Waarom ik Ja zei tegen GeenStijl. #Referendum

‘Je bent gek…‘ Ze kijkt me met grote ogen aan en laat een veel betekenende stilte vallen. Alsof in de witjes tussen de woorden het echt antwoord schuilgaat. Wat natuurlijk waar is. De stilte duurt eindeloos. ‘Eh, want..?‘ probeer ik na een tijdje. ‘En dapper.’ zegt ze dan. ‘Ik zie geen andere optie dan Ja te zeggen‘, antwoord ik, terwijl ik ook wel weet dat dat niet de waarheid is…

Twee dagen eerder had ik ‘Ja’ gezegd tegen Bart Nijman toen hij vroeg of ik in een podcast (dat eigenlijk een video is) wilde komen uitleggen waarom ik GeenStijl best-wel-vaak stom vind en het referendum enorm toejuich. En waarom ik ook vind dat we ‘als vrouwen’ die twee los van elkaar moeten gaan zien als we iets groters willen bereiken dat verder reikt dan een website met hier-en-daar kwetsende teksten.

Waarom..? Waarom doe je dat..?’ vraagt iedereen. Dus leek me een publiek antwoord het makkelijkst. Waarom ik Ja zei tegen GeenStijl.

De kern is simpel. Zoals kernen altijd zijn: Ik ken geen andere manier dan het gesprek aan te gaan als iemand me onbevooroordeeld uitnodigt. That’s it. Ik heb een onuitputtelijk respect voor mensen die buiten hokjes kunnen kijken, hun persoonlijk gewin opzij zetten en van daaruit oprechte vragen stellen om samen tot een meerwaarde te komen. Het gaat me zelden om het standpunt, enkel om de openheid van geest.

Of dit een handige eigenschap is weet ik niet. Het brengt me regelmatig in bijzondere situaties, maar soms zit ik er ook naast en blijkt de uitnodiging een regelrechte pr-stunt of word ik voor een karretje gespannen. Het zij zo.

Daarnaast kan ik, met terugwerkende kracht, zeggen dat ik geen ‘Ja’ zei tegen GeenStijl, maar ‘Ja’ tegen Bart Nijman. Ik zie nu dat GeenStijl een gecultiveerd platform is geworden, waar teksten opstaan die je wel serieus moet nemen, maar die níet serieus bedoeld zijn (en dat is eigenlijk een compliment). Dit platform doet regelmatig mensen pijn, da’s geen mysterie. ‘Maar dat kan dus nooit de essentie zijn..‘ realiseerde ik me na een telefoongesprek met Bart. En dus zei ik Ja.

EERST MAAR EENS OVER GEENSTIJL. 

Het is, als vrouw, niet heel ingewikkeld om negatieve (danwel ambivalente) gevoelens bij de website GeenStijl te hebben. Vrijwel elke leuke, intelligente vrouw die ik ken is tegen seksisme en in satire verpakte foute grappen. En tegelijkertijd, gun ik elke man een jongensclub bouwkeet voetbalkantine platform waar je ongegeneerd alles kan zeggen kan tegen elkaar. Terecht! Doe je ding. Niet iedereen hoeft elkaar te begrijpen, en man en vrouw al helemaal niet. Ik heb me als tiener regelmatig verbaasd over de enorme hoeveelheid tijdschriften voor meisjes, terwijl ik er maar enkele voor jongens in de schappen zag. En dan heb ik het nog niet eens over de inhoud.. ‘Hij denkt, dat jij denkt, dat zij denkt..‘ En zo werden al die bladen gevuld. Met quasi-psychologisch gedachtengoed. Maar. Nu hebben we internet. waar elke pannenkoek op elke website klikken kan: Met alle gevolgen van dien.

In verband met het behoud van het referendum raakte ik in de knel. Waarom zijn GeenStijl en het Referendum niet uit elkaar getrokken? Waarom is dit niet van ons allemaal? (Althans, zo voelt het) Waar zijn de vrouwen? Het is toch een democratisch systeem van ons allemaal…

DAN DIE DONORWET… 

Er is dus een referendum in de maak. Specifiek voor een donorwet. Waarvan ik enorm graag wil dat het er komt. Heel in het kort over de donorwet: Jarenlang is er door een groep mensen gestreden voor een nieuwe donorwet die inhoudt dat je vanaf je achttiende bij geen reactie, standaard ingeschreven bent als donor. Letterlijk betekent dat, dat als je je DigiD niet aanzet en expliciet zegt dat je het niet wilt, ze gewoon denken dat het wel oké is om je organen te nemen na je dood (mocht dat überhaupt mogelijk zijn…). Klinkt niet eens zo kwalijk, maar als je er langer naar kijkt zitten er toch wat ethische bezwaren aan (al wil ik expliciet benoemd hebben, dat familie altijd het laatste woord heeft als er niets geregistreerd staat). De nieuwe donorwet is eind februari aangenomen in de Tweede en Eerste Kamer. Hij gaat in in 2020.

…EN HET REFERENDUM. 

Parallel aan dit proces staat het Raadgevend Referendum op de nominatielijst om ingetrokken te worden. Terwijl we er als burgers pas twee keer mee hebben mogen experimenteren; 1x met het Ukraine-verdrag en 1x met de Sleepwet. Raar… De donorwet is in mijn mening een goed thema voor een derde referendum in ons land.

Ik ben uitgesproken voorstander van zo’n ‘tussentijds spreekrecht’. Het maakt me niet uit of dat raadgevend, corrigerend of bindend is – ik wens als burger spreekrecht. Martijn Aslander zegt het mooi; ‘Ik heb liever een kleine paraplu, dan geen paraplu als het regent. Anders word je zo nat.’ Exact. In een tijd die sneller verandert dan het licht, heb ik weinig vertrouwen in een regeerakkoord dat 4 jaar stand houdt. En dan mogen we tussendoor niet meedenken? Dit beperkt ons om, als samenleving, te pionieren en het democratisch debat te vernieuwen.

