In 2023 gebruikte ik twitter X een jaar lang als mijn ‘digitale tuin’. Ik zocht een manier om ongefilterd mijn gedachten, ideeën en inzichten weer te kunnen delen. Ik bedoel hier niet het ontbreken van ethiek en discretie mee, maar een persoonlijk gevoel van vrijheid. Dit was ik tijdens de pandemie kwijt geraakt. Waar ik in de tien jaar daarvoor moeiteloos op alle digitale plekken on-affe teksten deelde, dacht ik steeds meer na over woorden. En niet op een goede manier: Ik werd onzeker en gespannen. Koos ik wel de juiste woorden? Werd ik begrepen? Zei ik dingen op een goede manier? Zou er niet (weer) iemand boos op me worden? En uiteindelijk de gedachte: Wat had het voor zin om mijn stem te laten horen?
.
Geen gedachten waar je heel vrolijk van wordt
Eind 2022 besloot ik dat ik moest zorgen dat mijn plezier terug kwam. Dat ‘rücksichtlos’ vrije gevoel. Twee jaar daarvoor was ik een nieuwe blog-serie begonnen met als thema ‘Iedereen kan leren leren’. Over de teksten was ik behoorlijk ontevreden, maar omdat mijn focus volledig lag bij leerprocessen, keek ik door de kwaliteit van de tekst heen. Ik was allang blij dat er iets uit mijn handen kwam!
Een van de belangrijkste indicatoren om je vooruit te helpen, terwijl je jezelf in een leersituatie zet, is het toestaan van fouten. Je móet de openheid van geest bezitten om ontwikkeling bóven perfectie te plaatsen. Dit kun je bijvoorbeeld doen door met jezelf af te spreken dat je maximaal een uur aan een product mag werken en je het dan moet delen. Of, door af te spreken dat je niets redigeert of nakijkt, maar het direct plaatst. Of, door je focus volledig te leggen op de inhoud en de tekst als ondergeschikt te zien. Dit laatste koos ik bij de serie ‘Iedereen kan leren leren‘: Begrepen worden en mijn verhaal delen was véél belangrijker dan perfect schrijven. Het waren geen ongefilterde visies (wat betekent dat ik veel visie weg liet), maar ik schreef – en daar ging het om.
Deze blog-serie stond op het platform GetRevue dat in december 2022 uit de lucht werd gehaald. Concreet betekende dit precies wat er staat: Alle content op het platform ging uit de lucht. Dus ook mijn serie. Met terugwerkende kracht was dit het momentum waardoor ik pragmatischer ging kijken naar mijn Digitale Tuin en de essentiële noodzaak om weer op online platforms verbinding te maken met de rest van de wereld.
Wat is een Digitale Tuin?
In een notendop: Een digitale tuin is een online plek waar je ongefilterd gedachten, ideeën, inzichten en opzetjes noteert. Maar er bestaan ook digitale tuinen over boeken, muziek, architectuur of beeldende kunst. De kern is dat het niet af hoort te zijn. Het is een persoonlijke verzameling van allerlei data. Een plek waar je van alles laat groeien en bloeien. Snoeien mag trouwens ook. (hier lees je over de geschiedenis van de digitale tuin).
Voor alle vrouwen mensen die nu denken: ‘Joh, dat heet gewoon een ‘dagboek’. Die mogen wat mij betreft volmondig gelijk krijgen. Met als enige verschil dat een dagboek vaak zeer privé is en deze tuin niet. ‘Een portfolio dan!‘ Kan ook. We kunnen er hoogdravend en mysterieus over doen – en sommige mensen doen dat ook – maar het is in de basis een behoorlijk simpel concept.
Mijn persoonlijke relatie met de digitale tuin strekt zich uit van 1990 tot vandaag. Het jaar waarin ik veertien was: Boekjes vol heb ik versleten met dromen, ideeën, verhalen en ‘halve liedjes’ (ik maakte tot mijn vierendertigste zelden iets af). Vanaf het moment dat ik op sociale opleidingen zat, kwamen daar nog eens honderden reflectieverslagen en persoonlijkheidsprocessen bij. Vervolgens wees Frank Sanders me op de MusicalAcademie in 1999 op het bestaan van de ‘jammer-map’: Een map (of boekenplank) met al je ideeën die je nog-niet gebruikt hebt. Daar heb ik er tientallen van.
