DIY: Wat te doen als je opgesloten zit bij een instantie van de gemeente.

Oké, kan gebeuren’, dacht ik. Ik stond met de auto in de stromende regen opeens voor een dicht hek. Echt dicht? Ik keek nog eens goed. Potdicht. Ik draaide de auto en reed naar het andere hek, dat direct leidde naar de duizenden fietsen op het fietsdepot in Amsterdam. Ook dicht. Aan het einde van het parkeerterrein was nog een hek dat verbonden was aan het bedrijf ernaast. Maar dat was ook op slot. ‘Dus... En nu?‘. Saillant detail in deze: Ik bevond me aan de bínnenkant van de hekken. Midden op het lege terrein.

Het was 12.40 uur op zaterdagmiddag en de regen kwam met bakken uit de hemel. Dat was ook de precieze reden geweest dat ik in de auto op het parkeerterrein had gezeten, terwijl ik nog even een kort telefoontje pleegde. Vlak daarvoor had ik tussen duizenden fietsen mijn eigen fiets getraceerd. Die was meegenomen nadat ze met een lekke band vijf weken – op dezelfde plek – tegenover mijn huis had gestaan. Door allerlei dagelijkse dingen had ik de band nog niet geplakt. Bovendien houd ik van lopen. Maar dat mag dus niet van de gemeente. Handhavers hadden blijkbaar een krijtstreepje op mijn band gezet als lichtgevend signaal. Dat zou ik móeten zien en als de donder in beweging komen. Maar ik zag geen streepje. Dus besloten ze dat het een ‘verwaarloosde fiets’ was en namen haar mee. Haar terugkrijgen kost me €35. Terugfietsen met een lekke band vanaf een industrieterrein is best lastig en plakken doen ze niet. Dan maar thuisbezorgen. Goh.

‘Wij sluiten om stipt 12.30 uur’

Maar goed. ‘Die dingen gebeuren nou eenmaal’ dacht ik ’s ochtends nog. Je kunt je er druk om maken, maar eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat praktische zaken me niet zo heel snel dwars zitten. Zaken van het hart des te meer, dan kun je me bij elkaar vegen. Maar dit? Nee. Geen stress waard. Gewoon regelen en doorleven. Dus conveskeerde ik alvast mijn roze kratje, verloor mijn portemonnee die ik terug kreeg van de jongen die na me kwam, en maakte in gedachten rekensommen van de absurde bedragen die over de toonbank van de gemeente gingen. Mini-antropologisch momentje op de zaterdag! Gezellig!

Maar ik had toen al kunnen weten dat het fout zou lopen. De laatste jongen – die na mij kwam en mijn portemonnee vond – kreeg zijn fiets niet mee. Signaaltje. Het was 12.31 uur. Stipt. Om 12.30 gingen ze dicht. Het was rustig, grijs en nat. Er liep verder niemand over het terrein. Maar het oordeel was onverbiddelijk. Hij werd terug gestuurd naar Haarlem. Zonder fiets. ‘Ja maar, alsjeblieft‘ probeerde hij nog. Nee. Verbouwereerd vertrok hij en liep ik naar de auto. Dit systeem had makkelijk door robots aangestuurd kunnen worden, want er was weinig menselijks in te herkennen.

Handleiding: Wat te doen als je opgesloten zit bij een instantie van de gemeente.

Met de auto stond ik nu midden op het terrein waar íedereen vertrokken was. Tussen dichte hekken. Het was inmiddels 12.45 uur. Nergens was een bordje te bekennen met de naam van een beveiligingsbedrijf. Ik zag geen camera’s. Het was een parkeerterrein met zes auto’s en ik. Hmm. Nu heb ik de mazzel dat ik al eens eerder opgesloten zat, al was dat in de jaren ’90 op een zonnige vrijdagmiddag op een Pabo in Assen. Ik had in de bibliotheek te stil zitten lezen en de conciërge was vertrokken zonder me te zien. Maar dan loop je als student door twee klapdeuren, gaat er een loeiend alarm af, bel je het nummer van het beveiligingssysteem en komt de conciërge een uur later, in zijn korte broek, chagrijnig de deur voor je open doen, omdat hij met een biertje in de tuin zat. Kijk. Dat zijn van die dingen die je kunt overzien. Nu moest ik even puzzelen.

14020. Hèt telefoonnummer van de gemeente. In het weekend vooral te bereiken voor mensen die vergeten zijn dat ze in een stad wonen met 834.000 mensen waar weleens geluidsoverlast een feestje is. 14020 zou vast en zeker het nummer van de leidinggevende van het fietsdepot óf het beveiligingsbedrijf hebben. Kortom: Iemand met een sleuteltje. En dan zou ik even wachten en bevrijd worden. Maar dat viel even vies tegen.
De meneer aan de telefoon begon een diepte-interview over hóe ik daar precies gekomen was. De aandacht was lief maar volkomen verkeerd getimed. ‘Ik zou graag eerst naar buiten gaan en u dan over mijn ochtend vertellen’ zei ik. ‘Ik zoek iemand met de sleutel‘. ‘Maar die kennen wij niet’, zei de meneer. ‘Ik wil achterhalen hoe u daar binnen gekomen bent, dan kunnen we kijken hoe u weer buiten komt‘. Hartstikke attent van de lieve meneer, maar ik was al 1.284 hoofdstukken verder. ‘Door het hek dat nu op slot zit’ antwoordde ik droog. Hij moest er zowaar om lachen. ‘Zal ik 112 maar bellen?’ stelde ik uiteindelijk voor. Hij en zijn collega (die er inmiddels bij gekomen was om mee te denken) vonden dat het beste plan. ‘U moet zeggen dat u fysiek opgesloten zit’, voegde hij er nog snel aan toe.

112. Politie Amsterdam.Meldkamer’. ‘Hoi, met Annette Dölle. Ik zit fysiek opgesloten op een gemeente terrein, maar er is geen doodsbedreiging‘. De mevrouw moest even giechelen. Ik ook. Het is gek als je de procedure kent, maar er dan als burger gebruik van moet maken. ‘Ik stuur wel een eenheid’ zei de mevrouw. ‘Heeft u een indicatie van de tijd?’ vroeg ik voor de zekerheid. Het was inmiddels 13.20 uur. ‘Aangezien er geen doodsbedreiging is kan ik dat niet inschatten, als er iets tussenkomt gaat dat voor’. Het leek me tot dan toe een vrij eenvoudige situatie en zeker niet problematisch, tot ik me realiseerde dat ik zo’n 10 kilometer buiten de stad, midden in het weekend, op een verlaten industrieterrein opgesloten stond. ‘Eh.. Lijkt me wel leuk als het niet nog drie uur duurt’. ‘Ik stuur ze iets sneller‘ zei de mevrouw. En dat was het dan.

Dan sta je daar. Had ik me even een bizarre puzzel te pakken. Project: Vind de sleutel. Op de politie wachten was slechts één van de opties uiteraard. Betekende niet dat ik niks zou gaan zitten doen in de auto. Ietwat geïrriteerd dat de meneer van 14020 niet inventiever was geweest besloot ik via Google het beveiligingsbedrijf te zoeken. Ondertussen vond ik de klantenservice van het Fietsdepot er met de minuut slechter op worden. ‘Dan moet je naar zo’n uithoek van de stad. Grijs en grauw. Met zo’n starre service. En dan hangen ze niet eens een bordje op wie je moet bellen in geval van nood. 81.000 fietsen slepen die mensen jaarlijks weg. Da’s 10% van alle fietsen in f*ckin Amsterdam. 10%. Zet er een koffie-corner bij. Kleed het wat vrolijker aan. Doe iets. Als ik hier uit ben, mail ik ze.’ In de tussentijd was ik drie beveiligingsbedrijven verder. Zette geen zoden aan de dijk.
Route 2. Mijn telefoon! Wie kon ik bellen? Ik zit in een WhatsApp-groep met een aantal brandweermedewerkers. Bingo. Die weten precíes hoe je ergens uit- of inkomt.

En uit het niets. Als een duveltje uit een doosje. Reed er opeens een wit busje naar het hek. TRIGION. Beveiliging. Ik stapte uit. ‘Wat fijn!‘ Ik werd verwonderd aangestaard. ‘Bent u van de gemeente?‘ vroeg de beveiliger. ‘Nee’, zei ik. ‘Ik zit hier per ongeluk vast. Bent u niet gebeld?‘ Nope. Hij reed toevallig zijn weekendronde door het gebied. En ging controleren bij het fietsdepot. Ik was vooral gefocust op de sleutel van het hek. Dat zult u begrijpen. We hielden het kort want de regen viel nog steeds stralend uit de hemel. Aan de overkant van de weg belde ik 112 terug om te zeggen dat de oproep uit de lucht kon. Het is beroepsdeformatie, maar zou bij burgers veel bekender moeten zijn. ‘Bedankt dat u terug belt!’ zei de centralist. Ik appte de brandweervrienden. En misschien bel ik maandag 14020 nog even met een plan voor robots, koffie, vrolijke plantenbakken en een bordje met noodnummers. ;)

© 2020 Annette Dölle . Theme by Viva Themes.
%d bloggers liken dit: