naar geld.

Alsof het een quiz is, waarbij je in één minuut zoveel mogelijk themawoorden moet opsommen. Dan krijg je punten. In het geval van organisaties in het publiek domein, krijg je geen punten, maar geld. Al denken we allemaal dat het een plan is voor de toekomst: Een beleidsplan is een reactief document, waarin je de sociaal culturele- en economische werkelijkheid van een land kunt aflezen.

Ondertussen gebeuren er op de stoeprand, buiten op straat, hele andere dingen. Daar is de echte disruptie aan de gang. Daar beweegt de vrije markt in combinatie met de vrije wil. Natuurlijk, ook enigszins beperkt door wetgeving en regelgeving. Maar in elk land dat ook maar een beetje onderdrukt wordt, ontstaan underground scene’s en bewegingen waar mensen gewoon hun gang gaan. Ondanks de top-down constructie op papier.

Ditzelfde gebeurt in organisaties. En in landen waar relatief veel vrijheid is. In de beleidsplannen staan woorden als talentontwikkeling, leven lang leren, gepersonaliseerd ontwikkelen, digitalisering, digitale vaardigheden, lokaal onafhankelijk werken, flexibel werken, agile werken en de legendarische tekst ‘aansluiten op de ontwikkeling van de medewerker’. En alles is innovatief.

Terwijl ondertussen, op de werkvloer, apps worden uitgewisseld. Mensen samen bier en koffie drinken. Er geleerd wordt als een malle. Door verstoorde arbeidsrelaties, rare verhoudingen, kortstondige flirts en langdurige aannames. Dit is nooít vast te leggen in beleid. En wordt nooít meegenomen door ‘innovatie-makelaars’ als er sessies worden belegd om de organisatie te organiseren. Terwijl in dat stuk, op die plekken, de innovatie voor je neus verschijnt. Omdat dat het exacte snijvlak tussen oplossing en obstakel is.

ALS MENSEN ECHT IETS WILLEN, ZULLEN ZE ER ALLES AAN DOEN HET TE BEREIKEN. 

Vernieuwing ontstaat alléén als een mens ècht niet anders kan (vergeef me al mijn trema’s). Een situatie moet dermate urgent zijn, dat er geen enkele andere uitweg meer is dan te vernieuwen. Het roer om te gooien en de sprong te wagen.

Ik begeleide eens een samengesteld gezin, met vijf kinderen, drie honden, twaalf vogels en één canta. Er waren ondertoezichtstellingen geweest, een jaar gevangenis, veel politiebezoek en seksuele mishandeling – maar het stel wilde koste wat kost samen blijven. Dus kwam er een batterij hulpverleners in, en werd mij gevraagd of ik ‘relatietherapie nieuwe stijl’ wilde geven. Ik kan een boek schrijven over de vindingrijkheid van het stel. Een innovatie-makelaar is er niks bij. En zou ik de creatieve ingevingen van de man en vrouw delen, zou u ze zo een baan aanbieden. Als mensen iets willen, zullen ze er alles aan doen. Dan is er geen uitweg te gek. 

Andere situatie: Zo stond ik ook eens met zes ex-gedetineerde LVB (licht verstandelijk beperkte) jonge mannen in de Ardennen. Ik werkte in die tijd op een gedragscentrum voor deze specifieke doelgroep. Vijftien cliënten en drie trainers, waaronder ik. De jonge mannen wilden graag een schoolkamp, want dat hadden ze door allerlei redenen vaak gemist. Dus wij naar de Ardennen. In een wit busje, met Pools kenteken, acht mannen en een vrouw. Het moet er curieus uitgezien hebben.

Op de tweede avond deden we een dropping. De survival-organisatie reageerde verward: Onze mannen hadden een IQ 70-85. Ze kregen een spoedcursus ‘zo werkt een kompas‘, werden in het pikkedonker gedropt op een relatief hoog bergje, middenin de bossen. Ze kregen alleen coordinaten mee en wij mochten niks zeggen. Was dat niet te moeilijk? ‘Geen idee‘ zeiden wij. ‘We gaan het zien.

Wat er vervolgens gebeurde verraste ook ons. Binnen drie kwartier waren de zes jongens op de afgesproken lokatie. Ze waren de snelste groep die de survival-organisatie ooit gehad had. We hadden ze nog nooít zo nauwgezet zien samenwerken en handelen. Het was bizar. Toen we daarna aan ze vroegen hoe dit kon, was het antwoord buitengewoon eenvoudig. ‘Als je iets wilt, dan doe je er alles aan’. Zij wilden naar beneden. En dat kon alleen met elkaar. Wendbaarheid ontstaat pas, als er urgentie is om te wenden.

WAAROM JE HET BELEIDSPLAN OP STRAAT MOET SCHRIJVEN. 

Ik begrijp het; de politiek werkt anders. En subsidieverstrekking en aanbestedingen ook. Ik snap dat het om die reden vermoedelijk nog wel even zo zal blijven, dat sommige woorden gewoon herhaald in een strategisch beleidsstuk terug moeten komen. Swah.

Maar, als je als organisatie echt wilt luisteren naar je medewerkers. Als je echt wilt vernieuwen innoveren. Dan moet je het kantoor uitwandelen, de straat opgaan en om je heen kijken. De papieren werkelijkheid staat tegenwoordig verder van de straat dan ooit. De organisatie die weet hoe je die kloof oplost, hoe je zonder poespas werkelijk adaptief te werk gaat. Die organisatie is al vernieuwd, nog voor het op papier staat…. 

 

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.