Wat de krant ons niet vertelt over de echte uitslag van het PISA onderzoek

‘Als jij de toets slecht maakt, heb ik het niet goed uitgelegd’. Dit zei ik altijd tegen mijn VMBO leerlingen als ze overmatige stress ervoeren voor een toets. ‘Eigenlijk,‘ voegde ik er dan aan toe, ‘doen we die toets voor mij. Om te zien of ik wel goed uit kan leggen. Dus goed je best doen!‘. Het zal u niet verbazen dat een aantal leerlingen spontaan hoger scoorden. Ontspanning werkt nou eenmaal beter voor ons brein. Toen ik als interim-leraar ooit een hardnekkig gespannen klas tegen kwam, heb ik het woord ‘toets’ maar zo snel mogelijk vervangen. Alleen bij de aanzet van het woord zaten ze al op het dak. Het woord ‘quiz’ resoneerde veel beter. Dus maakten wij de rest van de maanden alleen nog quiz’s. Spanning weg, lucht er in. Spelen maar. Iedereen blij! Ik begrijp ondertussen dat dit een staaltje andersomdenken is waar niet iedereen mee groot gebracht is. En toch vind ik dat geen excuus om het dan maar niet te doen. Het is net zo goed de taak van een leraar om een ontspannen leerklimaat te creëren, wat betekent dat cognitie soms even moet wachten. Gelukkige leerlingen komen eerst.

In het NRC van 11 dec. jl. schrijft Paul Scheffer een opiniestuk waarin hij het lerarentekort koppelt aan de dalende geletterdheid van onze vijftien-jarigen (dit is gemeten in het internationale PISA onderzoek aan de hand van een cognitieve toets op gebied van lezen, wiskunde en wetenschap). Dit jaar daalden we in de categorie lezen. En daarmee gaan we op leesgebied van een 15e naar een 26e plaats – van totaal 79 landen. Maar eigenlijk weet je dan nog niets… Want, wat zijn de uitschieters? Hoeveel verschil zit er tussen ons en de anderen? Maar tot dit niveau kwam het niet. De media had er al snel een faalfeest van gemaakt en vroeg zich af – potjandikke – waar het heen ging met onze jeugd èn ons onderwijs. De instructiefetisjisten uit onderwijsland grepen hun kans om elke neiging naar sociale ontwikkeling en vernieuwing in het onderwijs de kop in te drukken, en de goegemeente hield zich stil en ging over tot de orde van de dag.

Los van dit alles heeft Paul Scheffer zeker een punt. Laat daar geen misverstand over bestaan. Op het moment dat onze maatschappelijke dienstverlening (lees: de school) uitvalt, hebben de kwetsbare groepen in de samenleving het als eerst zwaar. Veel zaken kun je immers met gemak regelen als je geld óf een sociaal netwerk hebt. Of allebei. Maar het is decadent en enigszins bekrompen om te veronderstellen dat iedereen er zo eenvoudig voor staat: Armoede werkt schaamte in de hand. En schaamte isoleert.

Het is niet eenvoudig je daaruit los te maken, en vaak beland je in een vicieuze cirkel van tekortdenken. Maar dat staat los van de kansen die er net zo goed zijn! Iedereen heeft mijn inziens de kans om het heft in positieve handen te nemen. Makkelijk is dat niet, maar onmogelijk al even min. Slachtofferdenken heeft nog nooit iemand verder gebracht.
We moeten jonge mensen (uit kwetsbare groepen) dus vooral leren hoe ze een sociaal netwerk bouwen. Sociaal weerbaar maken. We moeten ze leren wat de ingrediënten zijn van relaties en hoe je een beroep op anderen durft, mag en kan doen. En het is discutabel of je daar enkel AVI 9 voor nodig hebt… Ik denk zelf dat je met wis- en natuurkundig inzicht in dat spectrum minstens zo ver komt. En verrassing: Dat kunnen onze vijftien-jarigen wel! Dat laat het internationale PISA ons namelijk óók zien! (maar dat vertelde de krant er niet bij).

De magie van statistiek

Nou ben ik geen wiskundige – verre van dat – maar als we tabelletjes voorgeschoteld krijgen ontstaan er bij mij altijd eerst een boel extra vragen. Wat krijgen we precies te zien? En betreft statistieken: Ik neem ze zeker serieus, maar denk dat we vaak te ‘plat’ meten en belangrijke vragen vergeten mee te nemen naar het antwoord. Zo wil ik in dit specifieke geval van PISA 2018, naast het ‘gemiddelde’ ook graag de mediaan mogen lezen; dat is de waarde van het middelste deel van de groep. Stel, je hebt een uitschieter naar boven of beneden, dan verandert je gemiddelde, maar verschuift je mediaan niet. Dat is immers het midden. De groep boven de mediaan het midden scoort hoger, de groep eronder lager. De ‘uitschieter’ van de groep laat enkel zien dat het gemiddelde verschuift. Bijv. Als twee van de vijftien-jarigen tijdens de PISA toets hun dag even hebben niet, knallen ze met hun scores het gemiddelde flink omlaag. Kan gebeuren. Zeker als je vijftien bent. Maar de mediaan verschuift niet en daaruit lezen we de onevenredigheid in de groep respondenten. Maar dat lezen wíj niet. Wij lezen alleen dat we op wereldschaal elf plaatsen gezakt zijn. Bummer. Naast de mediaan houd ik er ook van om iets meer kwalitatieve info over de onderzoeksgroep te horen. Al is dit in veel gevallen vaak wel te vinden, maar beland je in een ellenlange rapport (dat u hier van PISA 2018 vindt).

