De digitale buitenwereld: Privé of persoonlijk?

Afgelopen januari heb ik mezelf stiekem vrij gegeven. Niet zo stiekem dat ik in schizofrene situaties belande, maar stiekem genoeg. 99% kans dat u er zelfs niets van heeft gemerkt. Ik maakte mijn directe uren (sessies en lezingen), had afspraken over lopende projecten, communiceerde als ik er zin in had en daarnaast deed ik niets. Echt niets. Het ging zelfs zo ver dat ik er afgelopen week pas achter kwam dat ik ‘word’ niet meer had geopend sinds 10 december 2019. Dat wil wat zeggen. Innerlijk werkte ik harder dan het hele jaar ervoor; Ik wandelde uren, staarde voor me uit, luisterde naar lang vergeten playlists, heroverwoog structuren en herpakte vrijheid terug. ‘Op 1 februari zet ik er een streep onder,’ dacht ik. ‘dan moet het genoeg zijn‘. Gedurende januari waren er momenten waarop ik dacht dat het al klaar was, maar na 48 uur full-force kwam ik er dan achter dat er nog een weekje bij mocht. Kortom, u kunt zich er wat bij voorstellen.

Wat ik ontdekte afgelopen weken en waar ik naar toe wil in dit blog is: Onze persoonlijke communicatie naar de publieke digitale buitenwereld. Je komt er pas achter hoe scheef die vaak is, als je er zelf mee te maken krijgt. In een samenleving waar we steeds meer neigen naar transparantie en openheid, merkte ik dat dit communicatie-bruggetje helemaal nog niet zo overzichtelijk is. Niet voor jonge generaties, maar ook niet voor ouderen. Ik had afgelopen periode namelijk heus geen behoefte om overal te vertellen hoe het ècht met me ging. Is ook volkomen onnodig lijkt me. Tot ik iemand in werkcontext tegen kwam, iets over mijn januari-regime deelde, die me vervolgens vroeg; ‘Hoe kan het dan dat je zo vrolijk op LinkedIn dingen deelt?‘ Ik was even perplex. Maar een week later gebeurde het nog een keer. Toen kreeg ik de vraag ‘of ik er al ‘weer’ bij was‘ omdat ik iets optimistisch had gedeeld op sociale media.

Hier ontstaat volgens mij het onderscheid tussen privé en persoonlijk: Prive-processen deel je met geliefden, vrienden en familie. Het zijn thema’s en situaties die prominent in je leven spelen. Waarbij je je staande houdt of het soms gewoon even ‘uit moet zitten’. En in de regel gaat dat prima. Maar, op het moment dat je je persoonlijkheid meeneemt in je werk – wat we eigenlijk allemaal steeds meer ambiëren (!) zijn er momentopnames waarbij je ook wel eens iets van die kwetsbaarheid deelt. Dan maak je je privé-leven op een laagdrempelige manier persoonlijk. Zou je ditzelfde digitaal delen, dan is dat een soort equivalent van midden op de Dam op een zeepkist je diepste gevoel ten toon spreiden, waarna het in de landelijke krant zou belanden. Zouden we ook een beetje gek vinden, denk ik.

De Kunst van zelfmanagement

Het is hoe dan ook een fascinerend proces! Omdat het zoveel nuances en variaties kent, naar gelang je werk. Het uit zich al anders als je in een vast team, een bestaande afdeling, of met dezelfde mensen op het kantoor zit. Dan deel je 1x je shit en wacht je tot het over is. Je collegae gedogen, accepteren of knuffelen je en alles loopt los. Daarentegen zijn er ook organisaties waar het absoluut niet de bedoeling is dat je iets van je privé deelt, of zijn er teams die spontaan hun gebouwde cultuur over je heen storten en je je eigen-verwerkings-wijze los moet laten. En dan de digitale wereld nog: Het is er allemaal niet eenvoudiger op geworden. We willen transparantie, maar zijn lang niet altijd in staat om de manier waarop dat ontstaat, bij de ander te laten.

In mijn geval was de oorzaak van mijn strikt gekozen januari-regime meerledig. Afgelopen zomer had ik voltijd doorgewerkt (jaja, ik heb de functie van zomervakanties ontdekt ;)) bij een Amsterdamse brandweerkazerne. Het was het goede en het klopte. Toen ik in september aan een mini-vakantie dacht te beginnen (zorgvuldig gepland), had het leven echter andere interventies in petto. Ik leerde in sneltreinvaart hoe dimensies als ‘werk’, ‘privé’ en ‘persoonlijk’ nog behoorlijk complex in de vezels van de samenleving verweven zijn. We dènken allemaal wel dat we dit meesteren en begrijpen – maar bijvoorbeeld het verschil in dynamiek tussen loondienst en zelfstandig ondernemerschap creëert al onderscheid. We hoeven dat onderscheid wat mij betreft helemaal niet op te lossen: Als we begrip kunnen hebben voor de variaties van werk en het effect ervan op ons privé-leven zouden we collectief al winnen.

Voor een ondernemer is volgens mij de Kunst van zelfmanagement het meest waardevolle ingrediënt dat je bezit. Als je er zelf af ligt, ligt alles op zijn gat. Dan kun je niet even, met behoud van salaris, bijkomen. Financieel is dat te ondervangen. Emotioneel-mentaal ligt het wat complexer… En daar kan dus een vrije maand voor nodig zijn. ;) Laten we zeggen dat ik een mentale miscalculatie maakte en iets teveel op mijn omgeving vertrouwde voor voortgang en ontwikkeling. Harde les. Maar het zal ergens voor nodig zijn geweest en sowieso iets moois brengen.

Vertrouwen op het Vlinder-effect

Op de toneelschool bij het vak elementair spel leerden we een onderscheid dat vaker bruikbaar is: ‘Prive issues kun je nog niet gebruiken in je spel,‘ zei een docent ‘maar als je het verwerkt hebt en persoonlijk hebt gemaakt, dan kun je de emotionele herinnering gebruiken in je spel‘. Dit is net zo toepasbaar in het gewone leven. De mentale miscalculatie had me privé laten schrikken. Al is dat natuurlijk niet stoer om te zeggen. Dat doe je niet: zeggen dat je schrikt. Mijn energie, inzet, gegeven tijd en meebewegen met de context van de maanden ervoor – het voelde opeens flink zinloos. Al weet ik dat dat absoluut onwaar is, want elk moment is van waarde. Elke handeling draagt bij. Het vlinder-effect werkt altijd. Wat maakt dat je gewoon het Goede moet blijven doen. Ondanks het schijnbare, indirecte effect. Goed-doen is nou eenmaal niet een heel synchroon procesje. Het bestaat, maar doet niet aan chronologische tijd.

En ik denk dat dat precies de reden is, waarom het zo lastig is om er over te praten in een eerder stadium. Ik denk dat dit één van de grote uitdagingen van onze tijd is. Voor je het weet stopt iemand je in een gekaderd boxje. Want van onverantwoord diagnosticeren zijn we tegenwoordig ook niet vies (hoe vaak ik mensen zonder kennis van zaken anderen zomaar autistisch, narcistisch of bipolair hoor noemen is absurd… pff – maar da’s voor een ander blog). Dan zit je plots in een geharnast vestje van terminologie, gebaseerd op een korte ontmoeting met een flinke dosis aannames. Gevoelens zijn niet statisch. Die fluctueren voortdurend, maar omdat onze wereld steeds fragmentarischer lijkt te worden, lijken we dat soms onbewust te vergeten. We willen situaties blijven vangen, zodat we ons eigen gevoel van veiligheid zeker kunnen stellen. Dan hebben we nog enig overzicht, of zo. Wie bijvoorbeeld nú op sociale media schrijft dat hij zich verdrietig voelt, kan er zeker van zijn dat sommige mensen er over twee maanden nog van uitgaan. Dat komt niet door de digitale wereld (!) of gebrek aan empathie, maar doordat we onbewust nog steeds statisch naar het leven willen kijken. We nemen communicatie in de digitale (sociale) wereld voor altijddurende waarheid aan, terwijl dat soort berichten net zo vluchtig zijn als een praatje bij de bushalte.

Het is complexe materie. En we zijn er met z’n allen vast nog niet uit. Stukje bij beetje leren we, denk ik, steeds meer vertrouwen op onze eigen veerkracht binnen dit soort collectieve dynamieken. Op naar veel meer praatjes bij de bushalte dus. ;)


Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Annette Dölle . Theme by Viva Themes.
%d bloggers liken dit: