“Als we allemaal kleine deeltjes zijn met een neiging tot zelfreflectie – dan kan een groep mensen ook tot zelfreflectie komen. Daarom kan een compleet systeem van deze kleine deeltjes reflecteren op een nog groter systeem. Is onze planeet, ons zonnestelsel […] een levend wezen in de zin van een zelfreflecterend wezen? Mijn antwoord is… (ik zeg het zacht)… Ja! Waarom zou ik het fluisteren? Omdat de natuurkundige in mij zegt ‘That is quantum woo!’ – wat wil zeggen dat je iets maakt van quantum physics dat nog niet bewezen is. Daarom zeg ik het zacht.” [The Leaders 2d Training – Arnold Mindell]
Deze dagen worstel ik me door een boek heen dat al jaren in mijn kast staat, maar waar ik niet doorheen kwam. De inhoud ken ik, maar het taalveld (de schrijfstijl, zoals ik dat noem) klikt niet. De truc lijkt nu te zitten in een tussenstap waarbij ik me in mijn hoofd verbeeld dat Arnold Mindell het boek aan me voorleest. Als ik zijn stem erbij ‘hoor’ vlieg ik door de bladzijden heen. Ha! Een tweede truc die me goed helpt is door erover te schrijven. Een win-win-win situatie waar u en ik beiden van profiteren. Naar ik hoop.
Een Schijnbare tegenstelling
De passage hierboven komt uit Hoofdstuk 1 van het boek. Mindell pakt meteen de grote thema’s en verbindt daarbij Kwantummechanica aan processen van Zelfreflectie. Hij legt uit hoe reflectieve processen veel universeler van aard zijn dan we aanvankelijk denken. Beginnend met een vermakelijke ontmoeting tussen Paus Franciscus en Stephan Hawking in het Vaticaan (2016). ‘Faith and reason reach out to eachother‘ kopt één van de artikelen. Maar zijn deze wel zo tegenstrijdig aan elkaar? Mindell brengt werelden samen – Dat deed hij in zijn dagelijks leven, in zijn werk en net zo in zijn boeken. Het beeld van Paus Franciscus en Hawking is daarom deel van een procesmatig netwerk dat al veel langer over onze planeet uitwaaiert. Geen of-of, maar een en-en.
“Ik herinner me natuurkundige [..] Richard Feynman” schrijft Mindell. “Vandaag herinnert hij me aan de Paus. [..] Feynman zei dat we niet moeten nadenken over de oorsprong van de Schrödinger-vergelijking, die de essentie van materie beschrijft, de mechanica van golven en deeltjes. Het is onmogelijk om dit af te leiden uit alles wat je weet. Het kwam uit de geest van Schrödinger. Feynman en de Paus zeggen in principe hetzelfde: De natuur is zoals ze is. Denk niet verder.“
We lijken meer op elkaar dan dat we verschillen
Al kunnen we dan nog zo verschillend lijken en angstvallig veel op elkaar lijken – waar komt dan al die segregatie vandaan? Een kwestie van duiding. Soms zit er ons enkel een onderscheid in taal in de weg. Maar soms ook zijn het platte uiterlijkheden die een scheiding creëren, daar waar het niet noodzakelijk is.
‘Soort zoekt soort‘ is niet voor niets een populaire term. Deze simpele tekst is de bedding onder talloze biologische en economische stromingen. Het wil eigenlijk zeggen dat je van een dubbeltje nooit een kwartje wordt, of überhaupt de ruimte hebt om zelf een munteenheid uit te kiezen.
Wat gebeurt er als je bij alles en iedereen wilt horen? Als je zowel deze Paus als Hawking wijze mensen vindt. Als je het eens bent met de één. En ook met de ander. Als ze voor jou meer op elkaar lijken dan dat ze verschillen. Mindell doet in zijn boek een indirecte oproep om een nieuw veld te bouwen. Geen dubbeltjes of kwartjes, maar duizenden munteenheden die allemaal van gelijke waarde zijn.
Het vraagt om een eerlijke blik naar alle ingrediënten die een situatie maken. Zonder dat ze in een sociaal-culturele verpakking te plaatsen. Een eerlijke blik naar aannames en vooronderstellingen die onbedoeld met ons meereizen. En… misschien – en dat is waar deze passage me in raakt – vraagt het tegelijkertijd om daarbinnen je eigen verhaal te vertellen. Om minder mee te gaan in ‘haute couture’ en ‘clickbaits’.
Door allerlei invloeden is de mens regelmatig ‘sociaal corrumbeerbaar‘. Het zijn sterke dynamieken – Ze verleiden en verbinden. Maar ze scheiden en splitsen net zo goed. Op lange termijn is dit niet houdbaar en dus niet functioneel. De natuur zou zo’n keuze nooit maken. Wat dat betreft zijn alle natuurkundigen en religieuzen het met elkaar eens. De natuur beweegt mee naar daar waar de aandacht naar toe wil. Ditzelfde adviseert Mindell. Want als alle betrokkenen de sociale vooronderstellingen aan de buitenkant loslaten, dan maakt het niet meer uit.
Taal laat zien waar de aandacht en energie heen gaat
In 2015 werd ik door een grote Nederlandse bank gevraagd om een dagdeel Dragon Dreaming te komen verzorgen. Het was bij de financiële afdeling van de organisatie, wat ik inwendig een komische twist aan het geheel vond geven. Omdat ik tot die dag geen enkele ervaring had met het werken met banken besloot ik voor een veilig uitgangspunt te kiezen: Ik paste me aan de uiterlijkheden aan.
Dit hield in dat ik de vormgeving verzakelijkte en niet teveel over de relatie tussen natuurvolkeren dacht te kunnen spreken. Natuurlijk zou ik het wel ontdekken, maar eerlijk is eerlijk – Ik stapte er in met het beeld dat we allemaal hebben van een bank op de Zuidas in Amsterdam. Zakelijk! Ik werk altijd vanuit een directe verbinding en vind het van belang daar authentiek in te blijven – door dicht bij jezelf te staan, zodat er ook enige stretch van de deelnemer wordt gevraagd op het gebied van perspectieven en leeroptimalisatie. Dit liet ik nu enigszins los.
De trainingsruimte was inderdaad gevuld met zo’n dertig vriendelijke gezichten, maatpakken en mantelpakjes. Mijn vooronderstelling werd bevestigd en ik legde het programma neer. Van daaruit verzamelde ik ieders wensen voor de sessie op een flip overvel – Deze interventie kies ik regelmatig bij open trainingen, omdat ik dan pijlsnel te zien krijg waar de aandacht van de beperkte tijd naartoe wil. Zo verbind ik buiten met binnen. De inventarisatie vertelt me direct welke thema’s nadruk willen, waar balans wordt gevraagd en in welk taalveld de deelnemers zich bevinden.
Taal bleek die middag de grote magische route om dichter bij de kern te komen! Er is namelijk een onderscheid tussen mensen die voornamelijk communiceren in woorden zoals ‘begroting’, ‘plannen’, richtlijnen’, ‘creaties’, ‘visualisatie’, ‘wensen’ en ‘evaluatie‘. En mensen die het eerder hebben over ‘geld’, ‘ideeën’, ‘waarden’, ‘bronnen’, ‘dromen’, ‘gevoelens‘ en ‘oogsten’. Laar me daarbij expliciet stellen dat dit een volledig waardevrij onderscheid is! Het één staat naast het ander. Geheel gelijkwaardig. Het heeft dezelfde bron, echter komt het via andere taal in de buitenwereld terecht.
Als ik met een groep werk waar veel ‘verzakelijking’ in woordkeuzes voorkomt, geef ik werkvormen een andere naam dan wanneer een groep zich vooral op de gevoelslaag bevindt. Zo is de werkvorm ‘Droomcirkel’ vanaf 2014 in al mijn trainingen en begeleidingen veranderd in het woord ‘Creatiecirkel’. Het is exact dezelfde werkwijze, maar met een woord dat bij mijn doelgroepen veel toegankelijker resoneert. Overigens, is dit bij Dragon Dreaming volkomen legitiem. Het past als gegoten in de visie die het naleeft.
‘Waar zit dan de magie?’
Tijdens de inventarisatie van de specifieke wensen bij deze bank had ik al wakker geschud kunnen worden over al mijn aannames en vooronderstellingen… Tekstcombinaties zoals ‘ik droom..‘ en ‘dan zijn onze waarden..‘ en ‘dan voelen we ons..‘ wijzen allemaal naar de gevoelskant. Maar, dat zag ik natuurlijk pas achteraf. In het moment zelf won de uiterlijke omgeving het compleet van de taal op de flip-over. Wel inhoudelijk aangesloten op de wensen, maar… abstracter en rationeler.
