Afgelopen weekend hoorde ik vanaf mijn balkon Islamitische gebeden uit de ramen van buurtbewoners èn muziek van het Milkshake Festival in het Westerpark (Amsterdam). Tegelijk. De klanken weven een nieuw geluidskleed midden in de lucht. Het was prachtig.
Ik glimlachte. ‘Daarom woon ik in Amsterdam’. Hier kan dit. Maar vlak daarna ontstond direct het besef dat die gedachte leuk is op een balkon, maar moeilijker wordt op de stoeprand. Ik heb makkelijk praten hoog in de lucht, waar geluid geen oordeel heeft. Waar geluid diversiteit toejuicht en een kakofonie aan liefde vormgeeft.
Aan welke kant van de stoeprand je loopt
Strenge vormen van intentioneel goede religies kennen strenge regels. Zelfs als je je op een andere plek op de stoep beweegt. Als je níets te maken hebt met de ander. Maar de ander zich opdringt aan jou. Het fascineert me mateloos hoe mensen in staat blijken te zijn om met oogkleppen op, in bubbels te leven, tót er iets in de omgeving gebeurt dat ze afgunstig, jaloers of boos maakt. Dan stappen ze plotseling de bubbel uit om kwaad te doen. (Want, laten we helder zijn – kwaad is het als je je met iemand bemoeit die níemand beschadigt, en enkel in vrijheid anders leeft dan jij).
Bubbels en hokjes zijn prima. Zolang er helder is dat je mensen verwelkomt ín de bubbel en iedereen daarbuiten in vrede met rust laat.
Jaren geleden stapte ik gelijktijdig met mijn buurman ons pand binnen, terwijl hij uitgescholden werd vanaf de stoeprand aan de overkant. Natuurlijk ken ik de taferelen, maar ik had dit nog nooit zo direct meegemaakt. ‘Loop maar door’ zei hij. Dat deden we níet. De overkant was dichtbij. Ik liep erheen. Er stond een groep van ongeveer tien jongens. ‘Weten jullie dat ongeveer 10% van de mensen ook op de eigen sekse valt?‘ zei ik. ‘Dus één van jullie valt sowieso op jongens. Zeg maar, wie van jullie is het?‘ (note. uit onderzoek komt een iets lager getal). Het viel kort stil, waarna sommigen uiteen stormden en anderen mij uitscholden. Het maakte niet uit. M’n woede over het veroordelen van iemands vrijheid was te groot.
Mensen beperken in het uitvoeren van hun talenten, intellect, creativiteit, sportiviteit, wilskracht, activiteiten, liefdesvormen, visionaire inzichten, leefstijlen en ga zo maar door… Het raakt me diep.
Maar ik moet eerlijk zijn: ik weet niet of ik dit nu nog zou durven. Oprecht niet. Ik vermoed dat ik zou kijken, mijn kansen inschatten en dan hoofdschuddend naar binnen zou lopen. Om daarna de buurman een peptalk te geven. Ik vind dat laf van mezelf. Mijn gedrag daarin is de laatste vier jaar afgenomen. Tijdens de pandemie heb ik – letterlijk – één discussie over de hele situatie gehad. Notabene met de fietsenmaker. Iedereen die moeilijk deed liet ik aan me voorbij gaan. Het is makkelijk om mijn laffe gedrag op de ‘wereld van vandaag‘ af te schuiven. Maar het zijn de persoonlijke ervaringen in mijn leven die dit creëerden – die natuurlijk wel deel zijn van de wereld van vandaag. En toch is het noodzakelijk dat we de liefde weer vinden. Voorbij onze verschillen.
De rek is eruit
Voor het boek ‘Nooit Af in het Onderwijs‘ bedachten Martijn en ik ‘De Elastieken Wet van de Oligarchie’. Ik moest zoeken wat we er ook alweer precíes mee bedoelden. Ons idee was gebaseerd op de ‘IJzeren Wet van de Oligarchie‘ (1911) van Robert Michels. Die stelt heel simpel dat èlke organisatie oligarchisch is van aard. Maar dan moet je natuurlijk wel weten wat dat betekent: Oligarchen vormen zich rond mensen die vanuit status of klasse in een machtspositie terecht komen. En daar in de machtspositie blijven door soortgenoten uit te zoeken.
Michels zegt met zijn ‘IJzeren Wet’ dat elke organisatie de neiging heeft dit oligarchische principe te volgen. Macht, status en klasse-stelsels kunnen zich op allerlei manieren vormen. Maar… Let op. Dat beslaat niet enkel geld! Status valt ook te verkrijgen door seks, cadeaus, hielen-likkende praktijken, gender-voortrekkerij, en op het juiste moment de zogenoemde ‘leider’ in het zonnetje zetten of van feedback voorzien. Níet op je eigen moment, maar wanneer de gemaakte machthebber het wil. Eigenlijk zou je kunnen stellen dat het handelingen zijn die níets te maken hebben met het product of de organisatie, maar die manipulatief van aard zijn. En de openheid, gelijkwaardigheid en reflectie niet ten goede komen.
Maar laten we wel wezen – Een leider hoeft dit niet in de gaten te hebben. De manipulaties komen vanuít de omgeving, die de kwetsbaarheid (of zwaktes) van de symbolische machthebber feilloos doorzien. En er misbruik van maken. In die zin is de leider soms net zo goed slachtoffer.
Wij besloten toentertijd deze wetmatigheid van Michels te kantelen en er een ‘Elastieken Wet’ naast te zetten. Die wetmatigheid omvat een rijtje organisatieprincipes die wij beiden volgen. Ik groeide ermee op tijdens de Pabo, Martijn leerde het via zijn eigen weg.
Deze ‘Elastieken Wet’ wil ik nu verleggen naar de samenleving. Ons collectieve elastiek heeft op flink wat spanning gestaan de afgelopen jaren, en het vraagt veerkracht en beweeglijkheid van ons allen om de compassie te blijven vinden. Om die kakofonie van verschillende geluiden te laten bestaan, in plaats van er vriendjespolitiek van te maken.
De kunst is om de rek terug te vinden: In de organisaties en in de samenleving. Om bureaucratie te omzeilen en deuren open te zetten. En íedereen uit te nodigen bij te dragen aan het geheel. Géén voortrekkerij van mensen die dichter bij je lijken veinzen te staan, maar naar alle mensen. Ik deed dit tijdens ons schrijven bijvoorbeeld door veel op sociale media vragen te stellen, gesprekken te openen en zoveel mogelijk onbekende mensen in het onderwijsveld te horen over hun visie. Dit opende mijn eigen vizier en hield me scherp op de realiteit. Nu bij de Bosconferentie (een project voor het veiligheidsdomein) is dat idem dito: Iedereen is welkom als je bereidt bent je status en rang weg te leggen en vanuit je expertise verbinding te leggen. Ik spreek daardoor zoveel inspirerende professionals!
.
Het goede idee van de leraar blijft achter in het klaslokaal, de briljante interventie van de wijkagent op het eigen bureau, het slimme inzicht van de brandweerman binnen de kazerne en de handige oplossing van de hulpverlener reist niet verder dan de eigen afdeling…
.
In alle overheidssectoren
Waar ik in het onderwijsveld meemaakte dat leraren die gefocust waren op kennisoverdracht op de persoon gemeen werden naar leraren waarbij pedagogiek veel ruimte krijgt, zag ik ditzelfde bij de brandweer tussen de symbolische ‘kouwe’ (beleid) en ‘warme’ (uitvoerders) kant. Bij de politie neem ik het waar door vrijwel altijd eerst de schaal te horen waarin iemand werkt, en dan pas de functie. En bij de politie, hoeveel daar nu ook verandert en positief in beweging is, is er vaak de indruk dat ze alles kunnen dat de rest van de samenleving ook kan (wat – sorry – niet zo is). Defensie leer ik pas kort kennen, maar ook daar zijn scheidslijnen die ik eerst nog van wat dichterbij moet bekijken.
Zou het in de mens zijn aard liggen om altijd een voor-en-tegen te willen destilleren? Geven die kaders, hokjes en bubbels ons veiligheid? Het zou een logische verklaring zijn voor de homogene beweging die we in veel subculturen weer zien opkomen. Een wijze is het niet, vermoed ik. Zolang we niet leren juichen voor de ander..
Blijf in je bubbel en juich voor de ander
Als we zijn als elastiek, dat de afgelopen jaren flink op de rek heeft gestaan. Dan is het wellicht helemaal geen gek idee om even uit te rusten in je eigen bubbel of hokje. Niks mis mee. We hoeven helemaal niet in iedere bubbel gelukkig te zijn. Zelf sta ik het liefst met elke teen in een ander netwerk, zodat ik altijd ergens anders heen kan huppelen. Ik heb het één keer in mijn leven anders geprobeerd, en dat is me extreem duur komen te staan. Vrijheid is ons hoogste goed!
We hoeven elkaar niet te worden. Of in alles te experimenteren. Of zelfs te begrijpen. Allemaal onnodig.
Het zou alleen zó mooi zijn als we vanuit onze eigen plek op de stoeprand, kunnen juichen voor elkaars plek. Gewoon omdat het bestaat. Juichend voor de diversiteit. En dankbaar dat we onszelf mogen zijn. Zoals de lucht niet discrimineert tussen geluid van Islamitische gebeden en popmuziek vanuit het Westerpark. De kakofonie van geluid naar de aarde trekken. Een ‘auditieve meltingpot’. Hoe mooi zou het zijn als dat ook op de stoeprand kon…
.
.
Note. Arnold Mindell (hij overleed afgelopen juni) onderscheidt hierin ‘leiders’ (leaders) van ‘wijzen/ouderlingen’ (elders). Het is zo’n mooi, simpel en overzichtelijk lijstje dat ik het passend vond. Ik wens iedereen deze wijsheid. Uit: ‘Sitting in the Fire’.