Toen ik in het vroege voorjaar van 2020 bij een blog van Maggie Appleton terecht kwam over de ‘digital garden‘ was ik verkocht. Ik heb een behoorlijk metaforisch brein (is geen officiële term, maar helpt me al jaren om uit te leggen hoe ik de wereld ervaar) en het beeld van een tuin sloeg direct aan. Plak daar de meer dan fantastische beeldspraak van schrijver George R.R. Martin aan vast waarin hij kunstenaars verdeelt in tuinders en architecten, en je kunt me wegdragen. Het hele pakket – mijn dagboeken, jaarboeken, reflectieverslagen en jammer-mappen – kreeg duiding en een bestaan dat inmiddels een periode van 34 jaar beslaat.
Nieuwetijdtools
Maar goed, met die verzamelnaam was ik er nog niet. De reden voor mijn plotselinge digitale-pleinvrees was meerledig, en doet voor het onderzoek weinig ter zake. Het punt was dat ik het wilde oplossen. En dat ging niet met privé-omgevingen waar ik voor het vaderland weg reflecteerde.
Tijdens de pandemie gebruikte ik meerdere ‘Nieuwetijdtools‘ naast elkaar (is ook geen officiële term, maar gebruik ik voor digitale tools die grotendeels uit de 21ste eeuw komen en een intuïtief gebruik kennen). Evernote voor mijn corona-reflecties, toen stapte ik over naar Notion en ging met Obsidian experimenteren. Die laatste heb ik er meteen weer uitgegooid, omdat ik daar véél knutsel- en oefentijd voor nodig had. Een gekozen tool mag absoluut je creatieproces niet in de weg zitten, dus moet je soms op korte termijn even andere keuzes maken, terwijl je op lange termijn de tool rustig leert kennen. Je kunt je digitale tool heel goed ontwikkelen op zo’n nieuwetijdstool. Maar een website, zoals Maggie Appleton en vele anderen gebruiken, kan net zo prima.
Transparancy for the sake of research and change
Iemand vroeg me laatst waarom het zo belangrijk voor me is dat ik die ‘online openheid‘ terug krijg. ‘Misschien is de wereld wel gewoon veranderd’ zei ze. Dat is ook zo, denk ik.
De wereld is op dit moment weerbarstig en paradoxaal. Maar als ik wil (en dat wil ik) dat we naar een liefdevolle stabiliteit gaan, dan is het laatste dat ik moet doen me aanpassen aan die context. De kunst is om dicht bij jezelf te blijven, als de rest van de wereld het vergeet. Om je reflectie fijnmazig en eloquent te voeren, als de rest van de wereld schreeuwt. En vooral om voort te leven hoe je het graag zou willen zien. Niet vinger wijzend, maar door te doen. Niet met veel bombarie, maar met veel oprechtheid. Dus moet je zelf ook door de shit heen, anders werkt dat niet.
For the sake of research is het inzichtelijk om er aan toe te voegen dat ik in 2006 een belangrijke ontdekking deed op dit gebied, met betrekking tot mijn eigen levensgeluk en gevoel van veiligheid.
Ik gaf gedragstherapeutisch begeleiding aan ongeveer twaalf jongens met een LVB diagnose en een detentie verleden. Ik had slechts twee collegae, en we werkten contextueel en ietwat provocatief. Mijn baas (psychotherapeut, fysiotherapeut en zwarte band in Braziliaans Jiujitsu) filosofeerde dat ik niet naar de zelfverdedigingscursus op het hoofdgebouw hoefde. ‘Tijdens een crisis herinnert jouw lichaam daar niks meer van, dus je kunt beter de honderd meter in tien seconden leren rennen‘, zei hij. Bovendien deden we wekelijks jiujitsu op het centrum en kon ik dan ook grepen leren. Zo gezegd, zo gedaan.
Vervolgens leerde ik de jaren daarna mijn authentieke de-escalatie stijl kennen. De werkwijze waar ik eigenaarschap ervaar. Want de stop-denk-doe methode vind ik ook wat gemaakt. Het blijkt dat transparantie en volledig ín het moment handelen, voor mij perfect werkt. Zo kan kwetsbaarheid op een waardevrije manier ‘lucht’ krijgen en ontstaat er ruimte in de verbinding.
“Tijdens een situatie met een boze client werd dit glashelder. Met gebalde vuisten stond hij voor me. ‘Ben je bang? Ben je bang?’ schreeuwde hij. Ik herinner me dat ik ‘Ja’ dacht. Dus zei ik ‘Ja’. Waarna ik als argument benoemde dat hij een jongen was, en ik een meisje. En dat jongens sterker zijn dan meisjes, en ik met één hoek op de grond zou liggen. Hij ontspande zienderogen. Waarna ik vroeg of hij een sigaretje wilde roken (ik rook niet, maar hij wel). ‘Zie ik je daarna?’ vroeg ik. Hij knikte.” Er zijn incidenten die je nooít vergeet. Al is dit 16 jaar geleden, het staat nog letterlijk op mijn netvlies.
Ik heb deze oprechtheid nodig om te kunnen ademen. En als ik daar belemmering of discrepantie in ervaar, word ik onzeker. Dat geldt op privé gebied, maar in mijn werk net zo goed. Complexer is het niet. In december 2022 was mijn introspectie op dit euvel wel klaar en de wereld weer open, dus móest er iets gebeuren.
Twitter als Exposure Therapie
‘Exposure therapie!‘ dacht ik rond de jaarwisseling 2022. Nogal ludiek. Dat zou helpen! Exposure therapie is niets anders dan blootstelling aan je angst. Het valt onder de cognitieve gedragstherapie en kent verschillende variaties. Zo kun je exposure toepassen in je verbeelding, onder begeleiding of als fysieke gewaarwording. Als je gematigd handelt en jezelf goed monitort, kun je er veel baat bij hebben. Om van mijn digitale pleinvrees af te komen, moest ik me er dus gewoon aan blootstellen. In het water springen en er achterkomen dat je heus wel zwemmen kunt. (disclaimer: Als je grote angsten hebt, raadpleeg dan altijd een therapeut en ga niet zelf knutselen. Dit is géén aanbeveling om jezelf in risicovolle situaties te plaatsen).
Ik besloot Twitter X te gebruiken als platform, omdat ik dat (hoe absurd het ook klinkt) de meest veilige plek vond die ik bedenken kon. Twitter is het afvoerputje van sociale media. Hierdoor let niemand op iemand, en is alleen met zichzelf bezig. Dit maakt het ultiem veilig voor sociale experimenten. De gedragscodes zijn zo diffuus, dat het bovendien niet eens opvalt als je je eigen codes hanteert. Dus koos ik twitter.
Gedragshandelingen
Ik gebruikte de hashtag #digitaletuin, maar zag mezelf tijdens het jaar ook #digitalgarden typen. Soms zette ik er #kenniscreatie of #reflectiefkapitaal achter. De hashtags gebruik ik ook in mijn prive-tuin, zodat ik teksten snel terug kan vinden. Twitter heeft hetzelfde effect.
Hoe ik koos wat ik deelde: Ik koos niet. Elk bericht dat je in 2023 van mij voorbij zag komen was vijf seconden daarvoor als gedachte ontstaan. Met nul ruimtetijd:
- Losse gedachten die uit het niets in me opkwamen.
- Losse gedachten die tijdens het koken of in het openbaar vervoer in me opkwamen
- Inzichten na trainingen, sessies of werkgerelateerde gesprekken
- Foto’s van teksten die ik las
- Foto’s van quotes die me aanspraken
- Muziek dat me op dat moment inspireerde
Mijn keuzes tot interactie veranderde gedurende het jaar. Hier heb ik mijn grootste ontwikkeling gemeten. Dit zal ik in een volgend blog iets meer uiteen zetten, omdat ik me daar komende dagen nog in wil verdiepen.
Hoe meet je in hemelsnaam een digitale tuin?
Met dank aan statistiek en methodologie op de UvA, weet ik net genoeg om te begrijpen hoe meten werkt. En misschien wel belangrijker: Hoe het vooral níet werkt. In het kort komt het op het volgende neer: Je kiest aan de hand van je onderzoeksvraag een onderzoeksmethode om tot het meest betrouwbare antwoord te komen. Je verzamelt data om die vervolgens te analyseren. Deze twee stappen moeten naadloos op elkaar aansluiten. Reflectie, lessen en inzichten ontstaan enkel door de analyse, níet door de verzameling.
Onderzoeksmethoden onderscheiden zich waardoor je van te voren een keuze maakt hoe je je onderzoek aanpakt. Ik heb dit bij mijn digitale tuin niet gedaan, omdat ik me volledig vrij van vooringenomenheid wilde kunnen gedragen. De methode mocht me niet beperken in het halen van mijn doel (online weer vrij communiceren). Daarom koos ik voor een reflectieve aanpak en bekijk ik mezelf als zgn. kwalitatieve case study.
Mijn onderzoek is in die zin allerminst objectief en zeker niet repliceerbaar. Wat overigens niet verstorend hoeft te zijn voor de betrouwbaarheid, aangezien mijn zelfreflectie de brugverbinding naar het antwoord op de vraag is. En die kan ik volmondig bevestigen: Mijn digitale tuin 2023 heeft absoluut bijgedragen aan het oplossen van mijn angst om weer opener te zijn op online media platforms.
Het Poëtische Principe
Als leidraad heb ik o.a. het Poëtische Principe van Cooperrider en het Psychologisch Eigenaarschap van Pierce gebruikt.
Het poëtische principe stelt dat we allemaal door de werking van tijd anders ‘kijken’ naar onze gewoonten en gebruiken. We moeten onszelf daarom aanleren om een blanco canvas te kunnen zien, zodat we op groei gefocust blijven. Taal helpt hierbij. Metaforen en verhalen zijn ondersteunend aan het groei-element. Daarom lees je in dit blog ook veel introspectieve zijwegen – dienend aan de manier waarop ik mijn digitale tuin op twitter ervaren heb.
The Poetic Principle
- Life Experience is Rich
- We Have Habits of Seeing
- Whatever We Focus On, Grows
- Find What We Want More of, Not Less of
- Develop an Appreciate Eye
“Appreciative inquiry makes extensive use of poetic language – of stories, metaphors, and imagery – to facilitate the discovery of high-point experiences and the articulation of desired future states. It is commonly believed that through this narrative mode of knowing, appreciative dialogue awakens the imaginative and relational possibilities for successful transformation of organizational systems.” (bron)
Mijn berichten ontwikkelen zich door het jaar heen als een groei-document. Waar ik in het begin nog abstracter schreef, zie je dat er in de weken en maanden daarna steeds meer ontspanning in de tekst komt. De categorieën die ontstonden hielpen (en helpen) me daarbij – het zijn verhalende lijnen waar ik met plezier en luchtigheid voor mezelf steeds meer standpunten in neem. De mensen die hierop reageren veranderden door de maanden heen ook. Iets dat ik als heel plezierig heb ervaren. Een waarderend groei-element blijkt helpend om jezelf tijd te geven om op een plek te ‘geraken’ waarvan je hoopte dat die er nog was, maar die je opnieuw vinden moest.
Drie wortels en drie wegen (Roots & Routes)
Er is de afgelopen decennia steeds meer aandacht voor het begrip eigenaarschap gekomen. Daarbij is er een verschil in formeel eigenaarschap en psychologisch eigenaarschap. Formeel eigenaarschap is wie over de taak gaat: Wie is formeel binnen de organisatie of het systeem de eigenaar van het proces. Dit is in de jaren negentig ontwikkeld door o.a. Jon L. Pierce . Hij stelt dat het niet uitmaakt dat je formeel eigenaarschap hebt, als je niet het gevoel hebt dat je het hebt. Psychologisch eigenaarschap is “A state in which an individual feels as though a target of ownership or a piece of that target is theirs”.
Het gaat erom, zoals Carlijn Nelis verwoord in de Canon van Leren & Ontwikkelen, dat er een gevoel van ‘MIJN’ ontstaat. De eigenaar moet zich eigenaar voelen. Hierdoor overstemd het psychologisch welzijn de formele functie. Andersom kan ook – Dan heeft iemand formeel geen eigenaarschap, maar eigent zich psychologisch wel eigenaarschap toe. We herkennen hier enerzijds de informele leider in, maar anderzijds ook de collega met hiërarchische problemen.
Naar de werking van psychologisch eigenaarschap is de afgelopen dertig jaar ongelofelijk veel onderzoek gedaan ( op Google vind je meer dan 38 miljoen links). Voor mijn reflectieve onderzoek gebruikte ik de drie wegen die Pierce benoemt om tot deze staat van psychologisch eigenaarschap te komen:
- Controle over het onderwerp – dit houdt in dat je volledige beschikking en controle hebt over de uitoefening van het werk
- Verdiepende kennis over het onderwerp – dit betekent dat je diepe kennis over het onderwerp ontwikkelt en zo een band met je onderwerp opbouwt.
- Zelf investeren in je onderwerp – als je zelf tijd, energie en inzet geeft, verdiept de verbinding met je onderwerp als vanzelf.
Er wordt gesteld dat slechts één van deze drie wegen al voldoende is om psychologisch eigenaarschap te ontwikkelen over een onderwerp of taak, maar dat ze elkaar vanzelfsprekend versterken. Kijkend naar deze routes is het overduidelijk waarom mijn digitale tuin op twitter me zoveel succesgevoel en vrijheidsbeleving heeft opgeleverd!
- Ik heb volledige controle over het onderwerp, want ik bèn het onderwerp. – Hiermee bezit ik formeel eigenaarschap, wat gedurende de maanden die volgden me steeds meer psychologisch eigenaarschap heeft gebracht.
- Ik heb me continu verdiept in het onderwerp, want ik was met een onderzoeksvraag bezig – Doordat ik monitorde wat het met me deed, kreeg ik steeds meer kennis over zowel mezelf als de categorieën die er ontstonden. Ik liet de interactie met anderen volledig los, en verdiepte zo de relatie.
- Ik investeerde flink in dit onderwerp, met zowel tijd als energie – Prettig hieraan is dat het onderzoek heel weinig tijdsintensief was. Ik deelde berichten zonder nadenken, waardoor je belevingstijd (Kairos) het gigantisch wint van je kloktijd (Chronos). Omdat ik enkel berichten schreef als ik kloktijd had (een tweet schrijven duurt echt niet langer dan een minuut) heb ik hier geen verlies in ervaren.
Kortom, los van alle anekdotische inzichten en losse lessen die er nog voor me liggen, kan ik na aanleiding van de duiding rond psychologisch eigenaarschap goed verklaren waarom ik altijd al formeel eigenaar van mijn vrijheid van meningsuiting was. Maar het nu ook zo ervaar.
.
Tuin Adviezen voor de Liefhebber ;)
.Tuin adviezen ;)
1. Twijfel niet, en zet je schep in de grond.
Kies je grond. Bekijk de grond. En (t)twijfel niet te lang om je schep er in te zetten. Je kunt er altijd weer mee stoppen. Maar beginnen is echt noodzakelijk om er achter te komen hoe de aarde voelt. Ga gewoon aan de slag. Geef jezelf een bepaalde periode om het te proberen. Werkt het niet, of word je er juist ongelukkiger van? Dan is dat je moment er mee op te houden.
2. Leer het verschil in plantsoorten kennen.
Gaandeweg ontdek je welke plantensoorten er zijn, en welke floreren op jouw grond. In klei groeien liever andere planten dan in zand. Dit geldt ook voor platforms en tools. Dit kun je van tevoren bedenken, maar je moet het altijd in de praktijk even onderzoeken.
Twitter hielp me om niet vooringenomen te zijn. Om te experimenteren met allerlei ‘plantensoorten’ waaruit categorieën ontstonden. Als je het laat ontvouwen ontstaat er vanzelf een ‘planten-pallet’ dat bij je past. Zo zag ik pas in het laatste kwartaal dat mijn berichten zijn in te delen in de volgende categorieën:
- Kenniscreatie
- Reflectief Kapitaal
- Random inzichten
- Muziek, film & theater
3. Zaai serendipiteit, oogst ontwikkeling.
Dit gaat over loslaten en schijnbare toevalligheden laten ontstaan. Ik ben groot fan van loslaten, maar dat moet bij je passen. Serendipiteit zaai je door 1.) volledig onverschillig naar de omgeving te zijn 2.) je koers standvastig vol te houden 3.) alle aannames over het resultaat los te laten.
Het is een proces van diepe gronding gecombineerd met volledig vrij te zijn van resultaten. Zo kom je tot de ultieme ontwikkeling. Zolang je blijft monitoren! Je moet tussendoor wel kijken naar de ‘groei’ om te ontdekken welke kant het op beweegt. Praktisch doe je dit door periodiek uit te zoomen en naar je tuin te kijken. Wat zijn per-ongelukte vindingen? Welke inzichten doe je op.
4. Accepteer het als je hele tuin vol staat met bieslook.
Je doet dit voor de winst op jezelf. Voor niemand anders dan het vraagstuk dat je bij kop en staart beetpakken wilt. Hóe dat eruit komt te zien, weet niemand. Daarom heet het een onderzoek. Daarom doe je experimenten. Als je onderweg oordeelt over dat wat je waarneemt in plaats van monitort, ga je aan je doel voorbij. Accepteer dat het eruit komt te zien zoals niemand van te voren ooit had kunnen bedenken. Ook als dat een digitale tuin vol bieslook betekent!
Praktisch doe je dit door de omgeving selectief buiten te sluiten. Ik heb bij ongeveer 40% van de berichten die ik online deelde aangevinkt dat ik alleen zelf kon reageren. Dit heb ik daar schade en schande ontdekt. Halverwege het jaar nam Elon Musk twitter over (en maakte er X van). Dit was een mooie test! De interactieve omgeving veranderde drastisch, maar mijn doel lag bij mij en niet bij anderen.
.
Ps. Een prachtig artikel hoe je jonge kinderen leert journaling. Ik kon het nergens kwijt in bovenstand blog, maar ik wil het je niet onthouden. ‘Journaling is thinking with a pencil’ Van Edutopia.
