Digitaal tuinieren: Hoe je je ontwikkeling digitaal monitort

De term ‘digital gardening‘ leerde ik in het vroege voorjaar van 2020 kennen via Maggie Appleton. En daar stuitte ik weer op dankzij Marieke van Dam die op een terrasje vrolijk suggereerde dat ik digitaal tuinieren vast wel ‘wat’ zou vinden. Dat bleek een understatement! Er ging een spotlamp aan en honderden puzzelstukjes vielen in elkaar. In diezelfde periode (eerste lockdown) kwam ik ook Notion en RoamResearch tegen als nieuwe digitale tools. Die ontdekte ik via Nesslabs – een ‘digitale tuin’ van Anne-Laure LeCunff dat in datzelfde voorjaar omhoog plopte alsof het de eerste voorjaarsnarcissen waren. Omdat Anne-Laure neurowetenschap studeert aan King’s College (London) transformeerde ze haar bestaande platform naar de beste personal-knowledge-bank die ik ooit tegen kwam. Ik zal je zo meer vertellen over de pragmatische magie van digitale tuinen, maar eerst de term:

‘Digital Gardening’ is (net als de meeste ‘innovaties’) al een oudje. Het is bedacht door Mark Bernstein rond 1998, en beschrijft simpelweg het verzamelen en onderhouden van digitale content. Je kunt het zien als het opruimen van je kast waarbij je dingen weggooit, verplaatst of afstoft. Door de jaren heen werd digitaal tuinieren steeds meer verbonden aan personal knowledge management. Deze term stamt ook al uit eind jaren negentig en gaat een stapje verder dan het opruimen van je kast. Het persoonlijke en professionele ontwikkelingsaspect speelt hier tevens een belangrijke rol. ‘Hoe onderhoud je je persoonlijke professionele ontwikkeling?‘ en ‘Waar geef je voeding aan? Waar wied je? En hoe ontwikkel je in het geheel?’ (note: Ik combineer de woorden persoonlijk en professioneel in deze bewust, omdat je je persoonlijkheid áltijd meeneemt naar je werk, terwijl je je privé-leven thuislaat).

PKM was lang een ondergeschoven kindje binnen bedrijven en organisaties omdat je er vanuit ons westers managementdenken ogenschijnlijk geen geld aan verdient als je werknemers hier veel tijd en ruimte voor geeft. ‘Wat hebben we als bedrijf aan jóuw persoonlijke ontwikkeling?‘. Maar deze insteek is langzaam stervende, en het wordt steeds duidelijker dat de organisatie wint als de medewerker wint. (win-win-win). Zodoende ontstaat er steeds meer aandacht voor Personal Knowledge Management, en rolt het Digitaal Tuinieren daar als vanzelf achteraan.

De huidige eindtwintigers/begindertigers omarmen dit proces vrijwel vanzelf. En als je jezelf even trakteert op een kleine digitale dérive (in het Nederlands: digitaal dwalen en vlinderen) kom je een wereld aan jong volwassenen tegen die – net als Maggie Appleton en Anne-Laure LeCunff – creëren, monitoren en ontwikkelen tegelijk.

Tijdens de eerste lockdown heb ik vooral Amerikaanse en Britse webinars en zoom-sessies bezocht. Ik kwam daar mensen tegen die autonoom, creatief èn vriendelijk waren. Het was een hefboom die ik al jaren wilde, maar waar ik toen eindelijk de tijd voor had nam. Zo rolde ik van het ene verhaal in het andere. In diezelfde periode startte ik mijn online speeltuin (die nu alweer ernstig toe is aan herziening!) en gebruikte daar Podia voor. De eerste weken werd ik weggeblazen door hun klantvriendelijkheid! Het scheelde niet veel of ik had bossen bloemen naar NewYork gestuurd, enkel uit dankbaarheid. (serieus, ik ben een eitje als het op vriendelijkheid aankomt).

In tegenstelling tot veel ondernemers ben ik in die periode vooral naar binnen gegaan. Daardoor kon ik bakken aan nieuwe kennis opdoen. Ik had tevens genoeg te verwerken, en kreeg de kans om langer te kijken dan gewoonlijk. Een transformerend proces doorloopt in de regel drie grote stappen (en honderden kleintjes): (1) Van het zien van ‘het buiten’ – (2) naar binnen – (3) en dan pas weer naar buiten. Die eerste stap onderschatten mensen vaak. Omdat ze dan zo in de put zitten, vergeten ze dat er ook een reden is waardoor ze er in gevallen zijn. Ik vertrouw in die zin op de werking van de vrije wil, en ben van mening dat je je eigen wereld creëert: Níet in de omstandigheden, maar wel in dát wat je er mee doet. Het is daarom belangrijk je omstandigheden eerlijk te bekijken. Sommige omstandigheden zoals een pandemie, oorlog of ziekte komen onverwacht, die moet je gewoon accepteren. Maar o.a. je werk, relaties, hobby’s en woonomstandigheden heb je aardig in de hand (dit ligt uiteraard genuanceerder dan ik nu schets).

Tijdens de eerste lockdown heb ik al die delen in mijn leven extra goed bekeken. En toen ik parallel aan dat persoonlijke proces allerlei intelligente, snel-denkende en creërende werkwijzen tegenkwam zoals digital gardening en nieuwe digitale tools, was de combinatie snel gemaakt. Er ontstond een soort Efteling waarin ik mocht ontwikkelen èn creëren tegelijk! Een walhalla!

Een win-win-win creëren met digital gardening

De oplettende lezer zal snappen dat ik alweer een tijdje in de laatste fase van het ‘naar buiten gaan‘ zit. ;) De fase waarin verbinding weer van waarde is.

Toch blijft monitoring ook dan belangrijk: Een ontwikkelingsproces dat je verfijnt loopt het risico in het slop te raken als je niet bewust oplet. In editie #6 schreef ik over de kanban op mijn keukenmuur – Het is één van de fijnere inzichten die ik op deed dankzij mijn digitale tuin. Monitoring begint altijd bij jezelf. Je bouwt het immers niet voor de ander, of om er mee te showen. Maar om je eigen dagelijkse en werkende leven lekkerder te maken. Van daaruit ontstaat ruimte om te communiceren. Dat kan met collegae zijn, je team of de organisatie waar je werkt. Of juist (nog net even) niet.

Digitaal Tuinieren en PKM kunnen hierin een prachtige hefboom voor samenwerking zijn. Want.. Een wij bestaat uit meerdere ikken’. Het is onderhand een slogan die ik in bijna elk organisatie-traject wel een keer of drie uitspreek. Voor veel teams blijkt het best nog wel een klus om te begrijpen dat een individu ruimte (en dus tijd) verdient voor zijn unieke leerproces, maar dat je daarnaast ook absoluut moet zorgen voor verbinding. Dat het noodzakelijk is om te zíen waar iemand zich ontwikkelt, binnen het geheel.

Als er namelijk te weinig onderscheid binnen een team of organisatie mag zijn, beland je in een situatie die voor iedereen ongezond is. Het familiaire aspect slaat dan door. Hoe leuk en gezellig het in eerste instantie ook bedacht is. Een vriendin van me noemt dit ‘disfunctionele netwerken‘, zelf heb ik het vaak over ‘amoebes‘ en laatst hoorde ik iemand ‘parasitaire gedragscodes‘ zeggen. Maar welk woord je ook kiest: Als er geen individuele vrijheid mag zijn, is elke groep gedoemd te falen.

Andersom kan echter ook: Als het individualisme doorslaat. Dit creëert een ongezonde sociale fragmentatie, waardoor uiteindelijk competitie of concurrentie de overhand neemt. Er ontstaat wantrouwen, waardoor mensen hun dromen of ideeën niet meer durven te delen.

Tussen familiair en fragmentarisch ligt trouwens een dun lijntje: Mensen willen zich ontworstelen aan het verstikkende systeem, proberen hun verhaal te delen, maar de heersende (familie-)cultuur wenst dat je met je kop onder het maaiveld blijft en je mond houdt: Slikken of stikken. Anders gezegd: Je stem gaat verloren.

Digitaal Tuinieren en Personal Knowledge Management kunnen hierin als een lichtend baken functioneren. Je creëert een eigen digitale plek van waaruit je in ruimte en authenticiteit je ontwikkelingsproces kan monitoren.

bron. http://www.dragondreaming.org

Samenvattend: Als het individu mag en kan ontwikkelen, monitoren èn creëren tegelijk, dan is autonomie geborgd en kan er van daaruit veiligheid en verbinding groeien. Dat leidt naar collectieve waarde en winst.

Dragon Dreaming noemt dit de win-win-win situatie: Persoonlijke Groei – Community Building – Sociaal en Maatschappelijke waarde.

Let op… Het is een en-en-en. Geen of-of-of. Precies om deze reden moet iedereen gehoord worden binnen een samenwerking en hebben bijv. verborgen agenda’s en achterdeurtjes een zeer destructief effect op de veiligheid. Verbindingsbruggen (o.a. vertrouwen, communicatie) tussen de losse elementen spelen een belangrijke rol.

bron. annette dölle

Dit schema is een zeer-simpel opstapje. Ik vermoed dat ik later een uitgebreider stappenplan maak in dezelfde stijl.

Wil je een digitale tuin waar mensen mee kunnen kijken naar alles dat groeit en bloeit? Of is je digitale tuin privé en voor jezelf? Bedenk vervolgens of je analoog of digitaal wil werken (Duh..). Betrek daarna je content-stijl erbij: Hoe wil je je content plaatsen? In korte notities (<200 woorden), alinea’s, verhalen, beelden of iets anders? Pas daarna kijk je naar de passende tool. En neem je tijd om te kiezen. Kies je een ‘nieuwetijdstool‘ (eentje uit de hoek van Notion, Roam, Logseq of Workflowy) of een oldskool blogsite?

Een voorbeeld: In 2018 vertelde Joost Plattel me over Obsidian. Hij legde me uit dat hij voor vrije projecten de tool Workflowy gebruikte, en voor zijn dagelijks werkschema de tool Obsidian. Enthousiast dook ik er in… Om al snel te ontdekken dat de interface van Obsidian (in 2018) niet zo geschikt was voor de toepassing die ik toen zocht. Maar een paar maanden geleden bekeek ik het weer omdat ik nu op zoek ben naar een tool waar ik een visueel veld mee kan maken van alle data die ik er in stop (zo’n mooi atomen-veld). Een totaal andere toepassing dan in 2018. Dit keer lijkt Obsidian absoluut wèl de geschikte kandidaat! (Al komt KUMU ook in de buurt, en ben ik er nog niet helemaal uit).

Welke tuin-architectonische voorbeelden kennen we?

Een voorbeeld kan goed helpen om je een eindje op weg te helpen. Hieronder vind je een paar van de ontelbare digitale tuinen die ik tegen kwam. Maggie Appleton, Mark Bernstein en NessLabs ken je al. Laat je verrassen door onderstaande tuinders:

Melanie Richards heeft een prachtige site gebouwd. Al dan niet de mooiste die ik zag. Daarom begin ik met haar. Hier zie je dat een digitale tuin een heel persoonlijk tintje heeft – zelfs als je enkel boeken deelt!

Joel Hooks legt in een notendop uit waarom zijn blog geen blog is, maar een digital garden.

Mark McElroy – een super hulpmiddel als je wilt kiezen tussen Roam en Obsidian. De hele site van Mark McElroy is een aanrader. Hij deelt een combinatie van zijn inzichten met praktische tools en stappen die je zetten kunt om daar te komen waar je heen wilt.

Aaron Lewis waar ik tegen aanliep is daarin een beetje hetzelfde als bovenstaande Mark. Maar Aaron is van een andere generatie, heeft een andere lay-out en deelt – ondanks zijn lineaire opzet – zijn random gedachten en processen.

Tom Critchlow is er voor de geavanceerde tuinder – Hij bouwde een wiki in Jekyll op Github. Ik heb technologisch bar weinig kennis, al begrijp ik na al die jaren wel wat er staat. Een kijkje waard als je ervarener bent!

