Een frequent buzzwoord in mijn werk afgelopen jaar was het woord ‘onderstroom’. Ik weet niet hoe het in alle sectoren zit, maar het onderwijsveld en veiligheidsdomein hielden er maar niet over op. De laatste maanden betrapte ik mezelf zo nu en dan zelfs op inwendig commentaar als het woord weer langs kwam. ‘Dat leeft in de onderstroom’. Niets ten nadele van de intentie waarmee mensen het kozen. Allerminst. Maar… niet álles ligt aan de onderstroom. Niet elk gedrag behoeft het om als vijf-laags wc-papier ontleed te worden.
Soms is iets gewoon wat het is. Soms deugt er iets niet. Of er deugt iets heel erg goed. Dat benoem je (en dát is dan de onderstroom naar boven halen), en je fixt het. Of je juicht het toe. En gaat weer over tot de orde van de dag. Daar zit niks mysterieus of mystieks aan. Dus hoef je er ook niks groots van te maken. Behalve het even te ‘zien’. Aanstippen. Aanraken. Kijken. Benoemen. Erkennen. En door.
Maar goed, ik moest iets met het woord aangezien ik niet vermoed dat het komende maanden plots uit de handel gehaald wordt. Dat snapte ik zelf ook. Linksom of rechtsom, je moet demonen recht in de bek kijken om ze te kantelen. En zo richting einde jaar doemde het woord weer op in mijn gedachten. Dit keer als oprechte filosofische kwestie. Waardevrij en onderzoekend…
Wat je niet ziet bestaat niet
Wittgenstein leerde ons al om taal aan logica te verbinden. ‘Als je het niet in woorden kunt uitdrukken, dan bestaat het niet’ zei hij. Hier liggen uiteraard allerlei nuances in verscholen. Maar dit is een blog, geen verhandeling over Wittgenstein, dus houden we het licht. Los van de diepte, zien we zijn gedachte in praktische zin wel degelijk terug in onze taal. En zien we ook dat we hierin de laatste twintig jaar steeds mondialer zijn gaan kijken. Onze perspectieven verschuiven. Woorden die binnen een sociale cultuur van veelomvattende betekenis zijn, worden nu zelfs in boeken als levenslessen vertaald. Denk aan het Deense Hygge, het Japanse WuWei (of Ikigai, WabiSabi of Tsundoku). Het wachten is op een Aziaat die een boek schrijft over ons woord ‘Gezellig’. ;)
We willen verbinden. En taal helpt daarbij.
In het verlengde van Wittgenstein – of eigenlijk lang voor zijn tijd – zien we Berkeley die een stap verder ging. Berkeley focust zich onder andere op waarnemingen. ‘Om te kunnen bestaan, moet je waargenomen worden‘ zegt hij. Je kunt er niet zijn, als je niet gezien wordt. Met de bekende metafoor ‘Als er boom valt in een bos, maar niemand heeft het gehoord. Is de boom dan wel gevallen?’ Het voert ver – en vraagt wellicht tevens een prachtige, rode wijn om mee door te mijmeren – maar de theorie is zeer toepasbaar op menselijk gedrag.
Als we het niet gezien hebben, is het dan wel waar?
We willen in sommige gevallen maar al te graag dat het anders blijkt. Ons verstoppen, met onze handen voor de ogen, zoals een twee-jarige dat doet. Lange tijd, ik denk wel eeuwen, is het de wereld gelukt om veel zaken lange tijd te onttrekken aan het oog. Dat ging van de lobby op Wallstreet, naar geheime genootschappen rond Amerikaanse universiteiten. Van belangen in het Pauselijk domein, naar landelijke politiek. Dit sijpelt overal door waar mensen zijn – Dus ook waar wij zijn (want ik heb niet de illusie dat de Paus nu meeleest ;)). In onze werkomgeving, onze scholen, bedrijven, systemen en netwerken.
Overal wordt weleens gepoogd iets niet te zien. En Godzijdank. Het is – naar mijn bescheiden mening – helemaal niet de bedoeling dat iedereen alles de hele tijd ziet. Super vermoeiend zou dat zijn. Dus zo gek had Berkeley dit niet bedacht. Maar als het de spuigaten uitloopt, en er bij bewustzijn schade berokkend wordt, is het noodzakelijk wèl te kijken. Zelfs als je niks gezien hebt. Of geen boom hebt horen vallen.
We wíllen kijken
Dat het tij keert, en steeds meer mensen er naar snakken om de onderste steen boven te krijgen, is met recht bewonderenswaardig te noemen. Radicaal transparantie inzetten en eerlijk de schaduw in het licht te zetten, is moedig (en voor de integere mens een fan-tas-tische opluchting). Het creëert immers altijd effect als iets gezien wordt. Goedschiks of kwaadschiks, het kwartje kan beide kanten opvallen. Gesprekken worden gevoerd en vragen gesteld. Constructen bewegen, zodra er woorden gegeven worden aan dat wat eerder niet erkend werd. Leve de onderstroom hoog zeilend aan de wind.
Maar, het is niet enkel ellende dat er in de onderstroom leeft.
Het is enorm begrijpelijk dat we eerder het negatieve vrezen, dan te jubelen over het onzichtbare positieve – Onze hele hersenpan is er biologisch op ingericht bedacht te zijn op eventueel gevaar. Maar laten we wel wezen, als er íets maakbaar is, dan is het je denken. Optimisme kun je trainen. Nare dingen overkomen ons allemaal. Daar is het leven niet heel maakbaar in. Maar hóe je er mee omgaat regel je nog altijd zelf. Datzelfde geldt voor de aanname over wat eronder water leeft…
Als je allerlei onuitgesproken zaken wonen in die onderwaterwereld. Is het dan wel eens in je opgekomen je te beseffen dat er ook heel aardige dingen ongezegd en verzwegen blijven, die zich ophopen in de onderstroom.
In de Onderstroom gebeuren óók de mooiste dingen
Mag ik je er aan herinneren dat er onderwater, waar niemand kijkt, net zo goed de mooiste dingen vorm krijgen. Dat ongrijpbare onzichtbaarheden net zo goed prachtige processen tot bloei brengen. Er zijn niet alleen maar roddels, achterbakse gedachten, of ongefundeerde aannames in de onderstroom. Nee joh. Er leven ook talloze complimenten die mensen voor zich houden. Er zijn stille wensen, sprankelende verlangens en krachtige hoop. Aan sterke leidinggevenden de taak om juist díe naar boven te halen.
Heb je er weleens bij stil gestaan welke gedachten van anderen je níet kent? Weet je welke aardige dingen er over je gezegd worden in de wandelgangen van de organisatie? Het is er allemaal. De laatste jaren zijn we zo gefocust geraakt op tekorten en misstanden, dat we te vaak vergeten dat er nóg een wereld is. Een aardige. Met vriendelijke woorden achter je rug om. We zien het niet, we horen het niet, maar het is er wel.
Dus om met Berkeley te spreken – Het zijn de bloemen in het bos die bloeien, waarvan niemand weet of het waar is. Want we zijn er niet bij. Krijgt de onderstroom zo voor kerst opeens toch een positieve naklank. ;)