Toch schafte de Tweede Kamer het af. En nú ligt het bij de Eerste Kamer, want die mogen er ook nog iets over zeggen. Dit proces loopt gelijk op met de raadgevend referendum over de Donorwet. Voor 14 juni moeten er 300.000 stemmen binnen zijn. Dan kómt er een referendum. Eventueel het laatste…

NOG WAT ARGUMENTEN LEGO-BLOKJES.

Al lijken argumenten vaak te verschillen in hiërarchie, toch zijn het enkel bouwblokjes die met zijn allen een bouwwerk representeren. Ik ben hier vrij stellig in. Er is tijdens een project nooit een argument belangrijker dan een ander. Ze zijn onderdeel van het collectief en állemaal nodig om over de tipping point heen te komen. Je kunt ze zien als losse lego-blokjes, die samen meer zijn dan de som der delen. Daarom is het handig altijd meer argumenten te verzamelen, als je een uit de kluiten gewassen punt te maken hebt. Pas dan versnel je.

Een cruciaal ‘lego blokje’ voor mij ishet argument dat zowel in de Tweede Kamer (74 om 75 stemmen) als in de Eerste Kamer (34 om 36 stemmen) de minst kleine meerderheid voor de donorwet stemde. Het betekent dat onze volksvertegenwoordigers er eigenlijk niet uit kwamen. Een essentiële reden een thema/vraagstuk terug te leggen bij de burgers!! Onder het motto van: ‘He lieve burger, wij weten het ook niet zo goed. En omdat dit over uw persoonlijke lichaam gaat, vinden we het handig het thema bij jullie terug te leggen. Laten we een referendum organiseren!‘ Maar, omdat zowel de Eerste als de Tweede Kamer niet op dat idee kwamen, zijn burgers het zelf gaan opeisen. Zeer terecht!

Het Grondwettelijke stukje is een ander ‘lego blokje’. Deze wet ligt zó dichtbij ons zelfbeschikkingsrecht, dat je zou kunnen zeggen dat het niet eens zou mogen om – zonder raadpleging van alle burgers – zo’n wetsverandering te plegen. Het is verankerd in onze Grondwet. Sterk argument!

Een volgend ‘lego blokje’ is, dat het referendum een giga-hoeveelheid aan aandacht voor donorschap creëert! Dit klinkt misschien gek voor de tegenstanders, maar denk even met me mee alsjeblieft, voor je het argument afschiet… Op de website van www.donorregister.nl is te zien hoeveel mensen zich registreren. Sinds de nieuwe wet (die pas in 2020 in gaat) registreerden ongeveer 100.000 mensen zich onmiddellijk in het Nee-kamp (‘Nee, ik wil mijn organen niet afstaan’). Zo’n 15.000 mensen registreerden in het Ja-kamp (‘Ja, ik wil mijn organen afstaan‘). Plusminus 26.000 mensen veranderden van Ja naar Nee. En omgekeerd (van Nee naar Ja) ruim 24.000 mensen. U ziet: effectief gezien zijn er niet zoveel Ja-mensen bij gekomen. Hoe erg ik het ook vind; de openheid voor orgaandonatie is nog niet optimaal. Het helpt niet als je daar een restrictie-model tegen aan gooit dat zegt ‘Je moet beslissen en anders doen wij (lees: overheid) het voor je!‘ Dat strookt niet met de vrijheid van de mens. Dankzij dit referendum komt er nieuwe energie en aandacht te liggen bij dit donordossier! Om iets bewust te maken binnen een samenleving moet je in allerlei velden en op talloze wijzen je verhaal houden. Dit referendum is een extra manier om donorschap nog bewuster te maken.

EN TOEN? EN TOEN? HOE WAS HET GESPREK? 

Was het gek? Ja. Ik ga er geen doekjes om winden. Even wel. Met je volle bewustzijn een organisatie binnen stappen waar ze een online communicatiestijl hebben die je niet begrijpt, is een beetje onwennig. Daar moet je de lol wel van inzien. Het gesprek was als een vrije val (ik geloof voor ons allemaal), waar we heelhuids zijn uitgekomen en interessante lessen rijker zijn.

Vind ik GeenStijl opeens leuk? Het kantoor en de lieve mensen die er werken wel! Ik begrijp meer van de invalshoek en wat we gemeen hebben met elkaar – want ook ik vind hypocrisie verschrikkelijk. Wat boze, gefrustreerde comments doen, snap ik nog steeds niet. Iets met de Beste Stuurlui… Maar misschien snappen die mensen zichzelf ook niet. Misschien is GeenStijl wel een platform ‘dat lief voor jou is als jij lief voor de wereld bent‘. Als ik ze nu een nieuwe tagline zou mogen geven, dan zou dat het zijn.

Wellicht haalt de kijker geen nieuwe informatie uit het gesprek. Maar wat ik hoop. Wat ik zo vurig hoop is, dat we leren om het oncomfortabele gesprek aan te gaan en elkaar vragen te stellen. Dat de vrouwen die vóór het raadgevend referendum zijn, maar moeite hebben met GeenStijl, nu toch stemmen. Omdat het ze lukt de zaken uit elkaar te halen. Ik hoop dat er donorregistraties bijkomen. Dat er een openheid ontstaat waarin we het ons lukt om het eens te zijn dat we het soms oneens zijn. Als dit uurtje podcast dát oplevert, dan is het elke negatieve comment waard. ;)