Er zijn inzichten die je eerder had willen opdoen. Veel eerder. Het overkomt me niet vaak, maar de afgelopen 48uur ontvouwde zich in mijn denken een achtbaan, waarvan ik geen idee had dat die nog op me stond te wachten… Wat een cadeau.
In het boek ‘De Canon van Leren & Ontwikkelen‘ las ik bij toeval het artikel over Kenniscreatie. Vóór het artikel over Kenniscreatie staat namelijk een stuk over ‘Informeel Leren‘ (van Jean Lave), waar ik op dat moment flink in verdiept was voor een zorgorganisatie die ik begeleid. Om mezelf wat breinruimte te gunnen bladerde ik de rest door. Zul je altijd zien, dat je dan bij een verrassing uitkomt…
Een disclaimer voor al het onbewuste
Nu vraagt dit blog ook direct om een flinke disclaimer. Want ik weet met zekerheid dat ik het woord ‘Kenniscreatie’ – want daar gaat het over – al eerder heb gehoord. Maar, om met bedenkers Bereiter en Scardamalia te spreken: ‘Waarschijnlijk heb ik het eerder niet verstaan.‘ Waardoor ik het toentertijd niet opgeslagen heb als relevante kennis. Redelijk normaal, al zijn we hier vrijwel allemaal tot in het extreme behoorlijk ‘onbewust onbekwaam’ in.
Er zijn dingen die ik mijn vrienden al honderd keer aanbevolen heb, waar ze nooit iets mee doen (één van de redenen waarom ik ze leuk vind). Maar als ze dan terugkomen van vakantie, en een vreemde spraken die hetzelfde zei, zien ze plotseling het licht. Zo gaan die dingen nou eenmaal. En precies daar omheen vouwt zich eigenlijk de theorie van Bereider en Scardamalia: Hoe creëer je een surplus boven op de kennis die je beschikt? Hoe bouw je kennis? Hoe gebruik je het collectief om het kennisniveau te laten stijgen?
Kennis Bouwen en Kenniscreatie is Hetzelfde
Al had ik het woord Kenniscratie niet actief in mijn taalcentrum zitten, wel herinner ik me veelvuldig de term Kennis Bouwen. Aangezien maakprocessen in mijn straatje passen, ga ik erg goed op het werkwoord bouwen. En heb dus nooit doorgezocht. Maar niet getreurd: Kennis bouwen is exact hetzelfde als Kenniscreatie. Ze worden alleen in verschillende velden en sectoren gebruikt. Waar je in het onderwijs differentieert tijdens instructies en leerstofverdieping, om vervolgens het collectief elkaar te laten voeden, komt overeen met dat wat Bereiter en Scardamalia Kenniscreatie noemen. Vooral dít inzicht verbond sneller dan het licht allerlei losse eindjes aan elkaar in mijn hoofd. Alles wordt zo logisch als je informatie krijgt!
.
Het kunnen reproduceren van Kennis is iets anders dan Kennis Bouwen
De term Kennis Bouwen ken ik namelijk al vanaf mijn achttiende. Je hebt het nodig als je les gaat geven. Wil je je instructie op gedifferentieerde werkwijze aan kunnen bieden, dan gebruik je tevens de kracht van de groep voor een doorstap. De ervaringsdeskundige (lees: wij allemaal) ziet het het onderwijs vaak als een reproductiemachine (en slechte scholen doen dat ook – sorry). Echter… Het kunnen reproduceren van kennis is géén kennis bouwen. Dat vraagt echt om andere interventies (handelingsperspectieven).
Bereiter & Scardamalia (1987)
In 1987 ontwikkelden Bereiter en Scardamalia een model dat ze ‘Knowledge Building‘ noemden. Er is een flinke distinctie tussen Knowledge Building en Leren volgens B&S (Bereiter & Scardamalia). Waarbij het er op neer komt dat je niemand kunt dwingen om iets te leren (een uitgangspunt dat ik met verve onderschrijf). Leren is een uiterst subjectief proces is.
Kennis Bouwen is vervolgens een handeling die in de buitenwereld gebeurt – met culturele normering, publieke opinies en de kracht van een collectief. Belangrijke notitie hierbij is dat er natuurlijk wel een leerproces kan voortkomen vanuít een proces van Kennis Bouwen.
Knowledge Building leidde naar dat wat later Knowledge Creation is gaan heten. In het onderwijsveld wordt de eerste term meer gebruikt, in de zaken- en publieke wereld de tweede.
Een tweespalt die zinloos is
Het is geen geheim (althans, niet inderdaad wereld van onderwijsvernieuwing) dat er een grote tweespalt leeft tussen de meer cognitief ingestelde onderwijsvisies en de constructivistische visie. Voor wie geen idee heeft, hieronder een korte weergave:
Ongeveer 150 jaar geleden werd er enkel lesgegeven in twee stijlen. Enerzijds klassikaal-frontaal, met de klassieke beelden die we allemaal kennen. En anderzijds vanuit het meester-gezel principe.
Dit veranderde enigszins toen begin twintigste eeuw een groep onderwijsvernieuwers wereldwijd nuances ging toebrengen aan het verhaal. De visionairs Steiner (Vrije School), Petersen (Jenaplan), Montessori, Freinet en Parkhurst (Dalton) creëerden allen hun visie in een tijdsbestek van zo’n twee decennia, tussen 1905 en 1925. Ze spraken elkaar, ze schreven elkaar. En ze bleven dichtbij hun eigen overtuigingen. Met name vanuit de directe schoolpraktijk (behalve Petersen, die in Jena op de Universiteit zijn plan ontwikkelde).
Gedragswetenschappelijke ontwikkelingscultuur
De mainstream wereld kreeg hier aanvankelijk weinig van mee, omdat het in veel landen geprivatiseerd onderwijs moest worden. Binnen de gedragswetenschappelijke wereld werd er geloofd in het behaviorisme, dat stelt dat de mens een zgn. ‘black box’ is, waar je van buiten naar binnen informatie in stopt. Zodra je dit traint, kun je gedrag sturen, denkt het behaviorisme (denk aan de Pavlov reactie).
Maar rond de jaren vijftig (post tweede wereldoorlog) begon men te geloven dat het brein zelf ook nog iets kon. Dit leidde naar het cognitivisme. Wat doet het brein? Hoe leert het? Hoe verwerkt het kennis, en op welke manier zetten het denken nieuwe kennis om in gedrag? We zien de laatste tien jaar een enorme opleving van deze stroming aan de hand van neuroscience.
Maar, vlak daarna (of wellicht zelfs parallel) begon er nog een gedragswetenschappelijke stroming tractie te krijgen. Allemaal in lijn van grote denkers voor hen overigens. Het constructivisme (of: constructionisme). Deze denkwijze stelt dat alle ervaring die we op doen, constructen die we meemaken, waar we deel van zijn, en omgevingen waar we ons bevinden, enorme invloed hebben op ons leren. Op de leerprocessen, perspectieven en informatie die we tot ons nemen.
Het kwartje dat viel: De verbinding tussen Cognitivisme & Constructivisme
Ik kan er eerlijk over zijn: De tweespalt irriteerde me mateloos, omdat ik het onzinnig vind processen te beoordelen waar je pas over drie generaties iets zinnigs over kunt zeggen. We wéten niet wat Kunstmatige Intelligentie gaat doen. We wéten niet of de volgende generatie nog wel zo’n fan is van de smartphone. En we wéten niet welke producten nog uitgevonden gaan worden die wellicht een burgverbinding bieden tussen de analoge en digitale wereld. En net zo men weten we wat neurowetenschap nu in onze wereld toevoegt, of wat ervaringsleer wegneemt.
We weten erg weinig zeker. En het lijkt me zaak dat we ons daar eens iets beter mee gaan verzoenen, in plaats van anderen vliegen af te vangen. Het lijkt me in alle gevallen beter om vanuit maatwerk aan de slag te gaan met dat wat ons nú dient: Voortdurend Ontwikkelen met Tijdelijke Oplossingen. Dat gezegd hebbende, des te blijer was ik toen ik via Kenniscreatie plots zo’n brugverbinding voor mijn werk zag ontstaan!!
Sinds 2017 werk ik uitsluitend met volwassenen die – met alle openheid en optimisme – leerprocessen best vaak complex blijken te vinden. Ze komen in oude patronen terecht, herkennen zichzelf niet met betrekking tot het gedrag dat ze tonen, en ze weten eigenlijk niet welke leerstijlen goed bij hen past.
Maar, op het moment dat je van iets leren een autonoom en subjectief proces maakt, waar niemand anders dan de lerende overgaat – en je daar de publieke wereld aan toevoegt, vanuit kennis die al bestaat en rondgaat, maar waarop door geborduurd mag worden – dan combineer je de werkelijke kracht van het cognitivisme met ervaringsleren en contextuele ontwikkelen. Een insteek die we in de volwassenwereld best goed kunnen gebruiken.
Kenniscreator
En diezelfde logica bracht me bij de ‘Kenniscreator’. Daar waar we zelf aan het roer staan. Verantwoordelijk voor ons eigen leerproces, ons eigen niveau en met eigen vraagstukken. Niemand die dat van ons af neemt. Voeding hoort een wederkerig proces te zijn (en zeker in de visie van B&S). Als we vanuit data doorbouwen op nieuwe digitale modellen, waarom maken we onszelf dan niet collectief iets wijzer door kennis tot ons te nemen en dat deelbaar te maken..? We kunnen dit blijven herhalen, maar vaak ontbreekt het aan de juiste taal om zulke logica voor het voetlicht te brengen. Een brei aan losse gedachten is het nu nog… Heel nieuwsgierig waar deze kenniscreatie heen gaat!