• +31 626715406
  • contact@annettedolle.nl

Reizen

‘We hebben het altijd zo gedaan’

Ik las ergens een feitje dat mensen boven de 35 jaar geen nieuwe muziek meer internaliseren. Ze horen het wel, maar het blijft niet hangen. De onderzoekers hadden er flink wat jaren onderzoek op zitten en volgens mij zijn ze er nog steeds niet uit. Maar vreemd klinkt het niet. Mijn vader schalt regelmatig dat ‘vroeger alles beter was’, maar als we voorstellen om zijn computer dan maar weg te halen – for the sake of the old days – sputtert ‘ie toch wat tegen. En toen Avicii stierf en er al snel muzikale vergelijkingen ontstonden met Bach, sloegen alle klassiekemuziek-liefhebbers op tilt. ‘Een DJ vergelijken met Bach, durven ze wel?’ Maar waarom heeft deze tijd geen recht op een nieuwe Bach? En laat Avicii dat dan zijn. Wie weet wat Bach had gearrangeerd als hij de technologische mogelijkheden van vandaag tot zijn beschikking had gehad..?   

Trots. En dat mag hardop gezegd!

Het heeft me zeker een paar seconden gekost. Minuten. Oké dan. Een uurtje of twee. Tot ik het hardop durfde te roepen. Ik ben namelijk trots. Zo trots als je je kan voelen als je eerste aardbeien rood kleuren. Of er een pompoen verschijnt aan de gele bloem in je tuin. Het trotse soort waar je wel iets aan kan doen en ook weer niet. Omdat je ook geluk moet hebben. ‘Hoe heb je dat in hemelsnaam gedaan?’ vragen de buren die mijn tomaten in sneltreinvaart de tuin zien overnemen. Ik haal mijn schouders op en zeg Wu Wei.’ Ik zweer bij wu wei. ‘Doen door niets te doen‘. Een loslaten en ogenschijnlijk niks doen, zonder inactief te zijn. Maar f*ck hé. Hoe makkelijk is dat? Schouders ophalen. Achterafgelul. Alsof er geen strijd, onzekerheid en spanning was. 

Waarom we Taylor Mali’s in de wereld nodig hebben.

Deze zomer verhuisde ik. Van het ene naar het andere huis. Met zes weken daartussen waarbij mijn ge-he-le inboedel opgeslagen lag in twee containers van 10m3. Het was een louterende ervaring, ik kan niet anders zeggen. Niet altijd leuk, want ‘oh jee, je had per ongeluk ook je bikini ingepakt’. En zes weken in hetzelfde jurkje verveeld na een tijdje ook. Bovendien blijkt een bank een uitstekende uitvinding te zijn. Net zoals stoelen en een tafel. Om van een koelkast maar te zwijgen. Maar goed. Daar ging dit verhaal niet over.

Wees als het maisveld: Jezelf en Samen.

Ooit vertelde iemand me dat ik zijn moest als riet. Riet zwiept in de wind, doorstaat de regen, ontvangt de zon en verliest nooit zichzelf. Ik vond het een slecht idee. Zijn als riet. Ik werd duizelig van het beeld dat ik eindeloos heen-en-weer zou blijven zwiepen als de wind opstak. Een vreselijk slecht idee. En hoe zou dat wel niet uit de hand kunnen lopen als het herfst zou worden? Ik knikte braaf naar de persoon die het me uitlegde. Vanaf mijn meditatiebankje, want uiteraard kreeg ik deze tip niet bij de Gamma of de Praxis. Wat me trouwens op een geweldig idee brengt, maar dat terzijde. Het riet mocht blijven zwiepen en ik wandelde verder.

Ik ben dus een meisje [Jeruzalem]

Het toeristische reisgidsje zegt dat de ‘haredim‘ [spreek uit: charediem] sterke waarde hecht aan dikke zwarte kleding. Het boekje zegt ook dat ze weigeren om de Israëlische staat te verdedigen, dus nemen ze geen dienst in het leger. De overheid heeft ze daarom om religieuze redenen hier van vrijgesteld. In plaats daarvan wijden aanhangers van deze Joodse stroming zich volledig aan studie van de Talmoed. De Talmoed is het religieuze boek dat onderdeel uitmaakt van de Joodse Thora, maar voor de ‘haredim’ is het het allerbelangrijkste geschrift. De haredim wil bovendien het liefst dat in heel Israel het onderwijs bestaat uit studie van de Talmoed. Dit houdt logischerwijs in dat er dus geen wiskunde, natuurkunde, vreemde talen en literatuur op het lesprogramma voorkomt.

Ik was te schijterig [Bethlehem]

Ik heb ruzie met mezelf. Hele erg ruzie. En ik wacht tot het goed komt. Want iets anders helpt toch niet. Gesprekken met mezelf verzanden in oeverloos gezwam. Waarbij alle partijen in mijn hoofd even goed gebekt zijn. Mijn hart doet hier en daar een poging om de boel te sussen. Maar ze wordt door de rest zo hard uitgejoeld dat ze met opwellende tranen stil in een hoekje verdwijnt.

30 minuten [Bethlehem / Jerusalem]

Vrijdag. 12 juli. 2013 na Christus. 

* 11.00 uur.

‘Toen we de geweerschoten hoorden, rende ik door de kleine straatjes. We schuilden en beden hier. Daar zie je de geweerschoten in het raam. You see?’  We staan in de Katholieke kerk van Beit Jala. Met Antoinette. Wij zwijgen. Antoinette vertelt. Zo nu en dan knikken we. Lachen we. Stellen we een vraag. En Antoinette vertelt. Over hoe ze naar school wandelde tijdens de bezetting in 1947. Over haar Palestijnse ouders die in Chili woonden, waardoor zij nu over een Chileens paspoort beschikt. Over de dagen die voorbij gingen en de lessen die ze leerde. Ze was de eerste vrouw in Beit Jala die in een auto reed. En de eerste die een pantalon droeg omdat dat praktisch is als je gas moet geven. ‘Wat deden de mensen?’ vraag ik. ‘Ze lachten , zegt zij. ‘Maar ik trok me er niks van aan. Ik moet doen wat mij gelukkig maakt’. En dat deed ze.

Mijn God.

Ik had opeens behoefte aan een Boek. Een eigen Boek. Een Heilig Boek. Een Boek voor mij alleen. Over alles waar ik in geloof. Over Jezus en Mohammed. Over Jahweh, Ganesha en Vishnu. Met psalmen en soetra’s. Met soera’s en shruti’s. Met mijn eigen invalshoek. Over liefde en van die dingen. Zo. Allemaal bij elkaar. In één Boek. Dat mag best. Vond ik.

Het leek me fijn en overzichtelijk. En vooral praktisch voor momenten waarop ik mensen tegen kom die waarde hechten aan alles dat op papier staat. Dan zeg ik ‘Kijk, dit is wat ik geloof’. En dan wisselen we ons Boek. En drinken een biertje. Dat scheelt dan tijd. Veel tijd en misverstanden. En ik hou niet van misverstanden. Dus daarom had ik behoefte aan een Boek. Van mij alleen. Voor het overzicht.

Je gaat op reis en neemt mee… #Crowdfunding

We gaan allemaal wel eens op reis. Gelukkig. Om een beetje uit te rusten. Of onze zinnen te verzetten. Want dat kan zo lekker op reis. Dan hoef je niks, moet je niks, en – mijn persoonlijke favoriet – dan is er niemand die je verleden kent. Ronduit heerlijk. Ultieme vrijheid met een retourticket naar thuis.

Uitgestelde Koffie

De mooiste. Allermooiste momenten die ik mee maakte met de Liefdesbriefjes, waren dankzij het A4tje op de lantaarnpaal voor mijn huis. Het anonieme A4tje vol liefde. Zonder mijn naam. Zonder verwijzing. Zonder iets. Gewoon met strookjes ‘liefde’ voor wie het wilde. Vanuit mijn raam keek ik naar beneden als de kantoor mensen van verderop hun pauze hielden en monotoom mijn straat door liepen op weg naar een broodje.

De andere trein.

Het vliegveld van Rome ligt er dampend bij in de warme namiddag zon. Ik kom net aan op Fiumicino en zoek een bus naar de stad. In mijn tas een paar bergschoenen. Twee wandelstokken, landkaarten, een matje en zeven kilo saaie kleren.

Wij wisten het gisteravond.

Drie keer knipperen met mijn ogen. En een vierde keer extra. Dat was Anouk. Daar vooraan in de Vluchtkerk. Met twee gitaristen die zittend op een krukje de eerste akkoorden van een nummer inzetten. Ik keek mijn buurman aan. Die knikte. ‘Ja. Dat is Anouk’. Nu waren we die avond al wat gewend aan verrassingen. Aan de diversiteit en de warmte. Aan de wensen van een hart en de tegenstrijdige werkelijkheid. Aan liefde en geweerschoten. Aan verliezen en omarmen. Maar toch veranderde er iets in die enorme stenen ruimte.

In het Moment #KeepitCleanDay

.

.

Ik lach naar Kaia en Nara op de stoelen naast me. We zitten op de voorste rij van het kleine zaaltje in het grote conferentie gebouw. Midden in Kathmandu, Nepal. Buiten vult de lucht zich met stof, en rijden er honderden motoren en taxi’s over de onverharde wegen, hard toeterend naar iedereen die hun de snelheid ook maar een seconde ontneemt.

Asian people don’t pay.

500 roepies kost het om Swayambhunath, het religieuze complex in Kathmandu, binnen te komen. 500 roepies kost om bij Pashupatinath te mogen zijn, de hindoeistische tempel waar de overleden mensen gecremeerd worden. Al hoewel. Alleen als je blank bent natuurlijk.

.

‘Do you believe the future will be positive?’

‘The country under the sea’. Dat is wat wij zijn volgens de kinderen van de Vajra Academy. ‘Clean’. Dat is wat wij zijn volgens Sabitha, professor in Enivornment Science op de universiteit van Kathmandu. ‘Rich’. Zijn wij volgens de verkoper van Kashmir sjaals in Thamel, Kathmandu.

Misschien zijn we alles. En misschien zijn we niets. Misschien zijn we enkel een belofte. Verscholen in de toekomst. Wat deden wij handiger dan zij? De afgelopen eeuwen. Handiger dan Nepal. Het land waar Siddharta geboren werd. Waar de hoogtste bergen ter wereld wonen. En waar ze meer water hebben dan wie dan ook.

Alleen Brazilie heeft meer water dan Nepal. Niet dat het uitmaakt. Want Nepal kan niks met dat water. Het ontbreekt ze aan middelen om de bron om te zetten in electriciteit, met als resultaat dat meer dan 40% van de bevolking dus zonder stroom leeft, en er in de ‘grote’ steden Kathmandu en Pokhara gedurende de winter iedere dag een electriciteit-stop van ongeveer vier uur is. Koelkasten ontdooien, tandartsboren werken niet, en computers vallen uit. In de avond kleuren de straten donker op momenten dat je het het minst verwacht, en grijpt iedereen onmiddelijk naar kaarsen. Om vervolgens weer door te gaan met dat waar ze mee bezig waren.

Vajra Academy ‘The best of both Worlds’

http://www.youtube.com/watch?v=7EOKddS1CeU&feature=youtu.be

We zitten met thee in zijn kantoortje. Udit en ik. Buiten schijnt de zon terwijl de lokalen van het schoolgebouw geduldig wachten tot twee dagen later de ruimte weer gevuld zal worden met geluid en gelach. We bespreken de inhoud van de les die ik zal geven aan de 8th grade. Udit is streng en strict, wat me erg bevalt. Een docent die zomaar iedere lapzwans  zijn klas binnen laat, heeft vaak andere belangen dan goed onderwijs verzorgen. En Udit is anders. Gelukkig. Net als ik. Alweer gelukkig.

71 keer.

Het leek even alsof ik de enige Nederlander was die nog nooit voet op Nepalese bodem had gezet. Zoals je dat ook wel eens hebben kunt als je op een feestje staat, en je stiekem afvraagt of je de enige bent die nog nooit een boek geschreven heeft.  Hele volksstammen schrijven boeken en jij droomt er alleen maar van. Was het dan zo makkelijk? Heb je iets gemist? Één of andere trend ofzo. En verhip, toen bekend werd dat ik naar het voormalig koninkrijk in de Himalaya zou gaan, gebeurde er hetzelfde en kwamen er uit alle hoeken en gaten opeens mensen tevoorschijn die ‘iets’ met Nepal hadden. En dat gingen ze natuurlijk állemaal aan mij vertellen.

Ajivan Nepal

Ik ben nieuwe woorden aan het leren. Nepalese nieuwe woorden. Want dat is handig als je naar Nepal gaat. Dan gaat alles namelijk veel sneller, lachen mensen vriendelijker naar je, en sta je niet per ongeluk met een brood buiten als je boter wilde. Van dat soort dingen. En dat lost zo’n taal dan allemaal voor je op. Hartstikke handig, zoals ik al zei.

Ik weet nu dat ‘Digo’ Duurzaam betekent. ‘Vikas’ is Omgeving. ‘Majhnu’ is Opruimen. En ‘Maya’ betekent liefde. Het zijn woorden als schilderijtjes. Woorden die zo niet lijken op de woorden die ik ken, dat ze me stuk voor stuk meenemen naar een andere wereld. Door deze creatieve handicap – want ja, dat wordt het na dertig minuten spelen met de vertaalmachine – kost het me ruim een uur om twintig nieuwe woorden te leren. Twintig nieuwe schilderijtjes in mijn hoofd. ‘Ma ali ali Nepali’ is daarbinnen de leukste. Dat moet je zeggen als je wilt laten weten dat je maar een klein beetje Nepalees je strot uit krijgt. Ik verheug me er nu al op. Ma ali ali Nepali.

Stel je voor, je bent een koe uit Nepal

Stel je voor, je bent een koe in Nepal. Of eigenlijk ben je dan een Jak. Want zo heten de meeste koeien in Nepal. Ik zou ze zelf trouwens buffels noemen, want ik vind ze op de plaatjes nogal groot en opzichtig. Maar koe kan ook. Allemaal onderdeel van dezelfde serie ‘Runderen’. Het zijn dieren op vier poten, met een behaarde vacht, een grote kop en lieve ogen. En als je een rundersoort in Nepal bent, word je niet gegeten. Want dan ben je Heilig.

Maar stel je dus even voor dat je die koe in Nepal bent. Je hebt een grazig en gezellig leven. Je klautert berg op en af – want dat kun je namelijk erg goed, klimmen. En je dient zo nu en dan als ploeg voor een meneer met een boerenbedrijf. Van je vacht maken de mensen tenten en kleding, van je melk wordt boterthee gemaakt en zelfs je mest is handig. Dat wordt gebruikt als brandstof. Je bent een uiterst functioneel en notabene Heilig dier. Dan zou je toch denken dat het je goed gaat. Nou. Reken d’r maar niet teveel op.

De laatste 100 kilometer

Vier zomers geleden besloot ik dat het leuk was om dwars door Spanje te wandelen. 700 kilometer stap-voor-stap in de warme zon met een rugzak van 9 kilo. Daar bovenop dagelijks een paar liter water. Het was een cadeautje. Een intens cadeautje. Dat wel. Maar of het nou regende of de zon scheen. Ik twee, drie of vier blaren had. Ik genoot!

Van een afstandje zijn er geen grenzen.

In de Hermitage in Amsterdam hangt een schilderij van Monet. Meerdere. Maar dit ene schilderij trekt mijn aandacht. ‘Pond at Montgeron’ (1876) heet het. Het kost 40 miljoen euro. En is – heel voorzichtig – van st. Petersburg naar Amsterdam verplaatst. Zodat wij er even naar kunnen kijken. In het echt. In plaats van op een plaatje.

De magie van de stroom.

Als je een land gaat opruimen, kom je zonder te willen achter wonderlijke dingen. Zo ontdek je aan den lijve hoe macro-processen invloed hebben op micro handelingen. Of hoe zwermintelligentie nou eigenlijk werkt. En je leert vooral, wanneer het niet werkt.

Shopping on the bottom of the Sea – Lebanon

He sat down at the other side of the table. With expectant eyes and a big smile. Just before I had spoken with his friend and business cards were exchanged. Now I could talk to the other companion of Greenocratic in Lebanon.

We sat at a large wooden table. Our benches were wobbling back and forth, searching for a balance of ten people who had planted on their buttom. In front of us Estonian delicacy was spread out on the table. Bread, pastry, fruit, and soon we were on the cake. The man and I were happy.

Zaken doen vanuit het Hart

Hij ging tegenover me zitten. Met verwachtingsvolle ogen en een brede glimlach. Ik had even daarvoor met zijn vriend gesproken en er waren visitekaartjes uitgewisseld. Nu mocht ik met de compagnon in gesprek.

We zaten aan een grote houten tafel. Type: Camping. Onze bankjes gingen wiebelend heen en weer, zoekend  naar een evenwicht voor de tien mensen die er hun billen op hadden geplant. Voor ons stond een bord met Estlandse lekkernij. Brood, deeg, groenten en straks mochten we aan de taart. De man en ik waren blij.

We’re the ones we are waiting for

A bit ambitious it is, but after a couple of  days in Estonia there is not one of the 150 participants who is still thinking it’s impossible. We do think of blue skies. To clean rivers. And green forests. And the feasibility of the plan. The plan to Clean the World in six months. This year.

Liefde – Gaat de Grenzen over!

Wat doe je als je een hele leuke hobby hebt, en over 48 uur een super leuke afspiegeling van de wereldbevolking tegen gaat komen?

Ja. Inderdaad. Dan zorg je dat je die twee om de drommel met elkaar verbindt! Mocht je hobby kantklossen zijn. Of touwtje springen. Koekjes bakken. Of vogelhuisjes knutselen. Dan wordt het een aardige klus. Maar gelukkig. Gelukkig heb ik een hele makkelijke hobby! Al dan niet één van de makkelijkste denkbaar.

12