Het woord ‘anders’ heeft haar langste tijd gehad

Het was al eerder in me opgekomen dat er íets scheef zat met het woordje ‘anders’. Maar het drong pas echt tot me door toen ik voor een groep stond en iemand me zei: ‘Wij zijn andersdenkenden’. Veertig paar ogen staarden me aan en knikten bevestigend in de onderstroom. Inmiddels als waarheid aangenomen. Ik kon de cultivering voelen die er vanaf droop.

Zij waren andersdenkenden. Vonden ze. Dat waren ze gaan geloven, omdat het nou eenmaal zo werkt – mensen willen bij een groep horen, en als die groep de ‘andersdenkenden’ heet, dan pas je je daar op aan. Assimilatie in de kern. De liefdevolle acceptatie die er bij deze mensen ingeslopen was, gaf toestemming voor allerlei gedragingen die vrijheid verschaften (‘Oh, dat is een andersdenkende. Die doen dit nou eenmaal zo‘). Maar wat net zo goed betekende dat er ook onbegrip naar je toe kon komen. Want, ook dat hoort nou eenmaal bij het zijn van een ‘andersdenkende’. In alle gevallen is het onzin natuurlijk: Vrijheid is een basisrecht en onbegrip zegt alles over een beperkt perspectieven-pallet uit de omgeving.

‘Wat als de ander de andersdenkende is, en jij gewoon de denkende?’

De ‘wij’ in het zinnetje maakte dat ik de organisatiepatronen opeens veel scherper herkende. Iets dat zich één-op-één als losse casus incidenteel toonde was plotseling in een groep gevangen.

Wat als de ander de andersdenkende is, en jij de denkende. Of de voelende. De doenende?’, probeerde ik. ‘Anders impliceert dat jullie met een kleinere groep zijn dan dat wat de normale groep doet. Maar wie zegt dat jullie met minder zijn? Wanneer wordt anders dan normaal? Misschien kun je er maar beter meteen mee beginnen. Dan went iedereen er vast aan. Dat anders hetzelfde is als normaal.‘ Zodra je taal herkent die een tegenstelling laat zien, is verbinding altijd verder weg. Overvloed kun je dan ook wel vergeten. En ik wilde met deze groep juist naar een dynamiek toewerken waarbij er vanuit kansdenken en moeiteloosheid werd gekeken…

‘Anders’ heeft hetzelfde probleem als het woord ‘normaal’

Het maakt eigenlijk niet uit of je jezelf ‘normaal’ of ‘anders‘ noemt. Het zijn twee kanten van een muntje dat ons een context toont. Je bevestigt er enkel mee dat er inderdaad een gevestigde orde bestaat die de dienst uitmaakt, waar kennelijk enkel ruimte is voor twee perspectieven: Het normale en het andere.

In werkelijkheid zijn er evenveel perspectieven als er mensen zijn. Vechtend voor A of B is hierdoor achterhaald, en biedt geen ruimte voor integratieve oplossingen of denkwijzen. ‘Wat als er meerdere stemmen van minderheid zijn?‘ vroeg een tiener op een middelbare school me ooit. Hij sloeg de spijker op zijn kop. Ik gaf als interim docent Nederlands op een VMBO met wekelijks debatlessen. Meelopen is veel makkelijker dan je eigen stem te laten horen, besloot iemand toen. Iets dat de groep niet ambieerde, en ter plekke de beslissing nam om vanaf die les meerdere standpunten in te nemen dan enkel ‘voor’ of ’tegen’.

Precies om deze reden dekt ook het woord ‘anders’ de lading niet. Niet meer. Een jaar of twintig geleden heeft het woord zijn dienst uitstekend gedaan, maar de tijd waarin we nu leven vraagt ons om een arsenaal van perspectieven te gaan zien, begrijpen en accepteren.

Waar hoor ik dan bij?

‘Als normaal niet bestaat, hoef je ook niet anders te zijn’, hoorde ik mezelf later die week tegen iemand zeggen. Ik sloeg er Foucault nog maar eens op na, de sociologische koning van de normalisering. Ik pakte Goffman, mijn persoonlijke favoriet door zijn dramaturgische blik op het geheel, en greep naar Simmel’s ‘The Metropolis and Mental Life’ (voor zijn perceptie op bescherming en groepen) dat me bracht bij een essay van een onbekende student dat zéér de moeite waard bleek. Het veranderde mijn eigen perspectief niet. Sterker nog, het bevestigde me enkel.

‘Je bent je eigen groep, en elke groep hoort bij ons’. Het hele wij-zij concept waarmee we diversiteit hopen te bewerkstelligen raakt verloren als we de stap niet durven te zetten naar het besef dat we allemaal solo onze eigen groep zijn. Daarin kunnen we en mogen we variëren in verbinding. Met de ene persoon deel je A, met de ander B, met een derde C. En hopelijk bieden ze je gezamenlijk de meest inspirerende voeding om je een heerlijk levendig bestaan te geven!

Note. Een lezer wees me er op dat ik in 2015 een blog schreef met de hashtag #andersorganiseren. Ik bedoel maar, da’s inmiddels acht jaar geleden. Tijd voor de nieuwe afslag.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2023 Annette Dölle . Theme by Viva Themes.
%d