.
Naast het algemene deel over een jaar lang twitter X als digitale tuin, ligt er een veel spannender deel. Dat van de interacties. Daar waar de werkelijke reflectie begint, en waar het me natuurlijk om te doen was. Een beetje je processen tracken, gedachten delen en lessen publiek maken is stap één. Maar de werkelijke lessen lagen bij wat er gebeurde als er reactie kwam… In dit blog lees je de lessen die ik op deed.
Dit deel van de analyse duurde een stuk langer. Enerzijds omdat het leven er tussendoor fietste. Maar anderzijds vooral omdat ik de gelaagdheid helder wilde vangen. Mijn valkuil in reflectieve processen is dat ik non-duaal door lessen ga. Zodra ik waarneem dat er op alle lagen (mentaal, energetisch, emotioneel en fysiek) afstemming is over mijn observatie, verander ik mijn gedrag. Door meer dan dertig jaar spiegelen-met-mezelf en anderen is dat een organisch proces geworden.
Dit laatste bleek uitzonderlijker dan ik dacht, toen ik het met vrienden deelde. Dat ik zo laagdrempelig open sta voor feedback was geen ‘common good’. Voor mij echter is dit meer dan vanzelfsprekend. Als mijn gedrag niet strookt, en ik krijg dat door een spiegeling te zien – waardoor ik het op alle lagen waarneem – dan hoef ik er verder toch niet over na te denken? Dan verander ik mijn gedrag.
De brug hierin is ‘een staat van zijn’ waar falen niet bestaat. Dingen zijn moeilijk, pijnlijk, verdrietig of onbegrijpelijk. En soms allemaal tegelijk. Maar dat ervaar ik nooit als falend. Of als ‘mislukt’. Je bent altijd onderweg. Dus waar ligt dan de mislukking? Nergens, want het is een reis. (Ik kijk hier trouwens eerder nuchter dan esotherisch naar. Saillant detail).
Feedback is hierbij – zoals je ziet – van levensbelang. Zonder deze check kun je in negatieve vooronderstellingen van jezelf belanden. Zorg er daarom voor dat je altijd mensen kiest die echt het beste met je voor hebben, je autonoom laten zijn en jou wíllen zien groeien en ontwikkelen vanuit jouw voorwaarden. Niet vanuit die van hen.
To do or not to do: Hardop reflecteren bij grote netwerkprojecten
Zodra je gaat communiceren over je reflecties in de publieke ruimte gebeurt er veel!! En 80% van de keren gaat het níet over jou. Dit ontdekte ik voor het eerst bij KeepitCleanDay – een opgeschaald project waar ik als initiator honderden berichten ontving. Vervolgens merkte ik het bij UitgesteldeKoffieAmsterdam, waar ik al transparanter werd, en mijn eigen manier ontdekte. En daarna bij een boekproject waar verbindingslijnen en reacties als spaghetti slierten om me heen terecht kwamen. Een dynamiek die mij in een creatieproject absoluut niet past. Maar zoals bij alles: Achteraf is alles makkelijk.
Bij VictorPride en de Bosconferentie (twee overheidsprojecten waar ik met methodische kennis en organisatie aansloot) deelde ik geen reflecties. Wat heus wel aannames uit de omgeving opleverde, maar wonderlijk genoeg raakte dat me allemaal niet meer – ik was immers niet privé betrokken. Wel persoonlijk, maar niet privé.
Met dit blog wordt dat privé-proces enigszins doorbroken, want je kunt geen reflectie schrijven als je daarin je kwetsbaarheden niet meeneemt. Toch is het aan te bevelen om goed te bedenken in welke context je het beste leert en reflecteert. En vooral wanneer.
In de luwte of voor de leeuwen
Er is veel research gedaan over momenten waarop het beter is om individueel je lessen en reflectie te pakken, en wanneer je er meer aan hebt om de verbinding met anderen aan te gaan (hier en hier en hier). Omdat ik in mijn persoonlijke lesdoel noodzaak voelde om mezelf voor de leeuwen te gooien op online media, was de uitvoer van mijn digitale tuin publiek en online. Ongecategoriseerd deelde ik alles dat ik wilde, zonder enige uitleg. Dit staat los van de reflectie die ik achteraf voerde (!). Die deed ik namelijk volledig alleen. Ik heb nergens besproken hoe intens ik met dit proces bezig was.
Als ik dat wel gedaan had, dan had ik mijn doel gemist. De reacties op mijn digitale tuin waren dan niet meer puur geweest, en dan leer ik er niks van. Mensen hadden vanuit vooringenomenheid gereageerd – of juist níet gereageerd. Daarom kon ik hier alleen van leren als niemand wist dat ik dit aan het doen was.
Twee vriendinnen (een schrijver en sociaal ondernemer) wisten de laatste paar maanden wel van het experiment. Beiden zijn zó extreem goed in abstraheren, perspectieven zien en loslaten, dat ik er met hen echte gesprekken over kon voeren. Die veel verder gingen dan het experiment zelf. Dat kwam nauwelijks aan bod. Dit was mijn kleine committee. Er zijn zo drie routes die je kunt volgen in je leerproces:
- Solistisch leren (ik noem dit in de luwte leren)
- Met peers leren (ik noem dit in klein committee)
- Publiekelijk leren (dit zou ik voor de leeuwen kunnen noemen ;))
Voordat je je processen publiek deelt is het wijs om te bedenken wát je wilt leren van de interactie. Daarna bedenk je met wíe je deelt. Dit kan breed opgezet zijn, of in klein committee. Wees hier uitgesproken in.
Voorbeeldje: Als ik een praktische taak moet afronden waar ik echt geen zin in heb, zeg ik het altijd ergens hardop. Het maakt niet uit waar, zolang je maar zeker weet dat je de mensen weer terug ziet. Dikke kans dat de ander er op terugkomt. En die stok achter de deur helpt enorm!
Daar staat tegenover dat wanneer ik diepe gevoelens in een kwetsbaar proces ervaar, ik dat áltijd eerst alleen doorloop. Daarna test ik mijn observatie of idee soms bij volkomen onbekenden. Dit leerde ik ooit tijdens mijn studie sociologie van Simmel en het effect van de vreemdeling. Een van mijn favoriete socioloog-filosofen! En soms nog in klein committee. Pas daarna voel ik zekerheid om aan de slag te gaan. Om de beweging in gang te zetten. Vaak hebben bekenden of vrienden namelijk een belang om hun huidige relatie met jou in stand te houden. En als jij flink aan het ontwikkelen en veranderen slaat, ontstaat de kans dat de relatie verandert (disclaimer: dit is per relatie verschillend uiteraard).
Hier is geen wetboek voor. Ook volgordelijk kan het verschillen. Het gaat er om dat je jezelf kent. Ik ben een expressieve introvert, wat wil zeggen dat je alles van me mag weten zodra ik het zelf verwerkt heb. Dingen die onverwerkt zijn zíe, hoor en krijg je niet. Ik lijk daardoor heel open, maar dat is de grootste misvatting die maar kan bestaan. Sociaal gedrag heeft namelijk níets met openheid te maken. Alleen iets met aardigheid. Bovendien is het zo dat je aan mensen die geheimen heel goed kunnen bewaren nooít merkt dat ze geheimen hebben – dat is de essentie van een geheim hebben. ;)
Tijdens mijn werk delen mensen in teamverband de meest persoonlijke processen. Soms verwachten ze daarin hetzelfde van mij. En dan is het lastig als ze merken dat de relatie professioneel is en ik er in een andere rol zit. Dit euvel voorkom je door het voorstructureren van de context. Dit zou je contracteren kunnen noemen: Je stemt in professionele relaties af waar de verbinding begint en eindigt. Donald Winnicott noemt dit trouwens ‘holding environment’.
Zonder nu een cursus over ‘scheve verbindingen’ te willen starten (en waarom ervaringsdeskundigen soms meer kwaad dan goed doen), helpt het om te weten dat je bij leer- en reflectieprocessen in publiek dus áltijd moet opletten dat je niet in overdracht, tegenoverdracht of projecties belandt. Het kan niet vaak genoeg gezegd!
