Het antwoord van de ene afdeling ligt vaak op de andere afdeling



Ik herinner me nog levendig het moment dat Tom en ik naast het politiegebouw aan de Johan Huizingalaan in Amsterdam stonden, ergens begin juni 2019. We kwamen net uit een sessie over de toekomst van team TEDS binnen de eenheid Amsterdam. Ik had Tom meegenomen, die bevelvoerder en instructeur is bij de Amsterdamse brandweer. Leek me een goed idee, en dat bleek achteraf ook zo. Als beide organisaties voor de veiligheid van de samenleving zorgen, dan is samen-werken wel het minste dat je kunt doen. Al zullen ingewijden je met liefde de sterkste verhalen kunnen vertellen over vroeger, toen de politie en brandweer niet altijd hand in hand gingen. Maar tijden veranderen en samen-werken dus ook.

Weet je wel hoeveel materiaal de politie heeft dat ze zelden gebruiken, en dat wij (lees: brandweer) ook wel eens nodig hebben, maar zelf aan moeten schaffen? En andersom net zo goed” zei Tom. “Dan kun je toch gezamenlijk van het materiaal gebruik maken?“. Ja. Zo complex moest dat niet zijn toch? Het obstakel is alleen dat dit over talloze schijven moet, dat er beleidsmatige denkers over gaan, terwijl de uitvoerende diensten met gemak weten hoe ze dit organiseren moeten. En dan loop je ergens vast in je organogram. Met de conclusie dat er niks gebeurt of in beweging komt. Tja, verzuchtten wij.

Multi-disciplinair werken met hetzelfde doel voor ogen


We reden vervolgens naar kazerne Victor, in Amsterdam Oost, waar we met de bezetting bezig waren om een Pride te organiseren. ‘Hoeveel zou je kunnen besparen?’ vroegen we ons in de auto af. ‘Welke operationele verbindingen zouden er kunnen ontstaan?’. Maar ook: ‘Als mensen van hun voetstuk stappen en delen gaan, gaat risicobeheersing ook sneller vooruit, kan het eenvoudiger innoveren en kan er meer aandacht naar de werkvloer’. Het is makkelijk praten als je over de A10 van A naar B rijdt…

Eenmaal op de kazerne vielen we met onze neus in de boter. Daar was de bezetting al hun ‘onbenut talent’ optimaal aan het inzetten. Benjamin, manschap op de kazerne, met een achtergrond in de informatica en systeembeheer – werkte aan een website voor de Pride. Michel, met dezelfde achtergrond, regelde ondertussen samen met Justin de communicatie en sociale media. Iemand met connecties in de muziek regelde technische zaken rondom een draaitafel, Ryan regelde de line-up rond de artiesten, Renske had het oog op de begroting. Tom onderhield alle contacten met gemeente, politie en ambulance en daarnaast pakten manschappen gedurende de dienst losse taken op. Allen met hetzelfde veiligheidsdoel: Een evenement waar niet alleen diversiteit en inclusie aandacht kreeg, maar vooral ook het brandveilig leven voor burgers. De zelfredzaamheid van burgers rondom veiligheid. Al kwamen we onderweg duizend hobbels tegen, achteraf was het een gestroomlijnde chaos. Uitgezoomd zie je immers altijd meer.

Maar, niet iedere afdeling was blij met de impact die het evenement had. Zeer begrijpelijk overigens. Als je opeens alles anders doet, en je kunt het als bezetting nog grotendeels zelf, en het lijkt dan ook nog te lukken, dan schrikken mensen uiteraard. Om vervolgens mee te bewegen of zich af te keren. Dat vraagt veel uitleg, nog meer geduld en gesprek.

Mythes ontrafeld


Een paar weken geleden was ik in ditzelfde kader bij het IFV (instituut fysieke veiligheid). Om daar te praten over leer- en ontwikkelprocessen. Na acht maanden brandweer was er een enorme nieuwsgierigheid bij me ontstaan naar het IFV. Ze zijn een soort CBR van de brandweer: Je doet het manschap-examen bij hen, maar mag het ergens anders leren (oefencentra) en bent daarna vrij om overal te helpen in nood. Door alle technologische ontwikkelingen van de afgelopen decennia, en het verhoogde eigenaarschap dat mensen tegenwoordig over hun leerprocessen pakken, is er veel beweging in onderwijsland. Dat kan niet anders dan ook bij het IFV zo zijn, dacht ik. Hoe zou het daar werken? Als twintiger heb ik al geleerd dat je ze dan gewoon moet bellen en een kop koffie moet vragen, en meestal komt dat goed. Zo geschiede.

Het IFV is gevestigd in één van de prachtigste gebouwen. Je kunt er – zelfs als jezelf serieus nemende volwassene – uitstekend verstoppertje spelen. Het heeft torentjes, zalen en kamers die vroeger als hotelkamer dienden. ‘Maar’ vertelde iemand me. ‘Het gevaar van zo’n gebouw is dat je elkaar soms niet tegen komt‘. Zeker waar. En, net zoals bij de politie en brandweer in Amsterdam, net zoals bij de afdelingen van een hulporganisatie, net zoals bij de organisatie van een Pride, speelt dit euvel bijna bij elke organisatie: Hoe gebruiken we elkaars kracht, kennis en vakmanschap optimaal?
De samenwerkingen worden meer en meer fluïde. Mensen kunnen veel meer dan wat in hun functieprofiel beschreven staat. Maar ook afdelingen beschikking over die (bijna) geheime gave. Talenten verbreden en er zijn onverwachte wendingen (dat noemen we in de corporate wereld dan opeens agile en lean ;)). Een antwoord voor een afdeling ligt steeds vaker op een andere afdeling. Maar aangezien we nog zo vast zitten in dat wat we kennen, willen we koste wat kost onze ‘plek’ beschermen. En ik kan me voorstellen dat torentjes dan magisch zijn, maar niet zo praktisch.

Er volgde een inspirerend gesprek met de onderwijskundigen. Met een verrassende conclusie die ik zelf ook niet aan zag komen: Er moeten wat mythes ontrafeld worden. ‘Want zij denken over hen, dat hen denken over zij, en dat zij dan denken, dat hen dat denken’. Jaja. Zo duurt het nog wel tien jaar voor er helderheid is. ‘Stel nou dat ik brandweermensen vraag naar hun aannames over het IFV, dan zijn we er toch snel genoeg achter welke mythes ontrafeld moeten worden?‘ Soort Mythbusters op onderwijsgebied. We knikten alle drie. ‘En’ lachte iemand. ‘Dat is een variatie van Mythburners‘. Ja, verstand van brand heb ik niet. Daar hebben we absoluut zeker de echte experts voor.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Annette Dölle . Theme by Viva Themes.
%d bloggers liken dit: