In het derde jaar van de Pabo (1998) wilde ik het noorden uit. Stage lopen op een school in de Randstad zou mijn perspectieven nog meer verbreden, vermoedde ik. Dus zo geschiede. Via een docent werd ik in contact gebracht met basisschool ‘Oostelijke Eilanden’ (BOE) in Amsterdam. Dit was toentertijd al een vooruitstrevende school op het gebied van pedagogiek en leerontwikkeling. Omdat ik de richtingen Freinet en Jenaplan volgde sloot het goed aan.
Onze stageperiodes waren vanaf het eerste jaar al aaneengesloten weken, waardoor ik dit jaar steeds een week logeerde in de hoofdstad en les gaf. Het was een verrijking!
De leraar is ziek, kun jij invallen?
Hoewel ik toen niet beter wist, kwam ik in een warm bad terecht. Dit was mijn vijfde stageschool en overal had ik me welkom gevoeld. De ene school was iets creatiever, de andere iets bescheidener. Maar een gevoel van gemeenschap was overal aanwezig. Ook op de BOE. Na een paar weken was ik volledig ingeburgerd.
‘De leraar is ziek, wil jij invallen?’ vroeg de directeur op een middag na schooltijd. Ik kende de groep al en zag weinig redenen om het niet te doen. Behalve het feit dat het níet mocht. ‘Ik ben niet bevoegd’ zei ik weifelend. De directeur knikte. ‘Daarom doen we het samen‘ zei hij.
En dat kleine zinnetje. Dat bleek het fundament om vrij te kunnen bewegen. De weken erna gaf ik zelfstandig les aan de groep. Eigenlijk precies zoals ik daarvoor ook deed. De directeur deed zijn eigen werk, en een collega in het lokaal ernaast had een open-deur beleid. Alles verliep prima.
Tot er een dag kwam die stroef was, met gedoe en teveel handelingen in te weinig tijd. Voor leraren is dit een meer dan bekend gegeven. Maar dat wist ik toen nog niet. Je stapt dan in een flow, navigeert je de rambam en uiteindelijk komt alles goed. En staat iedereen nog recht overeind.
Ik had een achtervang nodig. Het kantoor van de directeur was maar een paar meter verderop en in een zucht van ruimte liep ik erheen. Hoofdschuddend keek ik om het hoekje. Maar nog voor ik iets kon zeggen was hij er, ‘Je hebt dit goed gedaan! Wat goed dat je even komt checken!‘
Supportief ondersteunen als fundament voor zelfstandigheid
Alles begint bij gezien èn vertrouwd worden in je handelingen. Nog voordat je bevoegd bent, maar wel bekwaamheid ontwikkelt. [mijn overtuiging dat bekwaamheid belangrijker is dan bevoegdheid werd door deze ervaring direct werkelijkheid].
Ons zelfvertrouwen groeit wanneer we eigen successen vieren, zelf situaties kunnen herstellen en een stabiel support ervaren in onze omgeving. Veel ingewikkelder dan dat is het leven niet. We zijn inmiddels bijna dertig jaar na die betekenisvolle stage op de BOE. Maar de kern van het verhaal is nog altijd springlevend.
Mijn werk is ondertussen verschoven van een groep in de school naar de hele school. Het eco-systeem waar alles groeit en ontwikkelt. Het primair onderwijs heb ik ingeruild voor alle sectoren. En lesgeven is het trainen van leraren, directies en bestuurders geworden.
Het verschil tussen beroepsdeformatie en waardegedreven leven
Waar ik me over bleef verwonderen was, dat het voor leraren vanzelfsprekender was om leerlingen te ‘zien’, dan elkaar. Dat geldt overigens ook voor andere publieke sectoren waar dienstverlening de essentie van het werk is. Ook bij de politie en brandweer zag ik dat het werk naar de klant veel socialer en respectvoller gebeurt, dan naar elkaar.
Terwijl dat eigenlijk vreemd is. Begrijpelijk, maar jammer. Als de waarden waarmee je lesgeeft diep in je mens-zijn verankerd liggen, dan vormen ze wie je bent. Ook in de teamkamer, op de fiets en in de supermarkt.
‘Maar ik moet het ook los kunnen laten‘ vertelde een leraar op een groot MBO me onlangs. ‘Ik wil mijn collega’s helemaal niet hetzelfde behandelen als mijn studenten‘. Het leverde een inspirerend gesprek op, waar een fijnmazig onderscheid tussen beroepsdeformatie en waardegedreven leven aangeraakt werd.
Bij beroepsdeformatie ontstaat er een onbewust proces waar je verkokerd raakt. Routines en tunnelvisie leggen de nadruk op je vakgebied, waardoor je je openheid verliest. Dit zorgt er voor dat je rigide wordt in je handelen en óveral je stempel opdrukt. Het beperkt je denken en het zien van unieke situaties.
Een onschuldig voorbeeld is wanneer je uit gewoonte op een leeg kruispunt voor het rode stoplicht blijft staan, omdat er ook een jong kind met een ouder wacht. Je projecteert je beroepsverantwoordelijkheid op de openbare situatie. Of wanneer een politiemedewerker in zijn prive-situatie een overtreding waarneemt, maar geen dienst heeft. Ons brein is zo geconditioneerd dat het onmiddellijk actief wordt en de waarneming wil omzetten in handelingen.
Bij waardegedreven werken ben je juist heel bewust van je handelingen en keuzes. Je beheerst nog steeds hetzelfde ambacht als iemand met beroepsdeformatie, en kunt dezelfde inhoudelijke keuzes maken. Maar je bent je bewuster van de impact. Het zijn geen automatiseringen. De handelingen komen voort uit een unieke keuze, waar je over in gesprek kan, of het zelfs kan heroverwegen. Dit creëert openheid en verbinding binnen de organisatie. Er is nog steeds vakspecialisme, maar voegt een persoonlijke professionaliteit toe.
Als er binnen een organisatie waardegedreven gewerkt wordt, merk je dat aan de onderlinge verbinding. Een verfijnde balans tussen vakinhoudelijke expertise en unieke waarden zorgt voor een persoonlijke uitwisseling waar nergens ‘op de man gespeeld wordt’. Er zijn weinig discussies en meer dialogen. Vaak zie je daardoor minder vergaderingen en meer creatieve overlegstructuren.
Voor professionals die deze werkwijze niet gewend zijn, kan het even schrikken zijn: Het dwingt je namelijk om naar jezelf te kijken. Je eigen bespiegelingen, handelen en keuzes zijn uniek – en niet af te schuiven op een ander.
Pedagogisch en Mensgericht kiezen met het KoersKompas
Het is natuurlijk fantastisch als je opgroeit in zo’n werkklimaat, zoals ik als begin twintiger ervaarde. Maar hoe groei je er in als het je niet met de paplepel ingegoten is? Voor een sessie bij een VO-scholengroep was deze blik op vernieuwingen een thema. Ik maakte een dialogische praatplaat dat later het ‘KoersKompas’ werd.
Dit KoersKompas laat visueel zien hoe de relatie tussen meerdere elementen loopt, die allemaal verwant zijn aan waardegedreven werk. Ik leg het kompas fysiek in de ruimte zodat je er doorheen kunt wandelen. Kinesthetisch geeft ons lichaam bovendien belangrijke informatie door aan ons hoofd, waardoor inzichten sneller komen dan wanneer we alleen iets zien of horen.
Hieronder zie je de zijde die gaat over de mensgerichte en pedagogische kant. Dit koerskompas gaat uit van het eco-systeem als geheel, waarbinnen iedereen een deel is.

De binnenste cirkel geeft de kern van de onderwijsvisie aan. Dit is zowel voor de collegiale- als de onderwijsgevende kant identiek. Het is het hart van het onderwijsinstituut. De plek waarom je op deze school werkt, en bij deze visie wilt horen.
Maar we zijn mensen. En mensen kleuren elke visie met hun eigen DNA. Zodra er iemand bijkomt of weggaat uit het eco-systeem, beweegt het geheel. De tweede cirkel laat daarom zien hoe de kern vorm krijgt op teamniveau. Dit kan categoraal zijn, per afdeling, vakgroep of zelfs als fysiek gebouw. Welke kenmerken zie je terug in de omgangsvormen? Is er verschuiving of verschil tussen hoe jullie naar leerlingen kijken, en naar elkaar? Blijven de waarden in tact in het gedrag naar iedereen?
De buitenste cirkel is de individuele laag. Hier vormt zich de persoonlijke professionaliteit. Dit is de krachtigste, maar ook meest fragiele cirkel. Als het goed gaat floreren we hier. Spelen er uitdagingen, dan ontkomen we er niet aan. De tijd waarin we op dit moment leven vraagt veel veerkracht van iedereen. Het is daarom belangrijk om als eco-systeem transparante communicatie af te stemmen, zodat de overeenstemming die in de binnenste cirkel ervaren wordt doorvloeit naar de individuele laag.
Dit betekent absoluut niet dat er geen gevoelens van onvrede, frictie of onzekerheid mogen zijn. Net zoals het mogen vallen, opstaan en onderzoeken van mogelijkheden ruimte moet krijgen. Alles is immers tijdelijk, zolang je daarbinnen maar blijft ontwikkelen.
Een goed voorbeeld hierin is hoe ik mijn visie over de smartphone in de klas de afgelopen vijf jaar bijgesteld heb: Mijn essentiële waarden zijn hierin níets verschoven: In mijn ideale situatie maken leraren samen met leerlingen een gedragscode en leerdoelen rondom de smartphone. Dit voeren ze constructief uit. De leerlingen nemen hun nieuwe vaardigheden en attitude mee in hun persoonlijke leven.
Maar… de ideale situatie kan alleen als de hele wereld dit doet. En dat zou flink naïef zijn. Dus bewoog ik mijn handelingsperspectief. In 2016 speelde ik nog samen met de leerlingen Pokemon, schreef groepsverhalen in whatsapp en liet ze constructief gebruik maken van hun mini-computer. In 2022 begon ik te wiebelen. Vanaf kalenderjaar 2024 waren smartphones voor niet-educatief gebruik niet meer welkom in de klas (terwijl ik dacht dat ze dat al nooít waren), wat me nog scherper maakte, en vorig jaar nam ik de moeite om de actuele wetenschap er nauwer naast te leggen. In tien jaar tijd verschoof ik geen millimeter met betrekking op mijn waardegedreven visie over digitale technologie, maar verschoof wèl mijn handelingen.
Lang verhaal kort: Wie waardegedreven werkt moet regelmatig met zichzelf in gesprek. Dit is de buitenste laag van de cirkel.
Dialogische praatplaat
In dit artikel wil ik wegblijven van een instructiemodel. Dat zou de openheid ervan alleen maar in de weg zitten. Dit KoersKompas vraagt om gespreksvoering en generatieve vraagstellingen. Elke organisatie en ieder team zal hierin zijn eigen route moeten vinden.
Neem het kompas, print het op een groot zeil of schrijf kaartjes die je in de ruimte legt. Laat iedereen individueel verkennen wat het oproep: Welke ervaringen en situaties in het oog springen. Welke waarden aangeraakt worden, of in elke laag toe te passen zijn. Lang geleden is al aangetoond dat individueel brainstormen veel effectiever is dan in een groep. Houd hier rekening mee als je medewerkers meeneemt in een nieuwe manier om naar de organisatie te kijken.
Maar wat ik je bovenal gun is een leiderschapsstijl waarbij er vanuit vertrouwen ontwikkeld mag worden. Waar bekwaamheid het wint van bevoegdheid, omdat er een eco-systeem is dat zó sterk staat dat geen enkel papiertje er bovenuit stijgt. En waar medewerkers ruimte hebben om individueel van elkaar te verschillen, met de wetenschap dat hun onderwijsvisie in de kern volledig overeenkomt. Waar ethiek en moreel handelen zo normaal zijn, dat zelfs een bezoeker het hart van de school in de wandelgangen waarneemt.
________________________________________________________________________
Over mij:
Met een kwart eeuw in- en naast het onderwijsveld heb ik inmiddels een caleidoscopisch beeld van alle processen. En van alle mogelijke obstakels binnen bureaucratische procedures.
Het leidde naar een carrière die als een spiraal het hele publieke domein beslaat. Waarbij compassie, ethiek en leergierigheid terugkerende treden zijn. Mijn projecten en interventies ogen out-of-the-box, maar zijn vaker wèl dan niet te herleiden naar een werkwijze.
Mijn begeleidingsstijl is te beschrijven als systeem theoretisch, oplossingsgericht en contextueel. Ik werk aan mensgerichte organisatietransities, waarbij relaties de kern van het proces zijn. ‘Als het goed gaat met de mensen, gaat het goed met je organisatie’.