Elke interactie bestaat uit drie elementen
Elke relatie bestaat uit drie elementen: Jij, de ander èn de verbinding die tussen jullie ligt. Je bent alleen verantwoordelijk voor twee van de drie. De derde is volledig buiten je macht (en dat is gezond!). Dat is de plek waar autonomie begint. Je kunt vragen stellen aan de ander over de ander, en op uitnodiging advies geven. En vice versa. Maar daar stopt het.
De reden dat ik deze brug in dit blog plaats heeft alles te maken met mijn realisatie dat deze interacties net zo goed in online-relaties met grote publieken geldt. Je hebt jezelf. Er is een verbinding. En er is een groep onbekenden die als één entiteit communiceren omdat iedereen alles tegelijk van je ziet.
En… dat ik daar zelf de afgelopen tien jaar véél in te leren had. Ik kwam uit een omgeving waar gezamenlijk reflecteren heel gewoon was, en – weet ik achteraf – op hoog niveau plaatsvond. Daar ben ik heel naïef mee omgegaan toen ik zelfstandig ondernemer werd. Voor die tijd werkte ik namelijk in loondienst met gedragswetenschappers, therapeuten en leraren in het speciaal onderwijs en de justitiële hulpverlening. Kortom, in teams waar een continue stroom van slimme spiegeling en pragmatische nuchterheid was.
Ik had daar veel geluk mee, maar maakte als zelfstandig ondernemer daarna grote fouten door ‘hetzelfde’ te verwachten van mensen in het ondernemerslandschap, die uiteindelijk allemaal voor zichzelf gingen. Als lezer mag je hier hardop om lachen, hoor! (doe ik zelf inmiddels ook). Want ja – Het is onwijs dom om te denken dat ondernemers onvoorwaardelijk het beste met de ander voor hebben. Dat kan helemaal niet. Daar ben ik met boter en suiker in gegaan!
Wat een pijnlijk en prima proces was. Het is een bekende uitspraak dat je mensen zelf leert hoe ze je moeten behandelen. En aangezien ik van de afdeling ‘natuurlijk wil ik je even helpen!’ was, werd mijn helpen een vanzelfsprekendheid in plaats van een cadeau. Draai dat beeld dan nog maar eens om. Dan schrikken mensen. Ze voelen zich tekort gedaan en schieten regelmatig in de overdracht.
Ik herinner me goed dat een kennis tijdens KeepitCleanDay (mijn eerste publieke project in 2012) tegen me zei ‘Ik help jou, en niet KeepitCleanDay‘. Dat voelde zó scheef, maar ik begreep de hele uitspraak niet. Mij hoefde hij niet te helpen. Ik had al vrienden, en als hij mijn vriendschap wilde moest hij interesse in mij tonen – daar kom je niet via een project. Ik had ook vrienden die hielpen, maar dat waren al vrienden. Een wereld van verschil.
Pas later ontdekte ik mijn eigen handelen hierin: En dat ik vanuit een ‘loondienst-mentaliteit’ KeepitCleanDay opgezet had. Als ware het een vrijwilligersproject waar ik gewoon een tandwieltje in het geheel was. Maar om me heen had ik zelfstandig ondernemers die er allemaal iets uit wilden halen voor hun ondernemerschap. En nog belangrijker: Dat was hun goed recht! Ze zijn immers ondernemers!! The joke was on me. En zoals ik al zei, een fantastisch inzicht.
Maar goed, ik kan nog steeds maanden vullen met mensen die ‘geïnspireerd zijn en een kopje koffie‘ met me willen drinken. En dat vind ik heel gezellig zelfs! Het grappige is dat ik nu meer weg geef dan voor de pandemie èn tegelijk 60% meer omzet draai. Ik heb oprecht geen idee hoe dit kan, en ik vraag het me ook maar niet meer af.