Jeremy Nixon daarentegen heeft een on-uitputtelijke lijst (absoluut niet overdreven!) in Google docs gemaakt. Het heeft iets van NAVAL’s boek, maar is minder briljant (als ik dat al zo mag zeggen). Ik begrijp de waarde van de Google Docs niet helemaal, maar dat zal absoluut aan mij liggen en niet aan het systeem. Het is soms juist extra waardevol om iets te bekijken dat ‘schuurt’ – waarvan je eigenlijk weg wilt.

Hoe ik het aangepakt heb:

Alles dat ik doe is een mengeling van talloze boeken, verhalen, werkwijzen en tools die ik onderweg tegenkom. Ook in dit geval. Ik denk daarom ook dat er niet één weg naar Rome is, maar dat er elke dag nieuwe paadjes aan de horizon verschijnen waar je voeten zich thuisvoelen. Dat gaat vanzelf. Het is geen uitgestippelde utopie, maar een ontdekkingsreis die elke dag verrassingen brengt.

Ik kan je wel vertellen hoe ik reis. Welke vrijheid ik mezelf geef, en welke vragen ik mezelf stel. Toen corona begon wist ik vrij snel dat ik mijn digitale tuin publiek wilde delen. En dat ik er veel meer mee wilde: Met metacognitie binnen organisaties, Reflectief Kapitaal en bottom-up werkprocessen binnen de overheid. Maar het persoonlijke proces waar ik toen doorheen liep was echter zo kwetsbaar dat het me op dat moment niet lukte. Dat zou mijn groei teveel verstoren. Maar nu mijn tuin weer sterk en krachtig staat, en de thema’s glashelder staan, krijg ik juist weer veel energie van delen.

Hieronder deel ik met je welke stappen ik nam om mijn binnenwereld te vertragen, en tegelijk te prikkelen om tot hernieuwde antwoorden te komen rondom het bouwen van een digitale tuin.

Ik stel mezelf veel generatieve vragen. Dit zijn vragen waar je elke dag een ander antwoord op kunt geven, dat voor iedereen verschillend is, en verbindend en inspirerend werkt. (Gervase Bushe heeft hier veel over ontwikkeld).

  1. Ik stelde mezelf een generatieve vraag (Bushe & Fry): ‘Hoe ziet het eruit als ik de meest ideale publieke digitale tuin heb, waar ik plezierig en moeiteloos al mijn tijd en energie aan had willen besteden?’
  2. Ik maakte een creatiemanifest van de antwoorden op mijn vraag.
  3. Ik stelde mezelf de vraag wat er als eerste moest gebeuren om 100% van mijn manifest uit te laten komen.
  4. Ik tekende eerst op papier hoe ik wilde dat de bedding er uit moest zien, zonder een tool te kiezen.
  5. Toen koos ik een digitale tool om in te bouwen. Ik werd de tuinder waar George Martin (schrijver Game of Thrones) het over heeft in deze geweldige YouTube video: De tuin leg je aan, maar de rest mag zich ontvouwen.
  6. Ik koos items/thema’s waarover ik mijn processen wil delen. Veilig, maar wel zo breed dat ik alles er in kwijt kan: Een vrijheid in verbinding (met dank aan de Dalton basisschool uit mijn jeugd).

En nu dan? Een eenmalig tweede deel.

Ik streef ernaar deze reeks als losse afleveringen te kunnen plaatsen. Maar digitaal tuinieren zit zó in mijn hart en heeft nog veel meer wijsheid te bieden, dat ik eenmalig een deel 2 toevoeg aan het thema. Stay Tuned! In deel 2 van ‘Digitaal Tuinieren’ neem ik je mee in de magie van notities. Want poeh he, daar is ook nog een wereld in te ontdekken…!

Mocht je in de tussentijd meer willen lezen, dan kun je ook het hoofdstukje ‘digitaal gereedschap’ lezen uit ‘Bottom Up bij de Overheid’ (politie editie). Ik schreef dit afgelopen jaar. De download is gratis, en de papieren versie kun je voor €1 + verzendkosten bestellen via mijn mail [als je in het veiligheidsdomein werkt krijg je de papieren versie gratis. Dit is omdat de politie organisatie de drukkosten gefinancierd heeft].

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2022 Annette Dölle . Theme by Viva Themes.
%d bloggers liken dit: