Dit blog begon zonder titel. Meestal werkt het andersom, althans bij mij. Dan suddert er een one-liner. Of kauw ik op een uitgangspunt waar ik mijn gedachten niet omheen gevouwen krijg. Schrijven helpt. En hoe eenvoudig is het om dat direct publiek te maken? Groot voorstander ben ik er van: Publiek Leren. Zodat we er allemaal iets aan kunnen hebben en zo (hoop je dan) als collectief groeien.
Maar dit keer sudderde er geen titel, one-liner of uitgangspunt. Het was een sluimerend gevoel. Dat zich de laatste maanden al een paar keer omgedraaid had in mijn maag…
De afgelopen vijf jaar begon ik het idee van Publiek Leren te her-evalueren. Zonder dat ik me er echt van bewust was. Ik schreef stukjes en sprak me heus wel uit. Ik deed projecten en deelde mijn uitgesproken visie over onnodig bureaucratische processen. Ik zette Digitaal Tuinieren (een héél klein beetje) neer en sprak veel mensen over Reflectief kapitaal. Dat beide gestoeld is op directe menselijke verbinding. Tussendoor verwerkte ik een groot verlies en leerde opnieuw ademhalen en vertrouwen. Het leven in een notendop. Voor het oog van social media produceerde ik genoeg en deed leuke dingen. Inwendig twijfelde ik té vaak.
Een Kantelende Digitale Wereld
De vraag die maar bleef resoneren: Is het nog wel zo’n goed idee om je tijdens je denkproces uit te spreken? Zijn mensen nog betrouwbaar op die kwetsbare laag?
Laat ik er geen doekjes omwinden. De naïeve openheid die ik de afgelopen dertig jaar rond het delen van mijn lessen, inzichten, processen, falen, successen en onderzoeken heb gehad, was in díe specifieke tijd een goed idee. Ik ben enorm dankbaar voor de decennia waarin ik opgroeide! Maar door de kanteling in de digitale wereld – waarbij we van een creatieve, liefdevolle openheid naar een wereld zonder waarden gingen, vraagt om iets anders.
Hoe naïef ben je als je er volhardend op vertrouwt dat collectieve groei ontstaat als je deelt? Helpt het bij je gelijkwaardige verbindingen? Ontstaan er verdiepende gesprekken? Hoe groot is de afgunst en jaloezie in deze tijd? En hebben mensen wel het beste met jou, zichzelf en de wereld voor?
Zoals ik al zei, ik had absoluut niet in de gaten dat dit grotere thema zich op de achtergrond voltrok terwijl ik me vooral afvroeg wat ik zelf verkeerd had gedaan anders kon doen. En dat was maar goed ook.
Mensen die willen uitrusten
Het begon me zo’n tien maanden geleden op te vallen binnen de ontwikkelingstrajecten die ik begeleid. Onderlinge spanningen binnen teams werden groter. De hulpvraag van leidinggevenden verschoof. Natuurlijk, de wereld staat in brand. We hebben oorlogen op te-veel gebieden, wat op geen enkele manier voor wie dan ook gezond is. Vooral als je geen oplossingsperspectief kunt bieden. Dat creëert op lange termijn een machteloos gevoel, zelfs bij mensen die er relatief ver weg van staan.
Binnen trajecten liep ik een paar keer vast (voordat het te beeldend in je hoofd wordt: 2 losse momenten in 3 jaar). Op een manier die ik niet van mezelf ken. In alle gevallen vloog ik hulptroepen in, had supervisie en reflecteerde tot ik een ons woog.
Om een maand of zes geleden tot de noodlottige conclusie te moeten komen: Ik had steeds meer moeite met deelnemers die niet willen ontwikkelen. Los van mij en los van de context.
Dit was nieuw en kende ik niet. Mensen die oprecht niet willen ontwikkelen, nieuwsgierig zijn of iets nieuws willen leren. Wat ze wel willen? Vooral rust. En met rust gelaten worden. Ze willen in een zaaltje hun tijd uitzitten, maar je mag geen beweging van ze vragen. Of ze überhaupt bevragen. Ze zijn er moe van om door hoepels te moeten springen of zelf een hoepel te moeten regelen. Ik zag mentale vermoeidheid met externaliserend gedrag (om maar even in jargon te blijven).
Kun je het ze kwalijk nemen? Ik denk het niet. Rust wensen is een heel legitieme leervraag. Zodra dit mag bestaan kun je onderzoeken hoe het gevonden kan worden. Het wordt pas een obstakel als er iets voor gedaan moet worden.
Iemand die rust wil heeft níet de intentie om te bewegen. Dit gaat logischerwijs schuren – Zie hier de paradoxale uitdaging. In plaats van te trekken liet ik los, wat in de begeleidingskunde een vrij basale interventie is. Ik creëerde ruimte, gaf mogelijkheden voor reflectie en ontspanning. En gaf netjes alles terug.
Maar inwendig bleef er iets knagen. Dit kon toch niet de conclusie zijn? Dit is toch niet waar we als samenleving naartoe willen? Ik voelde me steeds vaker een lesboer die niet meer deed wat de bedoeling is. Hoe kwetsbaar of risicovol dat ook zou kunnen zijn. Ik stemde toe door niet in te grijpen op een hoger niveau. Iets dat ik tot de pandemie wel altijd deed. Ongeacht de consequenties die dat voor mezelf had.
Wij zijn ons
Ik kan als begeleider (aka. trainer/adviseur/supervisor) niets doen als de ander iets wil hebben zónder daarvoor in beweging te komen. Behalve benoemen wat ik zie. Daar stopt de macht die ik wil en heb. Dit kan ik allicht nog in een paar talen communiceren – Kleine moeite. Maar ik ben geen langspeelplaat die in een groef blijft steken. Dus komt er een moment dat ik moet teruggeven dat ik niet de juiste persoon ben en wat mijn vermoedens over de toekomst zijn. Als iemand mazzel heeft trapt een leidinggevende in de passiviteit van de medewerker en krijgen ze het alsnog voor elkaar om niet te hoeven bewegen. Maar dan ben ik al weg. Zo is het nou eenmaal.
Dacht ik… Dit dacht ik echt lange tijd. En met mij denken talloze mensen dit. Maar zo worden we omstanders.
Je kunt het gelukkig ook omdraaien! Het is mogelijk om te delen wat we ontdekken onderweg. Om manieren te vinden waarin casuïstiek opgetild wordt en tot generieke lessen leidt. Want, wij is ons. En als het over ons gaat dan hebben wij er iets in te doen.
Als alles achter gesloten deuren blijft bestaan, leert niemand iets. Dan blijven we klagen. En het analyseren in talkshows. Het wordt een vicieuze cirkel van klagen en analyseren. Naar klagen en analyseren. Dan ontstaat er impasse.
Politiek-Publieke Sensiviteit
Waarom de realiteit binnenskamers houden dan toch best een goed idee lijkt? Omdat de kans dat je uitgesloten wordt veel mensen stil houdt. En dat is begrijpelijk. Het leert je om op een omslachtige, politieke wijze te communiceren. Het daagt uit om niet te zeggen wat je zeggen wilt. Net zolang totdat je het zelf ook gelooft. Tot je het spel meespeelt en zo millimeter voor millimeter vooruit probeert te komen. Totdat je zelf ook gelooft dat dit het juiste tempo is. Kun je het ze kwalijk nemen? Ik denk het niet.
Analyseren is veiliger dan er iets aan te doen.
Beschouwen hoe het anders kan is veiliger dan het anders te doen.
Een ander afkraken is veiliger dan reflectief naar jullie samen te kijken.
Iets afwijzen is veiliger dan het licht er op te schijnen.
Dit is geen kritiek. Dit is logica: We willen veilig zijn. Terecht. Zeker in deze tijd. Waar onveiligheid zich ongezien als zuurstof door het luchtruim beweegt.
Veilig zijn en Uitrusten
Pas toen ik me realiseerde dat Publiek Leren juist helpend is voor de mensen die willen uitrusten en veilig-zijn, zag ik de mogelijkheden weer. Wat we collectief willen is niet zo vreemd. We moeten het alleen aan de voorkant hardop durven zeggen. Ruimte leren scheppen in de voorwaarden.
Een paar weken geleden was ik bij een team dat dit uitstekend beheerst. Ik begeleide een intervisie waar we begonnen met het maken van een MiaMia. Dit is een werkvorm die ik tien jaar geleden ontwikkelde als tijdelijke werkovereenkomst tijdens projecten. MiaMia betekent in aboriginal taal letterlijk ‘een tijdelijk afdakje‘ dat nodig is als je in een weerbarstige natuur leeft.
In de werkvorm vraag ik je naar persoonlijke dealbreakers in plaats van je waarden en normen. Ik bevraag – secuur en zonder consequenties – wanneer iemand het team zou verlaten. Wanneer iets onherstelbaar kapot is. Daarna kantel je dit 180 graden naar wenselijk en concreet gedrag. Op deze manier blijf je weg van vage bewoordingen zoals respect en integer (waar ik nog nooít twee mensen dezelfde kenmerken over heb zien geven) en kom je terecht in praktische gedragshandelingen.
Voorbeeld: Iemand die weggaat als hij niet mag opkomen voor een ander, blijft als hij open mag zijn over wat er werkelijk plaatsvindt. Als hij mag zeggen wat hij ziet. Dan zet je dat laatste als gedragsafspraak in de MiaMia: We mogen zeggen wat we zien.
Ik doe deed deze werkvorm vooral als de onveiligheid hoog is. Dat smeer je uit over een dagdeel om een fundament te bouwen. Je neemt je tijd. Met een team waar transparantie zegeviert kun je doorbouwen op de teamenergie.
Dus toen ik een paar weken geleden als opening een mini-versie van de werkvorm wilde doen bij een team dat de grenzen van elkaar allang kent en respecteert, verwonderde ik me over de extra gelaagdheid die vrij kwam. Dit team, dat ik al zo ontvankelijk en sterk zag in hun reflectie en sociale vaardigheden, gebruikte de gelegenheid om nog dichter bij zichzelf te komen. Ze lieten me zien wat deze extra ruimte kan doen, als je elkaar de ruimte geeft om nog verfijnder te zeggen wat je nodig hebt.
Achteraf is lijkt alles makkelijk
Achteraf is niet alles makkelijk. Deze tijd is niet makkelijk. Deze maatschappelijke processen zijn niet makkelijk. Maar we kunnen het onszelf wel makkelijker maken. Door iets vaker Publiek te Leren.
Niet te veinzen over hoe fabelhaftig reflectief we zijn (da’s een tak van sport waar je maar beter omheen kunt lopen). Maar door reflectief te doen. In het moment te handelen. Je excuses aan te bieden als het nodig is. Nieuw gedrag te experimenteren en het erbij te zeggen. Te zeggen wat je waarneemt. Te stoppen met meepraten. Uit te rusten als je het nodig hebt. En je ten alle tijden veilig te voelen. Op welke plek in de context je ook staat. Voor een groep, naast een groep of in een groep.
Conclusie? Ik leer weer hard op.
.
.

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.