Koffie mag altijd! Begrijp me daarin alsjeblieft niet verkeerd. Maar wees transparant over je intenties. Kom je iets halen? Zeg het er hardop bij, dan kan ik zèlf kiezen of ik het op dat moment relevant vind om aan bij te dragen. Dat doe ik namelijk met meer dan veel liefde! Maar vul niet voor me in dat ik op voorhand wederkerig geïnspireerd moet raken, of dat het vanzelfsprekend is. Want je ontneemt daarmee de ander zijn autonomie: Het enige element in elke verbinding waar je nooit over gaat.
Autonomie is een relationeel fenomeen
Als je helder kijkt is het relatief eenvoudig te onderscheiden wat van jou is en wat bij de ander hoort. De verbindingslijn zorgt voor uitwisseling – om te communiceren, ervaringen, kennis, gevoelens te delen, of situaties te beschouwen. Gezonde verbindingen zijn zich hier bewust van en laten elkaar de ruimte. Autonomie is zodoende een wederkerig fenomeen. Er is interesse is in elkaars perspectief, maar heeft niet de behoefte de ander te overtuigen van dat perspectief.
Ik vermoed dat voor het komende decennium ons handelen met betrekking tot autonomie steeds belangrijker wordt om gezond met elkaar in verbinding te zijn. Waarden en normen golven als tijdslussen gefaseerd door ons leven heen: Het ene jaar gaat alles over vrijheid, dan staat verbinding bovenaan, dan is het autonoom of innovatief. Dit komt vooral door de overheid op ons af, maar influencers kunnen er tegenwoordig ook wat van. Ik denk dat autonomie hierin een blijvertje wordt. We hebben daar collectief zoveel in te leren!
Een grappige – bijna geruisloze – transitie vond ik hierin bijvoorbeeld de overgang van een ‘Leven Lang Leren’ naar een ‘Leven Lang Ontwikkelen‘. Het was er opeens! Terwijl ik nog verbouwereerd meebewoog zag ik om me heen alles kantelen. Kennelijk zijn maatschappelijk gezien de woorden ‘leren’ en ‘ontwikkelen’ inwisselbaar.
Ranking & Arnold
Een gezonde interactie op social media is niet anders dan in het echte leven. De lastigheid is alleen dat de complete interactie gebeurt door geschreven tekst en/of emoticons. Lang leve aannames!
Toen ik in januari 2023 mijn publieke digitale tuin begon, schreef ik enkel in mijn profiel dat twitter mijn ‘digitale tuin‘ was. Verder veranderde ik niks. Omdat ik maar 1800 volgers heb, maakte ik me aanvankelijk niet zo’n zorgen. Maar dit werkte niet helemaal zoals ik bedacht had.
Alles dat ik deelde riep bij de ontvanger een eigen beeld op. Twitter is een kanaal voor sociale interactie, maar zelf had ik die connotatie er al een paar jaar vanaf gehaald. Twitter was al jaren niet meer zoals in 2012 toen we het voor KeepitCleanDay gebruikten. Bovendien ben ik zelf nooit het sociaal-bubbelen in gegaan, omdat ik al overvloed aan live netwerken had.
Vanuit die wederkerige autonomie, waarin iedereen zelf altijd over dat eigen stukje ruimte gaat, leerde ik van Arnold Mindell dat alles ranking is: Ranking toont de privileges die je binnen een groep hebt, zonder dat je daar op dát moment iets voor hoeft te doen. Er is een genuanceerd verschil tussen ranking en de informele plek die je binnen een veld inneemt.
Waar je informele plek een relatie heeft met je gedrag, je relaties en je ethische keuzes, gaat ranking over een sociaal culturele positie die bij de groep (en jouzelf) bewust of onbewust aanwezig is. Je krijgt ranking door je opleiding, sekse, inkomensklasse, waar je opgegroeid bent of de kennis die je bezit. Hierdoor ontstaat regelmatig een onbewuste vooringenomenheid over dat wat je ‘normaal’ vindt, hoe je onbewust handelt, en de positie die dat vervolgens binnen een netwerk of cultuur verschaft.
Reflecterend kan ik stellen dat ik onbewust nog een online ranking beleefde die ik allang niet meer heb. Toen ik dit na een tijdje ontdekte vond ik het heerlijk! Het voelde alsof ik opnieuw mocht beginnen, wat me altijd een fantastische energie geeft.
Ranking doorbreken in het dagelijks leven is nog niet zo makkelijk. We spreken er over, leggen het principe uit – maar het ook ‘doen’ vraagt veel. Dat vergeten veel theoretici er aan toe te voegen. Mensen moeten zich namelijk bovengemiddeld bewust worden van zichzelf – hun sociale of religieuze achtergrond, hun sekse, hun opleiding, hun huidskleur, maar ook boeken die ze lezen, en muziek die ze luisteren – vóórdat ze er iets over mogen vinden. Vervolgens moet je je bewust worden van het feit dat al deze dingen mede bepalen hoe je naar de wereld kijken èn hoe je behandeld wordt. Je doet binnen een context nog helemaal niks, maar hebt al allerlei privileges.
Zodra je bewustzijn hebt over deze privileges is het eenvoudiger (maar níet vanzelfsprekend!) om je met een opener blik èn autonomer te bewegen. Het hielp mij vorig jaar heel goed om bewust te kijken vanuit welke ranking ik ‘het online podium’ opgestapt was en wat de interacties met me deden.
Soorten interactie met mijn digitale tuin
Er zijn altijd uitzonderingen. Maar hieronder een opsomming van de categorieën die ik waarnam.
1. Mensen die iets komen halen
Dat kan aandacht zijn, bevestiging, verbinding, conflict of iets onbekends. Dit weet je nooit van tevoren, en dat is ook de bedoeling: De ander is verantwoordelijk voor de intentie – jij bent dat niet. Voor mij waren dít de belangrijkste lessen om weer interactie in het publieke aan te gaan. De fijnste mensen zijn de mensen die concreet communiceren en geen vaagheden openlaten. Dat mensen niet lezen, wist ik. Net zoals dat factchecking ontbreekt. Het is daarom de beste leerschool: Bij jezelf blijven als de ander indirect opeist dat je bij hen moet zijn.
Ik leerde afgelopen jaren om niet harder te worden, maar wel veel explicieter mezelf te laten zien. En te zorgen dat ik offline mensen om me heen heb die me begrijpen daarin – die weten hoeveel energie het me werkelijk kost om een hulpvraag af te wijzen.
2 Mensen die iets komen toevoegen
Persoonlijk vind ik dit de leukste. Uiteraard. Dit zijn mensen die iets inhoudelijks lezen in je bericht en er hun eigen kennis, kunde of wijsheid aan toevoegen. Fantastisch! Het maakt trouwens niet uit van welk niveau de toevoeging is. Soms zeggen mensen dat ze iets herkennen of relateren aan een ander kennisstuk dat ze ergens tegen gekomen zijn. ‘Het is alsof je je eigen kleur aangevuld ziet worden met een andere kleur en letterlijk verrijkt wordt.’ Ik vind dit heel fijn.
Afgelopen jaar merkte ik hoe ik dit heb gemist. Het is er in mijn vriendenkring en familie. Maar daarbuiten heb ik het in netwerken jarenlang gemist. Dat te erkennen was lastig (waardoor mijn digitale tuin ècht publiek moest), maar een genot om weer terug te vinden!!
3A. Mensen die zichzelf bekrachtigen via jou
Dit zijn de klassieke retweets: Het direct kopiëren van een tekst, zodat het eigen netwerk kan zien dat je er hetzelfde over denkt.
3B. Mensen die iets willen bekrachtigen (uitgenodigd en onuitgenodigd)
Ik maakte één keer mee dat iemand een bericht van mij kopieerde en er een eigen tekst aan toevoegde dat persoonlijk aan mij gericht was, maar absoluut níks met de inhoud van de tekst te maken had. Dit was een verwarrende situatie – Zeg je iets of niets? Doe je dat dan publiek of privé? Wat is je doel? En wat is je angst? Er bleken uiteindelijk mensen te zijn die een verhaallijn verzonnen bij mijn berichten. En daar waren ze op gaan doorborduren. Ik stond werkelijk met mijn bek vol tanden. Iemand die ik persoonlijk ken kom vroeg me live een keer of een bepaalde bericht over een gemeenschappelijke situatie ging. Dat was attent! Zo kreeg ik de ruimte om uit te leggen, en groeiden we beiden.
Ik ben geen voorstander van mensen bekrachtigen als je de context van een tekst niet helder hebt. Zelfs als je denkt dat je het kunt invullen, kun je het niet. Door deze ervaring veranderde ik mijn profieltekst: ‘Er zit geen logica, lijn of volgorde in mijn berichten’, schreef ik op een gegeven moment. Om er daarna achter te komen dat je daar niks aan hebt.
4. Mijn interacties naar anderen
Mijn human design type is de projector. Nu doe ik bar weinig met dit soort informatie, maar het kan je altijd van pas komen. Zo handelt de projector ‘op uitnodiging’. Dit herken ik. Punt is wel dat ik me door álles uitgenodigd kan voelen – dat hoeft niet perse een ander mens te zijn. Als ik in een cafe zit en een schilderij zie, kan dat al inspiratie geven. Met boeken idem dito – die lees ik om deze reden vrijwel nooit lineair. Wandelen – altijd alleen, want gesprekken leiden me af van wat ik ervaar als ik om me heen kijk. Dit is iets dat ik inmiddels uitleg als onderscheid tussen flaneren en focussen.
Ken uzelve: Ik werd daarom heel selectief op welke berichten van anderen ik reageerde. Terugkijkend deed ik dit alleen als er 1) heel veel mensen op een duimpje klikten 2) als ik die persoon ook in het echte leven ken.
Tot slot: Radicale Openhartigheid
Tijdens begeleidingstrajecten (die vrijwel allemaal gaan over verstoorde groepsdynamiek) gebruik ik consequent de tabel van Kim Scott. Zij is mondiaal executive coach geweest bij o.a. Twitter, Google en Apple, en kent de klappen van de zweep. Het verhaal wil dat ze op een dag Bob moest ontslaan. Maar omdat ze Bob heel erg aardig vond, heeft ze dat op de slechts mogelijke manier aangepakt.
Een stijl die ze later in het boek ‘ruïnerende empathie’ noemt. Het is gedrag waarbij je zwijgt, omdat je de ander lief vindt. Totaal niet helpend, hartstikke destructief, maar wel begrijpelijk. Zwijgen en iemand heel onaardig vinden zorgt voor ‘onverschillige manipulatie’ (de roddels bij het koffiezetapparaat). Als je iemand lief vindt, stelt Kim, dan verdient die persoon van jou zowel de inhoudelijke confrontatie en je zorg. Ze noemt dit ‘radicale openhartigheid’. En zelfs als de zorg even ontbreekt, moet je van je hart geen moordkuil maken: ‘wanhopige agressie‘ noemt ze dat.
Ik ken dit boek zó goed dat ik mezelf er op betrap als ik geen radicale openhartigheid toepas. Het heeft de laatste vijf jaar van mijn leven behoorlijk verrijkt, maar het is ook moeilijk – omdat je nou eenmaal niet over dat ‘derde element’ gaat. En zo kom ik terug bij autonomie als relationeel fenomeen. Je kunt alleen iets doen aan jezelf en bijdragen aan de verbinding. De ander is aan de ander.
Dank!
Dank voor dit lezen. Dank voor de openheid. Dank voor de ruimte. Je bent kennelijk tot hier gekomen met lezen, wat iets wil zeggen. Het is geen literair meesterwerk dat hierboven staat. Maar ik hoop dat het je eigen inzichten heeft gebracht, en een verbinding heeft gegeven die je bij je volgende verhaal brengt. Laat het mooi zijn! En mocht je willen delen, ik hoor je graag.
.
