In 2019 gaf ik een training Dragon Dreaming op een brandweerkazerne in Amsterdam. De methodiek focust op de kern van wat je werkelijk wilt, en hoe dat waar te maken is. ‘Ik zou heel graag een Gay Pride op de kazerne hebben’, zei een medewerker. De ploeg keek. Ze knikten. ‘Wat houdt het tegen?’ vroeg iemand. Om niet veel later over te gaan tot een ‘Dan gaan we het doen!’.
Vijf weken later was de Pride in Amsterdam. Een erg kort tijdsbestek voor het neerzetten van een eigen Pride. Maar het lukte. Er was een catwalk met dragqueens, muziek, een samenwerking met politie en ambulance, veel informatie standjes, en op het achterterrein stonden een aantal omgebouwde brandweerwagens als foodtruck. Een paar honderd mensen kwamen langs, waar veel brandweer collegae tussen zaten.
Diffusiteit in de buitenwereld
Ik heb niet eerder een project zo krachtig uit de grond gestampt zien worden als VictorPride in 2019. Het maakte dat ik zelf bijna dagelijks op de kazerne kwam, en de creatieve ideeën direct omgezet zag worden in actie. Achteraf bekeken past dit exact bij de kwaliteiten en talenten van brandweermanschappen: Actie gedreven, zodra er zicht is op de situatie gaan ze over tot handelen. Ingespeeld op elkaar, en met een zintuigelijk vertrouwen dat het team wint. Een van de mensen in het management had vooraf een klein budget ter beschikking gesteld, waardoor flexibiliteit en wendbaarheid gegarandeerd werden. Verder was er níemand uit dat management betrokken (of geïnteresseerd). Het enige bureaucratische hobbeltje dat we tegen kwamen was toestemming van de gemeente om een deel van de straat af te zetten. Daarnaast stroomde alles, alsof het zo zijn moest.
Anderhalf jaar jaar later kwam er een boek uit waarin vrij helder werd beschreven dat deze zelfde organisatie vol homohaat zat. Het was geen leugen, maar de waarheid was het ook niet. Het was een enkelvoudig perspectief, waar essentiële informatie uit weggelaten was. Het hele boek was waar, er ontbraken alleen zeer noodzakelijke gedragingen en de situatie als geheel.
Dit fenomeen is absoluut niet nieuw. We zien het in de media elke dag. Verhalen waarvan je maar één perspectief te zien krijgt. Die zo gebracht worden dat het lijkt alsof het de hele werkelijkheid omhelst. Hoe je hier als ervaringsdeskundige (lees: iemand die er bij was) mee omgaat is subjectief – Ik zag mensen op allerlei manieren reageren. Van geëmotioneerd verdrietig en boos, tot strijdvaardig, duidelijk en uitgesproken. Het is een moeilijke keuze, omdat er een gekozen reden is waarmee de schrijver het enkelvoudige beeld geschetst heeft aan de lezer.
Die reden is onbekend. Want, net als met het hele verhaal, laten ze ook dat element achterwege. Dit aangaan of openbreken kost onnoemelijk veel energie. En de belangen zijn zo verdeeld, dat je je af kan vragen hoe wijs het is dit aan te gaan. Ik heb het geprobeerd, omdat ik weet dat we alleen door dingen heen breken als we ons uitspreken. Spijt heb ik niet, maar als ik wist wat ik nu weet was ik uitgesprokener geweest. Je hebt aan het einde van de dag per slot van rekening alleen jezelf in de spiegel aan te kijken.
De diffusiteit die een enkelvoudig perspectief echter in de buitenwereld creëert is immens. Vijf jaar later kan ik zeggen dat ik nog steeds mensen tegen kom die over het boek beginnen en de organisatie symbolisch affakkelen. Het enige dat ik dan doe is feiten noemen waar ik bij was, die ik heb zien gebeuren. En de meningsvorming volledig loslaten. Want het respect moet overeind blijven. Maar het moet wel gezegd. We kunnen het niet níet meer zeggen.
Bestuurdersdynamieken
Even in het algemeen: Je kunt niet alle uitvoerders, directies of bestuurders over één kam scheren. Godzijdank. Ik ken zoveel mensen die vanuit werkelijke integriteit handelen, waardoor organisaties floreren en mensen ruimte ervaren. De vraag is vooral: Hoe kan slechte uitvoer, of slecht bestuur zo lang in stand blijven? Hoe kan het dat allerlei mensen weten dat iets niet deugd, maar dat ze met z’n allen denken dat het wel meevalt. Of dat het nou eenmaal zo hoort. Of dat het wel erg is, maar niet over hen gaat. Totdat het op een dag wel over hen gaat.
Een team is zo sterk als haar zwakste schakel. En kan alleen sterker worden als de zwakste schakel groeien en ontwikkelen mag. Welke interventies pleeg je als de zwakste schakel de hoogste functie heeft?
De bestuurdersdynamiek kent een eigen manier van bewegen en handelen. Het is exact dezelfde dynamiek als wat ik aan de uitvoerderskant in het publiek domein zie, alleen dan zonder woorden. De ‘chique’ versie zou je kunnen zeggen. Waar net zo goed het behoud van eigenbelang speelt als op welke andere werkvloer dan ook. Iedereen heeft een hypotheek te betalen, of een levensstijl te behouden. En de schrik kan er flink inslaan als de suggestie ontstaat dat je je salaris kan zien krimpen.
Maar dat we een dynamiek begrijpen, maakt het nog niet goed. Er wordt op een slimme manier geschreeuwd aan de kant waar mantelpakken en stropdassen aan tafel schuiven, en het is net zo belangrijk dat te adresseren als wanneer we wangedrag aan de uitvoerderskant aanpakken. De dynamiek vraagt alleen om een andere aanpak.
Het gaat niet om de hardste schreeuwer. Het gaat om de slimste schreeuwer: Want intimidatie begint pas als het opnamebandje is uitgezet. Of vlak voordat het bandje aan stond. Het is het gedrag in de lift of bij het koffieapparaat dat niemand ziet. De blikken die boekdelen spreken. Het gefluister op het juiste moment. Het je per-ongeluk-vergeten in de mailwisseling, maar de anderen wel inlichten. Het veinzen, recht in het gezicht. De slimste schreeuwer, schreeuwt als niemand kijkt en glimlacht als het handig is.
Het probleem is dat we geen vragen meer stellen en uiteindelijk onze mond houden
Afgelopen week kwam ik er in een opleiding provocatieve coaching op genadeloze wijze achter dat ik geen vragen meer stelde en mee was gaan doen – Ik zwijg nu ook. Ik slalom. Deins mee. En voel aan alles dat het niet klopt wat ik doe, maar spreek me er niet meer helder over uit. Uit energiebehoud en sociale behoudenheid. Waar ik eerst nog geloofde in dat wat waarachtig is, begin ik steeds meer te gedogen.
En ik weet niet eens waarom. Tot 2020 stelde ik alle vragen die er in me opkwamen, tot ik afgewezen werd door iemand die me zei dat ik ‘teveel vragen stelde en dat er na elk antwoord een nieuwe vraag van mij kwam’. Ik verwonderde me toen om de afwijzing, omdat ik het altijd als compliment zag dat ik zo oprecht en nieuwsgierig ben. Kennelijk stelde ik dus de juiste vragen, die er toe deden. Dat is toch het oprechte contact dat je wilt? Hoe komen we anders tot antwoorden in deze wereld? Door maar wat te veinzen en te liegen?
Toch maakte het verloop daarna zoveel indruk op me dat ik steeds meer een beetje ingaf. Dat ik nergens meer naartoe ging, want dan kun je ook niet afgewezen worden (de pandemie kwam me het eerste jaar fantastisch uit!). Of dat ik teleurgesteld kon raken in mensen waarvan ik dacht er een oprecht contact mee te hebben. Ze te kunnen vertrouwen. De feedback afgelopen week op de cursus kwam zo helder binnen, dat er maar één ding op zit, en dat is dat we ons moeten uitspreken voor dat we wèl willen, maar het onjuiste niet wegmoffelen of goed praten. Precies, niet ik alleen. Maar wij allen.
We zitten sinds een paar dagen met een kabinet waar ik nog geen positief woord over gehoord heb. Zelfs niet van BBB of PVV stemmers. Iedereen schrikt van de kosten die voor zichzelf omhoog gaan. Misschien waren al die kiezers per ongeluk omstanders die geen juiste vragen stelden, of hun mond open trokken omdat ze dachten dat de ander het wel zou doen…
Gelukkig zijn we met 17 miljoen en bestaat dat kabinet vooralsnog nog maar uit vier personen.