De essentie van Dragon Dreaming bevindt zich sowieso op allerlei lagen tegelijk. Zodoende vertrouwde ik op het proces. Dat wat gezien wil worden onthult zichzelf vanzelf als je er ruimte en adem aan geeft. En dat gebeurde ook hier – Na ongeveer een uur zei iemand “Ik vind dit allemaal heel overzichtelijk en bruikbaar, maar ik wil de magie voelen. Er zit toch magie in deze werkwijze. Waar zit dan de magie?” De reactie maakte zoveel indruk dat ik het me vandaag nog letterlijk herinner. Het is één van de meest waarachtigste vragen die me ooit tijdens een begeleiding gesteld is!
De groep reageerde net als ik. We waren net zo verwonderd als nieuwsgierig naar dat wat zou volgen. En dankbaar voor de opening die deze deelnemer aan onze training had gegeven! Ik dubbelcheckte de vraag en bevroeg de groep non-verbaal op deze wending. Ja? Gingen we dit doen? Er werd geknikt. We gingen dit doen. Dus zat ik twee minuten later met dertig mensen in zakelijke maatkleding op de Zuidas te mediteren.
De sessie is een onuitwisbaar moment gebleken in de jaren die volgden. Uiterlijke hiërarchieën, maar ook opgeblazen ego’s of stemmingmakerij op het gebied van verdeel-en-heers strategieën zijn onderdeel van de natuur: Ik denk er niet over na, maar ik ontwijk ze evenmin. En blijf ten alle tijden authentiek.
Iedereen droomt
De kern van dat wat Arnold Mindell in The Leaders 2d Training aanraakt is de noodzakelijke veelzijdigheid die je als begeleider, trainer, supervisor of spreker (geef het een naam) moet hebben om te kunnen mee bewegen met de tendens van de omgeving. Waarbij je juíst je mens-zijn voorop zet en ruimte geeft aan de gevoelslaag. Omdat er anders geen contact is.
De vraag naar magie was een reflectief moment van de individuele deelnemer, die leidde naar een collectieve reflectie. De vraag werd uitgesproken en gezien door de groep. In een context waar de sociale norm niet direct naar ‘magie’ neigde. Maar precies was wat er nodig was. Alleen op die manier kun je met elkaar tot een kanteling komen. Tot een doorbraak. Een afscheid. Of een kleine aanpassing in de ontwikkelingsprocessen.
.
“Zien wat gedaan is, doen wat gezegd is, zeggen wat je voelt.” [Projectwheel Dragon Dreaming]
.
Ik werk veel bij organisaties met geüniformeerde beroepen – Het zijn velden waar ik veel van houd, omdat ik de maatschappelijke liefde er in terug voel en de wens herken om dienstbaar aan de samenleving te zijn. Er is echter ook een uitdagende kant, die nog los staat van de bureaucratisering waar elke overheidsorganisatie ook op de sociaal-culturele laag mee te maken krijgt: Een functieprofiel – met of zonder uniform – biedt bescherming aan je meest kwetsbare stukken. Dat is enorm belangrijk tijdens de uitvoering en binnen operationele situaties. Ik werkte zelf jaren in loondienst met complexe dynamieken en mensen die zich in de rafelranden van de samenleving bevonden. Beschermd zijn door de naam van de organisatie, het hebben van een werktelefoon en in functie handelen, gaf mij álle kracht die ik nodig had om dat moeilijke werk met vertrouwen uit te kunnen voeren.
Maar juist díe kwetsbaarheid – onder je symbolische of letterlijke uniform – geeft je ook de magische informatie en kennis die nodig is om te kunnen groeien. De plek waar de ontmoeting plaatsvindt tussen je dromen, je wensen en alles dat er in de praktijk letterlijk aan het gebeuren is. Het hoeft niet exact samen te smelten, want dat zou waarschijnlijk veel te uitputtend zijn. Het is daarentegen wel helpend als organisaties (alle delen samen) zich beseffen dat het één het ander niet uitsluit. Dat Hawking en de Paus elkaar begrijpen. En dat zelfs dromen en mediteren bij een financiële organisatie op de Zuidas geen uitzondering is.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.