Bovendien is een ranglijstje níets waard als je de ontwikkelingslijn van de anderen ook niet even meeneemt. Wat moet je anders in hemelsnaam met de vergelijking? Laten we bij Japan beginnen: Ze scoren op lezen 504 punten (waar wij 485 scoren). ‘Nou,‘ zult u denken. ‘Die Japanners gaan lekker‘. Maar, als we een blik werpen op hun score in 2012, dan zien we dat ze toen op lezen een puntenaantal van 538 haalden. Zo! Die zijn dus gekelderd als een malle. Helemaal niet zo formidabel. Ook Belgie ging van 509 (2012) naar 493 (2018). Frankrijk idem dito van 505 (2012) naar 493 (2018). En gemiddeld scoorde de gehele OESO (alle landen) ook lager: Van 496 (2012) naar 487 (2018). Kunnen we ons daarom niet beter afvragen wat er in de maatschappij veranderd is en effect heeft op het leesniveau van onze tieners? (Hmm, eens denken. Wat is er voor deze generaties sinds 2007/2008 anders? Verhip. De smartphone deed haar intrede. Digitalisering!) En een tweede, daarop volgende vraag zou zijn, of dat eigenlijk erg is? (Ik denk het niet).

Wist u dat?

Saillant detail in dit onderzoek is dat Nederland op het gebied van wiskunde stukken stukken hoger scoort dan het gemiddelde (zie grafiek). En zich zelfs in de top bevindt! Maar, dat hebben we nergens in de krant terug kunnen lezen… De media focuste enkel op onze falende leesonderwijs en de relatie met het lerarentekort. Hé, dat kun je ook omdraaien: Zou de hoge wiskundescore dan ook door het lerarentekort komen? Ha! We kunnen beter constateren dat we als samenleving in een transitie zijn, die verrassingen met zich meebrengt. Waar liggen onze kansen? Waar is de jongerenafdeling van ons land goed in? Het biedt ons positiviteit , maar dat wordt niet genoemd in de media, en is dus niet kenbaar bij het grote publiek (lees: ouders). Hmm…

The Happiest Countries in the World – Een ander lijstje

Totaal genomen staan we nu op nummer 16 (Europa nr 7). Best oke lijkt mij. Al snap ik de tekortdenkers en critici wel. Het is niet verkeerd om scherp te blijven, maar je moet ook niet blind gaan staren op ellende. Daar heb je niks aan. Er is namelijk nog een ander lijstje; Een wereldlijstje van Geluk. Waar 156 landen aan meedoen. Jaar na jaar. En dit jaar is ook de community-ontwikkeling meegenomen die door digitalisering is ingezet. Drie keer raden waar u ons tegenkomt? Op nummer 5! Jep! (1. Finland 2. Denemarken. 3. Noorwegen 4. IJsland). Een echte statisticus zou me onmiddellijk op de vingers tikken, omdat je deze twee onderzoeken niet vergelijken kunt. Maar als we hier iets globaler naar kijken, dan kan dat prima vind ik.

De ontwikkeling en opleiding èn opvoeding van jongeren gaat veel verder dan enkel de school. Het is begrijpelijk dat veel scholen denken dat ze de enige zijn die kennis, vaardigheden en sociale attitude aanleren, maar dat is een illusie. Zelfs de kwetsbare groepen (als we ze al zo mogen noemen) kennen een kracht, dat wilt u niet weten. Ik ben in de gelukkige omstandigheden beroepshalve veel ellende te hebben gezien, en ik leerde nergens meer over kracht, volharding, inventiviteit en oplossingsgerichtheid dan toen. Ruimte voor dromen en hoop was er daarentegen weinig. Daar was minimaal ruimte voor door de waan van de dag. Maar zodra het lukte om daar overzicht in te maken, gedachten op een rijtje te zetten, en emotie te reguleren, dan kwam er een sprankje licht aan de hemel! Dan konden er kinderboeken open. Dan was er aandacht om met de kinderen een spelletje te doen. Dan ontstond er verrijking. Als het hoofd vol zit, dan gaat dat nou eenmaal niet.

Het ligt er dus aan welk lijstje je volgt, als je wilt weten hoe het met de samenleving gaat. Het ligt aan je perspectief. En misschien wel het meest aan je mindset. Willen wij onze jongeren op laten groeien in een gezonde en gelukkige maatschappij – binnen en buiten de school – of willen we cognitief scoren voor het oog van de wereld? Willen we onze leescultuur onder de loep leggen? Het één lijkt het andere uit te sluiten als we beide onderzoeken moeten geloven… We stijgen op geluk, terwijl we dalen op leesniveau. Het is aan ons. Maar ik zou het wel weten.

4 Replies to “Wat de krant ons niet vertelt over de echte uitslag van het PISA onderzoek”

  1. Peter ten Wolde schreef:

    Een mooi staaltje Factfulness Anette: het is niet handig om je blind te staren op de getallen die je gepresenteerd krijgt en beter om iets verder te kijken dan het tabelletje lang is. Dankjewel hiervoor!

  2. Ik. schreef:

    Dank! Ik begrijp je reactie op het intro. Verschillende visie, mooi juist!

  3. Alex Otten schreef:

    Mooi Annette , met plezier gelezen!!!

  4. IJs-Berend schreef:

    Wat schrijf je goed. Een heel fijn stuk om te lezen; al vind ik ‘als jij de toets niet goed maakt, heb ik het niet goed uitgelegd’ wel wat ver gaan.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Annette Dölle . Theme by Viva Themes.
%d bloggers liken dit: