waarom je 21st century skills over kunt slaan en toch in moet zetten op digitalisering

Zodra je in het onderwijsveld iets doet met digitalisering kom je in een wonderlijk hokje terecht. Een hokje dat niets meer met inhoud te maken heeft, maar met middelen. En waar je verstand het opeens ook niet meer blijkt te doen. Door de jaren heen heb ik geleerd hier om te glimlachen, en vertraagd het gesprek voort te zetten. Benoemen doe ik het wel; anders verdwijnen de hokjes immers niet.

Ook denken mensen vaak dat je idolaat bent van de opgestelde 21ste eeuwse vaardigheden als je gelooft in de kracht van digitale middelen (al dan niet op school). Ai, en daar gaat de aanname mank. Want we trappen met die kaders in een weeffout die we al eerder maakten: Iets vastleggen dat juist om wendbaarheid vraagt.

Voor wie ze niet kent: De 21ste eeuwse vaardigheden is een rijtje vaardigheden (èn attitudes) waarmee je kreukvrij de 21ste eeuw door zou kunnen komen. Er staan zaken in als kritisch denken, creativiteit en communiceren. Ik hoor u al: ‘Deden we dat in de 20ste eeuw dan niet?’ Exactement! Dat deden we toen ook. Althans, ik wel. En ik leerde het ook aan anderen als ik les gaf. Het model is daarnaast aangevuld met gedragingen die je nodig hebt bij de impact van de digitale wereld. Dit zijn bijv. mediawijsheid en digitale vaardigheden. Hartstikke functioneel. Aangezien we daarin collectief wel wat hulp kunnen gebruiken. Ik ben de laatste die dat zal ontkennen. Maar als de verzameling simpelweg ‘Digitale Vaardigheden’ had geheten, dan waren we er ook geweest.

DE JAREN TACHTIG EN DE 21STE EEUWSE VAARDIGHEDEN

Trouwens, een aardig feitje over de 21ste eeuwse vaardigheden is dat ze in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld zijn. Ik bedoel maar. Zodra de computer meer in huiskamers en kantoren terecht kwam, groeide ook de drang naar overzicht en beheersbaarheid. Grip op die parallelle wereld, waar we de uithoeken nog niet van kenden. Er kwamen lijstjes, en toen nog meer lijstjes.

In Nederland werd vanuit de overheidsinstituten een archief aangelegd en kwam er een vertaald en aangepast taartdiagram. Elke samenleving geeft er toch zijn eigen draai aan. Maar hoe dan ook – iedereen begon met vastleggen: De OECD, talloze universiteiten, kennisinstituten en consultancy bureaus. In 2015 kwam het World Economic Forum een stuk met een nieuwe visie op educatie. En de rij gaat de komende jaren zonder twijfel door…

Je kunt als je wilt weken – nee, maanden doorlezen en daarmee inzichten van anderen op doen. In 2017 en 2018 maakte ik die fout, toen ik in een co-auteurschap een boekje over onderwijs schreef. Doordat het veld dogmatisch zoekt naar zekerheid, ging ik daar onbewust en onbedoeld in mee. Ik kan rustig zeggen dat ik er een stukje van mezelf in kwijt raakte, dat je pas terug vindt als je afstand hebt. Nu heb ik zelf van nature niet veel met tijd, en nog minder met afbakeningen – maar als we in de jaren tachtig al een skillset aanlegden voor een eeuw die er toen nog niet eens was… dan snapt zelfs mijn nichtje van zes dat dat een onzinnig voorschotje is. Je trekt ook geen Sinterklaaspak aan als je in een Paasweekend op zoek gaat naar eieren in de tuin.

ZE ZIJN WENDBAARHEID VERGETEN

Het complexe van dit alles is dat mensen die de vaardigheden moeten onderwijzen zelf vaak niet al-te-up-to-date zijn. Dat is helemaal niet erg, maar we moeten stoppen met doen alsof het niet zo is. Als je bijv. mediawijsheid aan anderen wilt trainen, is het wel handig dat je boeken als Factfulness kent, weet wat De Speld is en hoe FTM onwaarheden in de journalistiek aanpakt. Voor mij begint dit bij iedereen die vanaf groep 8 op de basisschool lesgeeft. Deze zaken kun je integreren in andere lessen, en hoeft echt geen apart vak te zijn. We hebben ze allemaal dagelijks nodig.

Zodoende doe ik weinig met samengepakte vaardigheden-setjes, maar werk wel met losse elementen. Daar heb je toch geen taartdiagram voor nodig? Digitale middelen, digitale inzichten en digitale vaardigheden zijn noodzakelijk om ons te helpen om in het nú de beste en meest gezonde keuze te maken. De ontwikkelingen in deze eeuw (maar wellicht ook in de renaissance, voor wie er toen was) gaan zó snel, dat we niet op tijdelijke programma’s moeten leunen (zoals word, excel en powerpoint) maar onze wendbaarheidsspier moeten trainen, om mee te kunnen bewegen. Zodat we niet verstarren in taartdiagrammen, maar de instituties juist iets los laten en zelf op avontuur gaan.

Evidence Informed is een steeds meer gebruikte term om aan te geven dat we kijken naar de vondsten van wetenschappelijke instituties, maar dat het niet zaligmakend is. Empirisch verkregen ontdekkingen gelden net zo serieus mee in de opbrengst van het onderzoek.
Op het gebied van digitalisering is evidence informed werken wat mij betreft de enige mogelijkheid.
Software ontwikkelt waar je bij staat en nieuwe technologische verbanden (zoals robotisering en domotica) gaan sneller dan het licht. Empirie is daarin leidend, omdat wíj zowel de makers als gebruikers van digitale middelen zijn, en niet andersom. Als je wetenschappelijk en kwantitatief aan de bak wilt, is de toepasbaarheid (en gebruiksvriendelijkheid) al weer veranderd voor je je onderzoeksconclusie hebt. Water naar de zee dragen.

Willen we mensen (kinderen, jongeren, adolescenten en volwassenen) trainen in dergelijke vaardigheden als de ontelbare lijstjes van de 21ste eeuw, dan hoeven we enkel de deur naar de wereld open te gooien en elkaar te helpen. Met beweeglijkheid en diversiteit. En met het ego een stapje opzij. Komt het vanzelf goed: Gebruik wat voor handen is, volg je gevoel, en denk na over nieuwe perspectieven.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2021 Annette Dölle . Theme by Viva Themes.
%d bloggers liken dit: