Abstract. Eind januari ben ik vijf dagen in London waar ik naar de BETT ga, een mondiale EdTech beurs waar de gangbare digitale middelen worden toegelicht en tentoongespreid, maar waar ook vanuit onderwijsinhoud sessies zijn, en de nieuwste internationale ontwikkelingen spelen. Daarnaast ga ik verder met de werking van ‘Digital Gardening’ wat onderwijskundig op portfolio-werken lijkt. In een korte serie blogs deel ik hier de ontdekkingen.
Digitale middelen in het Onderwijs beginnen bij je Pedagogiek
Eind oktober begon het tot me door te dringen dat we toch echt het kind met het badwater gingen weggooien als het op de smartphone in de klas aankomt. Ik heb me er inmiddels mee verzoend, maar dat let me niet om mijn visie en eigen ervaring als leraar daarover te blijven doorontwikkelen. Tot eind 2017 stond ik in het VO voor de Klas (VMBO) waar ik in mijn Nederlandse les de smartphone actief gebruikte. Ik weet dat we ondertussen zes jaar verder zijn, en de verslavingen uit de hand lopen. Maar in de kern vermoed ik dat mijn punt nog steeds staat (al moeten we dat post-corona absoluut opnieuw onderzoeken).
Tijdens mijn lessen begon ik nooit vakinhoudelijk, maar altijd vanuit het pedagogisch klimaat. Ik vind het onzin te stellen dat dit bij VMBO voor de hand liggender is dan op het VWO. Want iedereen heeft een hart, een sociaal gevoel en behoefte aan menselijke verbinding. Intelligentie heeft daar werkelijk niks mee te maken. Tijdens die pedagogische bedding werkte ik expliciet aan onze leeromgeving, aan de onderlinge relaties en maakte ik ons als groep verantwoordelijk voor de uitkomst van de les: Als zij niet aangaven wat ze moeilijk vonden, niet begrepen, onrustig werden, of wat dan ook, kán ik niet handelen. Dus communicatie was een belangrijk wederkerig element.
De smartphone nam ik mee in deze bedding. Ik duidde waar we hem in de les nodig zouden hebben, waar de verleidingen lagen èn waar de vrije ruimte lag. Bij zelfstandig werken (max. 10 min) mochten ze muziek luisteren op hun telefoon. Dit ging allemaal in openheid. Met het effect dat er me regelmatig gevraagd is of ze een appje mochten beantwoorden, en wat ze moesten doen als ze gebeld werden.
Er is dus – vanuit mijn optiek – bruikbaar en goed met de smartphone te werken. Mits je je pedagogiek als een huis hebt staan, en de toepassing framed als een mini-computer.
De BETT: Never Ending Education
Ik was al 2x eerder op de BETT London. In 2018 en 2019 reisde ik erheen voor een toenmalig project over onderwijs, waar de digitale wereld een flinke impact op kon maken. Dit was ‘Nooit Af in het Onderwijs‘, dat ik samen met Martijn Aslander deed. Ik had het kleine amuse-boekje zeer gemotiveerd vertaald in het steenkolen Engels. Als ludieke actie stapte ik op een ochtend de grote Engels uitgeverijen binnen, en liet overal dit boekje op de desk achter. Het heeft (toen) weinig zoden aan de dijk gezet, behalve dat het me een fantastische dag èn een kijkje in de keuken heeft opgeleverd. Wanneer anders kom je in die statige uitgeverijen in London terecht?
Tijdens corona stopte de co-auteur (en tevens titeldrager en uitgever) met het boek. Wat altijd mag, en ik helemaal begrijp. Het is een levensstijl die ik zelf ook zo voer, dus ik vond het een zeer legitieme keuze. Ik kon met het boek door, maar op datzelfde moment voelde dat heel onwerkelijk. Er zat inmiddels zo’n 2.000 uur van mijn eigen tijd en geld in het project, waar ik zelf voor gekozen had. Als je drie jaar zeer gedreven aan een boek werkt, is volledig in je eentje verder werken mentaal en emotioneel een hele klus. Bovendien zaten we midden in de pandemie. En we waren er allemaal bij met dat wat dat met ons deed.
MAAR… Het bloed kruipt waar het niet gaan kan! Deuren staan altijd open. En ik geloof heílig in de toepassing van digitale middelen voor ons onderwijs. Zowel in de klas als voor de organisatie van het systeem. Want, laten we die twee alsjeblieft goed gescheiden houden! Dus ben ik komend jaar weer op de BETT. Om post-corona het wereldtoneel eens te beschouwen op de tendensen die er spelen.
Digitale Alchemie in de Klas
Hier begint je onderwijskunde. Daar, waar de leraar als expert aan het roer staat. En – wat mij betreft – de koers uitzet en keuzes maakt. Digitale middelen zijn toepassingsmiddelen, net zoals je een schaar gebruikt om te knippen en een pen mo te schrijven. Een digitaal middel op zichzelf is geen doel. Dit onderscheid lijkt de laatste jaren een beetje zoek te zijn…
Om dit te collectieve beeld kantelen vraagt het in eerste instantie een andere mindset van je. Ik spreek veel leraren die vooral met dit stuk worstelen. Moet je dan echt vijf stappen verder zijn op digitaal gebied dan de leerling of student? Nee joh! Je moet alleen hardop kunnen zeggen dat je iets niet weet. Of dat je iets nog niet onderzocht hebt. Of, zelfs dat je het samen met de leerlingen wilt onderzoeken (zo heb ik zelf in 2016 het spel Pokemon Go met een klas uitgebreid behandeld).
Werken met digitale middelen vraagt een mindset waarbij je niet als Alwetende voor een groep staat, maar als Mensch (wat je hopelijk al deed, maar in de gauwigheid best wat kan ondersneeuwen)
Digitale Alchemie voor de Schoolorganisatie
Digitale Alchemie voor de schoolorganisatie is van andere orde. Hierin heeft de directie en de facilitaire tak van het onderwijs een belangrijke rol. Het is niet altijd een populaire mening, maar binnen een school geeft de leraar les, en alles dat daar omheen beweegt, hoort dat onderwijsproces ten dienste te staan. Digitale middelen zijn bij uitstek geschikt om de bureaucratische processen wat te verlichten! Dat niet het hele veld daar al volledig ingedoken is, is me al jaren een raadsel. Ik vermoed dat werkdruk en gebrek aan breinruimte daar een grote rol in spelen! Je móet eerst organisatorisch vertragen, om daarna in je uitvoering te kunnen versnellen.
Des te logischer dat iemand buiten het klaslokaal dan doet. Iemand die de onderwijskundige kant volledig kent, maar ook in staat is om automatiserende werkprocessen in te voegen, en de digitale tools effectief te maken. Aan geld is geen gebrek (al denkt de mainstream wereld dat). Het zijn bewuste keuzes: Keuzes waar het geld heen gaat. En keuzes waar de tijd heen gaat.
Dat we het onderwijsveld anders moeten inrichten is evident. Dat dat pijn doet ook. Daarom duurt dit proces ook zo lang. We groeien nou eenmaal niet even snel door ontwikkelgebieden heen. Wat dat betreft is het net als leren…